Recensie

Gewrongen grapjes van taalknutselaar Ronald Snijders

Snijders mikt op nonsens, want zijn terrein is de overzichtelijke wereld van de woordspeling. Hij grossiert hij in eindeloze reeksen kortademige en gewrongen grapjes.

Foto Jaap Reedijk

Ronald Snijders afficheert zich als absurdist. In het cabaret reikt die term van zinledige nonsens tot een hogere vorm van intelligente gekte en ongrijpbaarheid. Snijders mikt op nonsens, want zijn terrein is de overzichtelijke wereld van de woordspeling. In Welke show grossiert hij in eindeloze reeksen van zulke kortademige en gewrongen grapjes: „Ik sta vierkant achter je driehoeksverhouding.” „Ik ben weg bij mijn Turkse kapper na die mislukte coup(e).”

In zijn derde solo zingt de taalknutselaar ter afwisseling ook liedjes, geholpen door een gedreven spelend duo (Erik Verwey, Bram Knol). Zij zorgen voor de glijerige showtunes waar Snijders zijn ambitie om te croonen op loslaat.

Geklungel

Samenhang wordt in Welke show, in de regie van Niels van der Laan, niet beoogd. Wel zijn er enkele langere nummers, zoals de presentatie van ‘nieuwe woorden’. Het publiek wordt gevraagd te reageren op ‘hocuspocuspilatuspas’. Toeschouwers op de première puzzelden definities als „contactloos betalen” en „goochelloopje” bij elkaar – moeiteloos het niveau van Snijders evenarend.

Het nummer waarin Snijders radiootje speelt, was het aardigste. De dialoog tussen een beller en dj die maar geen afscheid kunnen nemen, ging in zijn oeverloosheid een grens over, waardoor het spannend en leuk werd. Dat was beter dan het geklungel met microfoon en microfoondraad, een klassieker in de slapstick waarvoor het acteren van Snijders te pover is.