Leef jij ongezond? Zelfs dan hoef je geen vitamine C-pillen te slikken

Stop maar met het slikken van vitamine-C-tabletjes, ook al zit de ‘r’ in de maand. Weerstand zit namelijk niet in een potje.

Foto Koen Suyk/ANP

De ‘r’ kan niet méér in de maand zitten dan nu. Het is koud en donker, om je heen op kantoor zit iedereen te snotteren en te hoesten. Een collega biedt je een vitaminetablet aan, bij de drogist lonken de potjes ‘Weerstand’ van Davitamon bij de kassa. Slikken of niet slikken, dat is de vraag.

Ongeveer de helft van de Nederlanders neemt het zekere voor het onzekere en slikt weleens voedingssupplementen. Maar om een virus te bestrijden heb je er niks aan. Griep krijg je weliswaar vaak in de winter, omdat je dan dichter op elkaar zit in kleine ruimtes en – zoals begin deze maand ook in NRC werd beschreven – doordat je afweersysteem in de winter minder actief is. Maar de enige bewezen manier van preventie is een griepprik.

Smarties door je pap

Dat we denken dat vitamine C helpt tegen verkoudheid is misschien wel de schuld van de Amerikaanse scheikundige Linus Pauling, die veel goeds heeft gedaan voor de wetenschap, maar ten onrechte beweerde dat een flinke dosis vitamine C je van je verkoudheid af kan helpen. Hele generaties kennen het gele potje vitamine-C-tabletjes van Roter dat naast de Brinta op de ontbijttafel stond. Maar inmiddels weten we: je kunt net zo goed Smarties door je pap doen.

Wat ook bijdraagt aan de verwarring is dat je overal leest: wie gezond eet, heeft geen extra vitamines nodig. Dat moet je als een ontmoediging zien, maar voor veel mensen werkt het eerder tegenovergesteld. Want wie eet er nou 250 gram groente per dag? En als je dat niet haalt, wat is er dan makkelijker dan een pilletje uit een potje?

Het punt is alleen dat precies de verkeerde mensen zo denken, zegt hoogleraar Ellen Kampman, deskundige op het gebied van voeding en ziekte aan de Wageningen University. Het zijn hoogopgeleide, relatief gezond levende mensen die zich afvragen of ze wel genoeg bladgroenten eten. En zij kopen die pillen. Mensen die nooit spinazie of broccoli eten, slikken ook die supplementen niet.

En het interessante is: „Zelfs bij mensen met een ongezonde levensstijl zien we geen tekorten.” In elk geval niet zodanig dat mensen er ziek van worden. „Kinderen met kromme beentjes van een tekort aan vitamine D, of mensen met loszittende tanden of huidproblemen door te weinig vitamine C – je ziet ze niet.”

Methoden waarmee artsen tekorten kunnen signaleren, tonen die maar zelden aan, zegt Kampman. „Onder mensen die laten onderzoeken of ze deficiënties hebben, zie je eerder intoxicatie door het gebruik van supplementen.” Van vitamine B6 bijvoorbeeld, dat in te hoge doses kan leiden tot zenuwbeschadiging – dat merk je aan een doof gevoel in je vingertoppen. „En als je lange tijd te veel inneemt, zou het misschien neurologische schade – en zelfs depressies – tot gevolg kunnen hebben.”

Laat ze staan, die supplementen, adviseert Kampman. Er zijn maar een paar groepen – jonge kinderen, ouderen, gesluierde vrouwen – die baat hebben bij extra vitamine D. Voor de rest geldt: eet je spruitjes op en neem nooit gele snoepjes aan van een snotterende collega. Weerstand zit niet in een potje, een virus wel.

Lees ook het stuk over voedingsmythes:‘We doen te heilig over groente en fruit’