Veiligheidsdienst BVD? Die kon wel weg volgens Ien Dales

PvdA-politica Ien Dales wilde in 1989 de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) opheffen. De dienst, de voorganger van de AIVD, was volgens haar niet meer nodig door de sterke afname van de communistische dreiging uit het Oosten.

Toenmalig minister Ien Dales van binnenlandse zaken bij een bezoek aan Uithoorn. Foto Hans Steinmeier / ANP

Dales deed haar suggestie tot opheffing in november 1989 (de maand waarin de Muur viel) als minister van Binnenlandse Zaken tegenover het toenmalig diensthoofd Arthur Docters van Leeuwen. Die had eerder een andere overheidsdienst uit de Koude Oorlog opgeheven: de dienst Bescherming Bevolking.

Moest Docters niet hetzelfde doen met de BVD, vroeg Dales.

De laatste praatte de minister het idee uit het hoofd, schrijft de historicus Constant Hijzen in zijn proefschrift over de geschiedenis van de inlichtingendiensten waarop hij deze woensdag in Leiden promoveert. Docters vond dat „je niet tot afschaffing moest overgaan als je er niet absoluut zeker van was dat je deze dienst op termijn niet meer nodig had”, schrijft Hijzen op basis van archiefonderzoek. Ook ontraadde Docters de minister het naar huis sturen van „mensen met geduld, met een dubbele natuur, mensen die als [de dichteres] Vasalis door dingen heen konden kijken.” De dienst kon met aanpassingen voortbestaan, taxeerde Docters.