Opinie

Zo’n ideaal land is Duitsland echt niet

OpinieNa Trumps verkiezing moeten we voor echte democratie in Duitsland zijn, schreef Joris Luyendijk. bestrijdt dat.

Illustratie Marian Kamensky

Met zijn lofzang op de Duitse democratie (Met Trump aan de macht is Berlijn het nieuwe New York, NRC 15/11) bewijst Joris Luyendijk eens te meer zijn inzicht in de Angelsaksische wereld. Maar de staat van de Duitse democratie laat zich slecht afmeten aan Angelsaksische standaarden. Om het kernland van Europa goed te begrijpen, moet je toch echt een paar achterdeurtjes meer opentrekken.

Duitsland is namelijk een bijzonder ondoorzichtige meritocratische klassenmaatschappij. Een groot deel van de Abgehängten, zoals de Duitse elite de laaggeschoolde verliezers van de globalisering noemt, heeft zich volledig van de politiek afgewend. Zij stemden inderdaad niet op politieke gelukzoekers, charlatans en gewetenloze opportunisten, zoals Luyendijk de oproerkraaiers noemt, maar gaan ondergronds en plegen gemiddeld elke drie dagen (!) een brandaanslag op een asielzoekerscentrum. Een mate van geweld tegen migranten die in elke westerse democratie met ‘gevestigde’ populistische partijen ongeëvenaard is. Het tast de legitimiteit van de door Luyendijk bewierookte Duitse democratie van binnenuit aan.

Lees ook over de beoogde nieuwe president: ‘Anti-Trump’ wordt president van Duitsland

Dat de Duitse elite vanuit haar historisch bewustzijn charismatische dwaallichten, cynici en racistische demagogen (Luyendijks woorden) het podium ontnam, is niet de hele waarheid. Het uitsluiten van nieuwe bewegingen uit het politieke debat heeft zeker zoveel te maken met de democratische structuur als met het waardenbesef van de elite. Zij lopen namelijk aan tegen een nagenoeg ondoordringbaar federaal politiek stelsel, een systeem van checks en balances dat ironisch genoeg door de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog werd ingevoerd. Daardoor wordt niet alleen populisten en extreem-rechtsen een landelijk podium ontnomen maar ook bijvoorbeeld de Piratenpartij. Telkens weer bijten nieuwkomers hun tanden stuk op de hoge kiesdrempel van vijf procent, de financiële verwevenheid van de gevestigde partijen met het bedrijfsleven en de ogenschijnlijk incestueuze relatie tussen deze partijen en de grote media.

Stroperige structuur

Wil je in Duitsland een partij oprichten en invloed uitoefenen in de Bondsdag, dan ben je voor je het weet een decennium bezig. Allereerst moet je volgens zeer uitvoerige en strikte regels je partij op- en inrichten, wil je niet door de constitutionele geheime dienst (Verfassungsschutz) het zwijgen worden opgelegd. Vervolgens heb je in maar liefst 299 kiesdistricten een partijorganisatie nodig en moet je geschikte kandidaten vinden en screenen. Als de verkiezingscampagne dan eenmaal is begonnen concurreer je als nieuwkomer met het conglomeraat van de vijf grote gevestigde partijen die jaarlijks tientallen miljoenen euro’s vanuit het bedrijfsleven voor hun campagnes binnenharken. Als je dan nog op beide benen staat en je bent blij met zo’n 1,6 miljoen stemmen (4,7 procent van het totaal uitgebrachte stemmen in 2013; het resultaat van de AfD in de landelijke verkiezingen van 2013) dan haal je de kiesdrempel dus niet. Deze stroperige structuur past niet meer in een moderne dynamische democratie. Het fundamentele recht van burgers, om met een eigen partij politiek macht te vergaren, wordt hierdoor aangetast.

Volgens Luyendijk is het Duitse medialandschap geen free-for-all-markt waar een mediamagnaat de bevolking in de meest bizarre complottheorieën kan laten geloven. Dat klopt. In Duitsland is het namelijk precies omgekeerd; mediabedrijven fungeren te veel als spreekbuis van de macht. De twee grote publieke zenders ARD en ZDF waren er in 2013 als de kippen bij om de toen nog anti-europartij AfD als extreemrechts te framen. Hun politieke uitzendingen op de zondagavond, Bericht aus Berlin (ARD) en Berlin Direkt (ZDF), lijken vanuit een Nederlandse perspectief meer op zendtijd voor politieke partijen dan op een kritisch journalistiek interviewprogramma. Zelfs de populistische krant Bild Zeitung leek zich tijdens de Griekse begrotings- en vluchtelingencrisis aan de kant van de Duitse regering te scharen. Sinds begin van dit jaar, getriggerd door de gebeurtenissen in Keulen, zijn Duitse media dan ook met een uitgebreid zelfonderzoek bezig naar hun relatie tot de politiek. Het is precies deze beklemmende symbiose waar de Abgehängte met termen als Lügenpresse tegen in verzet komt.

Rechtspopulisten

Binnen deze Duitse context is de opkomst van de AfD zeker zo’n grote aardverschuiving als de verkiezing van Trump of de keuze voor de Brexit. Drie jaar na oprichting zijn de rechtspopulisten verkozen in tien van de zestien deelstaatparlementen en worden ze landelijk inmiddels op 13,5 procent gepeild. Het historisch bewustzijn van de Duitser en het moeilijk penetreerbare politieke systeem fungeerden tot op heden slechts als buffer. De ondergrondse extreem-rechtse bewegingen vinden via Pegida nu hun weg naar de AfD.

Dat die partij nu in rap tempo salonfähig wordt, werd vorige week opnieuw duidelijk op het partijcongres van de Beierse CSU, waar Merkels partijgenoten de strijd tegen de politieke islam aankondigden. Zij schuiven steeds meer op richting de rechtspopulisten en legitimeren hiermee hun bestaan. Anti-islamstandpunten vinden hierdoor direct hun weg naar de regering van CDU/CSU en SPD. De politiek correcte dijk in Duitsland vertoont scheuren.

Net als Luyendijk vind ik het ook prettig dat het Duitse politieke debat minder schreeuwerig wordt gevoerd dan in Nederland, de VS en het VK. Maar ik laat mij geen zand in de ogen strooien door het bedrieglijke anti-ideologische karakter van de Duitse politiek. De ondergrondse en gewelddadige opstand tegen de elite ondermijnt de Duitse professorendemocratie in dezelfde mate als de open opstand in de Angelsaksische mediademocratieën. Wie dit ondergronds verzet in volle omvang aanschouwt kan Luyendijks stelling dat Duitsland de laatste grote westerse democratie is die nog overeind staat, niet serieus nemen.