Onderwijs

Met digitaal dedain voor de leraar krijg je geen hoogopgeleiden voor de klas

De leraar hoeft niet even goed in informatietechnologie te zijn als de leerling. Zij bieden kennis, voor innovatie door leerlingen, schrijft Karin den Heijer.

Anp foto, Marcel Antonisse

Als ik mijn inbox mag geloven, ben ik een slechte leraar. Ik ga anders om met informatietechnologie dan een leerling. Ik moet vernieuwend zijn, innovatief, want ‘de wereld verandert’. Mij lijkt dat geen goed idee. Leraren en leerlingen mogen dan wel in het zelfde klaslokaal zitten, hun eigenschappen en doelen verschillen.

Mijn leerlingen en ik fietsen dezelfde route naar school. Ik fiets naast ze, in een parallel universum. Zij doen alsof ze mij niet zien en ik doe alsof ik niet besta voor ze. Zij zijn bezig met hun repetitie biologie en ik ben bezig met mijn les. Op een dag realiseerde ik me dat ik geen leerlingen meer tegenkwam. Waar waren ze gebleven?

Ik moest denken aan mijn studie Chemische Technologie. Daar maakte ik kennis met het verschijnsel dat vaste deeltjes zich onder geschikte omstandigheden kunnen gedragen als vloeistof. In de industrie wordt een ‘fluidized bed’ gebruikt voor chemische reacties, waarbij gas als grondstof wordt gebruikt. Een reactor met gas en zwevende korreltjes ziet er net zo uit als een bubbelbad.

Leerlingen lijken op vaste deeltjes. Als er veel van zijn, gedragen ze zich net als water. Ze zoeken ze altijd de kortste weg. Wat bleek: de fietstunnel onder het Centraal Station was na jaren weer geopend. De stroom leerlingen had zich verplaatst. Die nieuwe route scheelt mij elke dag vijf minuten fietsen en voert mij bovendien langs het prachtige nieuwe Centraal Station van Rotterdam.

Leerlingen zijn als water, leraren zijn als stroop. Leraren zijn trager dan leerlingen, houden van andere muziek en weten minder van sociale media. Leraren lopen achter. Hoe erg is dat?

Pseudofilosofisch

Er zijn lieden die ons voorspiegelen dat dat een groot probleem is. “ICT hoort tot in de haarvaten verweven te zijn met het onderwijs”, meldt onderwijsadviesbureau KPC. “ICT-gerichte leraren hebben een meer open levenshouding”, lezen we op de website van Kennisnet, publieke organisatie voor onderwijs en ICT. “Leraren zijn bang om de controle te verliezen”, staat in een onderzoek uitgevoerd in opdracht van Samsung. “Leraar schaamt zich voor digitale skills”, orakelt de Telegraaf deze maand. De media lusten er wel pap van.

Dat leraren zich schamen voor hun digitale vaardigheden is in geen enkel onderzoek aangetoond. Borrelpraat dus. De OECD publiceerde vorig jaar een analyse: er zijn geen positieve effecten aangetoond van ICT in klas. Mogelijk wel negatieve.

Maar feiten doen er kennelijk niet toe. Onbewezen zaken worden laatdunkend aangeprezen. Met pseudofilosofische nonsens – en dedain voor de leraar - krijgen we zeker geen hoger opgeleiden voor de klas. Leraren hoeven niet dezelfde eigenschappen als hun leerlingen te hebben. Leraren bezitten kennis. Zij zorgen ervoor dat leerlingen talen en wiskunde beheersen, weet hebben van geschiedenis en de wet van Archimedes begrijpen. Zij geven innovatieve jonge mensen een uitstekende basis voor de veranderende wereld.

Leer kinderen fietsen, dan vinden zij zelf een nieuwe route. En wanneer de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs gemoderniseerd worden, leidt die weg onze ICT-kids misschien wel naar het leraarschap.

Karin den Heijer (ir. chemie) is docent wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium en bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland.