Column

Ooit slaaf, nu in de gevangenis – is er wel iets veranderd?

De nieuwe documentaire van regisseur Ava DuVernay, die doorbrak met Selma, haar speelfilm over Martin Luther King, kwam niet in de bioscoop, maar ging meteen naar Netflix. Zo bereikt The 13th, een felle aanklacht tegen het Amerikaans justitieapparaat dat een buitenproportionele hoeveelheid zwarte mannen opsluit, waarschijnlijk een breder publiek dan in de bioscoop. Maar de film krijgt ook minder aandacht. Jammer, want met The 13th bewijst DuVernay – na drie speelfilms – dat ze ook met een documentaire uit de voeten kan.

Met archiefbeelden, animaties en een keur aan zwarte onderzoekers, politici en intellectuelen laat ze zien hoe onevenredig nadelig het justitiesysteem uitpakt voor veel zwarte Amerikanen. Het Amerikaanse rechtssysteem straft hard en onbarmhartig. Amerikanen vertegenwoordigen 5 procent van de wereldbevolking, maar 25 procent van het aantal gevangenen op de planeet. Een op de vier zwarte Amerikaanse mannen komt tijdens zijn leven in de gevangenis terecht. Zaken komen vaak niet voor de rechter, maar worden afgehandeld met een deal tussen de aanklager en de advocaat.

The 13th is een film in de activistische, opiniërende school van Michael Moore. Dat levert een directe, meeslepende film op, maar er gaat ook een hoop nuance verloren. Is de criminalisering van de zwarte bevolking werkelijk louter en alleen de directe voortzetting van de slavernij en segregatie met andere middelen?

Dat is namelijk de voornaamste stelling van DuVernay in The 13th, die ze ontleent aan de veelbesproken studie The New Jim Crow van activist en rechtsgeleerde Michelle Alexander – ook een van de voornaamste sprekers in de film. De vraag of de oververtegenwoordiging van zwarte mannen in de gevangenis ook te maken heeft met de oververtegenwoordiging in de criminaliteit – en hoe dat dan weer samenhangt met armoede – blijft onbesproken.

De ‘war on drugs’ is niet de enige oorzaak. Jurist James Forman van Yale heeft erop gewezen dat de helft van alle gevangenen niet zit voor drugs maar voor geweldsdelicten. Amerika’s volledig uit de hand gelopen drang tot repressie en zware straffen wordt in de film vooral toegeschreven aan de rechtse presidenten Nixon en Reagan, later gesteund door de ‘nieuwe’ Democraat Bill Clinton, die daarmee vooral witte stemmen wilden winnen. Maar er wás inderdaad een sterke toename van zware criminaliteit in de jaren zeventig, en ook veel zwarte politici steunden toen zwaardere straffen, liet Forman zien. Ook de zwarte gemeenschappen leden onder de toegenomen criminaliteit. Neem criminaliteit serieus, én neem het probleem van discriminatie en racisme serieus, lijkt de nogal voor de hand liggende conclusie. Maar juist dat blijkt in het huidige Amerika, dat tot op het bot verdeeld is, godsonmogelijk te zijn.