Wat zou Sartre van de hipster vinden?

Filosofie

Hipsters hebben meer gemeen met de existentialisten uit de vorige eeuw dan ze misschien denken.

Foto’s Getty Images/Robert Doisneau/Keystone

Wat is een existentialist? Een gekwelde romanschrijver of een jonge, geëngageerde filosoof? In haar boek De existentialisten. Filosoferen over vrijheid, zijn en cocktails schrijft de Britse schrijfster Sarah Bakewell over deze intellectuele beweging, waarvan Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir de aanjagers waren.

Bakewell verdiept zich in de oorsprong van deze filosofische stroming en laat zien hoe deze denkers tijdens de Tweede Wereldoorlog een rol speelden in het verzet. Ook beschrijft ze hoe het existentialisme van invloed was op feministen, antikolonialisten en studenten en gaat ze in op een aantal kwesties waar deze dwarse denkers zich destijds mee bezighielden. Kan de mens zelf bepalen wie hij is? Is hij in staat zichzelf te herscheppen? Ben ik mijn eigen vrijheid?

Het zijn vragen die de hipsters van nu – als vertegenwoordigers van een tegencultuur – opnieuw zouden kunnen stellen. Want met hun retro- en vintagekleding lijken ze op de existentialisten die halverwege de vorige eeuw het Parijse straatbeeld bepaalden. Naar aanleiding van De existentialisten. Filosoferen over vrijheid, zijn en cocktails zoekt Rosan Hollak naar de overeenkomsten en verschillen. Met vier tips hoe het ‘ware existentialisme’ terug te brengen in deze tijd.

Mode

De existentialist zag eruit als de hipster van nu: alsof hij drie dagen bij vrienden op de bank heeft doorgebracht. Maar dan ook echt. In Le Monde omschreef een journalist in 1948 dit als de ‘verzopen-katlook’. Dit hield in: de haren lang en recht – handig om zo de oren warm te houden – dikke truien, te grote mannenjasjes met opgerolde mouwen, afgedankte overhemden of regenjassen en wijde flodderbroeken.

Bedenker van deze look was de actrice en zangeres Juliette Gréco, die vanaf 1946 de cafés aan de Rive Gauche van Parijs onveilig maakte en geregeld optrad in nachtclub Le Tabou in Rue Dauphine. Dat deed ze ook in zwarte coltrui, hét iconische kledingstuk van de existentialisten.

Ook hip was de tulband. Vooral Simone de Beauvoir wond regelmatig een doek om haar hoofd.

Wie nu meer over de look van toen wil weten: kijk de film Rendez-vous de juillet (1949) van Jacques Beckers, die zich afspeelt in jazzclub Le Caveau des Lorientais.

Jazz

Was het cafébezoek afgelopen, dan gingen de Parijse existentialisten nog even door naar de jazzclub. In Lorientais bracht de band van Claude Luters blues, jazz en ragtime ten gehore. In club Tabou was altijd wel een donker hoekje te vinden waar men kon debatteren over keuze, actie en de vrije wil, terwijl Boris Vian op zijn trompet blies. Ook zangeres Juliette Gréco, een tijdje de minnares van Miles Davis, stond daar geregeld achter de microfoon.

De vrijheid die in de jazzmuziek bestond, sloot naadloos aan bij de dwarse tegencultuur van de existentialisten: keurig en burgerlijk was slecht, authenticiteit en vrij was goed. En welke muziek was daar beter geschikt voor dan de jazz? Deze ging immers dwars tegen alle regels van de klassieke muziek in. Improviseren dat was de ultieme vrijheid. En nog steeds.

Voor de hipster is jazzvinyl ook je-van-het. Miles en Coltrane klinken uitstekend op een retro-platenspeler. Maar luisteren naar nieuw talent kan natuurlijk ook: Kamasi Washington of Ibrahim Maalouf.

Café

Het café. Tja, natuurlijk, geen existentialist zonder café. Bij Sartre en De Beauvoir waren de favorieten: Café de Flore, Les Deux Margots en Bar Napoléon. Jarenlang sliep het duo in goedkope hotels in Saint-Germain, overdag waren ze in diezelfde buurt te vinden in het café.

Belangrijke reden: het was daar warmer dan in de hotelkamer. En nog belangrijker: het contact dat beide filosofen, schrijvend aan hun grote werken, hadden met andere denkers, kunstenaars en studenten. Kortom, ze wilden aandacht.

Dat is waar het de hipster van nu ook om gaat. Er wordt tegenwoordig heel wat gezamenlijk afgetypt op een MacBook in de koffiehuizen onder het genot van een espresso of een mocha light frappucino terwijl de racefietsjes buiten geparkeerd staan.

Alleen: veel hipsters zijn vooral gericht op hun eigen creatieve uitingen en de successen die zij daarmee op sociale media genereren. Zij denken zo uit te dragen wat Sartre propageerde: ik ben mijn eigen vrijheid.

Maar niets is minder waar. Sartre zou diep ongelukkig worden van het huidige navelstaarderige individualisme. Volgens hem moet je keuzes maken alsof je kiest voor de hele mensheid. Verantwoordelijkheid betekende in zijn ogen engagement: betrokkenheid bij de wereld.

Het is raadzaam om een keer ‘L’existentialisme est un humanisme’ te lezen. Daar past dan uiteraard een abrikozencocktail en een sigaret bij, in plaats van de zoveelste gin tonic of soya flat white.

Vrije liefde

Als mens moet je je niet vastleggen, zeker niet in de liefde. Toch bleek uit een onderzoek in 2010 onder 2.300 Nederlandse jongeren dat het merendeel trouw was aan zijn of haar partner, ook al beweerde zestig procent er niet in te geloven dat de mens van nature monogaam is. Dat schuurt.

Volgens De Beauvoir – die meerdere affaires had en ook de lesbische liefde kende – zagen vrouwen zichzelf vooral als object van aantrekkingskracht voor de man. Vrouwen leefden een groot deel van hun bestaan in, wat Sartre noemde, ‘kwade trouw’. En mannen waren wat betreft de liefde ook niet eerlijk tegenover zichzelf.

De open relatie tussen Sartre en De Beauvoir was daarom niet alleen een persoonlijke afspraak, maar vooral ook een filosofische keuze. Het burgerlijk huwelijk vonden ze onzinnig, toewijding aan partner en kinderen en de rolverdeling tussen man en vrouw stond authentieke vrijheid in de weg.

Lees nog eens ‘Le Deuxième Sexe’ erop na. Of een deel van ‘Les chemins de la liberté’. Dan wordt duidelijk dat authenticiteit – écht eerlijk zijn zonder angst of excuses – bijzonder lastig is.

De Existentialisten. Filosoferen over vrijheid, zijn en cocktails. Sarah Bakewell, Uitgeverij Ten Have, 464 blz., € 29,99