Cultuur

Interview

Interview

Mee met de belangrijkste Nederlander in Europa

Dirk Jan Roeleven De Nederlandse filmmaker Roeleven volgde anderhalf jaar lang Eurocommissaris Frans Timmermans. Het resultaat is een somber stemmende film over de Europese Unie.

‘Wil je mijn geheimpje zien?’ Dirk Jan Roeleven rommelt in zijn tas en haalt een piepklein zwart doosje tevoorschijn. Een GoPro die je op een fietshelm of op een dashboard verwacht, maar waarmee Roeleven een documentaire schoot, De Europeaan, over het Brusselse reilen en zeilen van Frans Timmermans. „Ik werkte ook met een cameraploeg, maar dat gaf vaak gedoe met beveiliging en detectiepoortjes”, zegt Roeleven. „Dit ding past in mijn broekzak. Ik ben hier eigenlijk tegen: cameraman is écht een vak apart, en ikzelf ben helemaal niet zo’n goede filmer. Maar ik kon door dit apparaatje wel héél dichtbij komen.”

Van het kantoor van VN-baas Ban Ki-moon, tijdens topoverleg achter gesloten deuren, tot in de keuken van Timmermans, waar de nummer twee van de Europese Commissie in korte broek en sandalen spinazie staat te prakken. Van de hotelkamer waar hij uitrust met een biertje en voetbaluitslagen naspeurt, tot het karaoke-feestje met medewerkers, waar Timmermans en zijn dan elfjarige zoontje losgaan op The Beatles. Van confrontaties met de Turken („Je moet gewoon hard tegen ze zijn”) tot frustraties over Nederland („Na de lof komt altijd weer de kritiek”). Roeleven: „De afspraak was: we filmen gewoon, en als iets echt niet kan dan praten we er later over. Ik had geen zin in discussies vooraf. Dan mis je alles.” Timmermans sprak na afloop nergens zijn veto over uit.



 

Voor de Commissie was het filmavontuur flink slikken. ‘Brussel’ is ieders favoriete boksbal, en een batterij woordvoerders waakt verbeten over het eigen imago. Pottenkijkers? Loslopende journalisten? Liever niet. Ook Timmermans stond niet meteen te juichen toen Roeleven hem eind 2014 benaderde met het idee voor een documentaire ‘achter de schermen’. „Ik kan mezelf niet meer zien op tv”, was zijn eerste reactie. Timmermans kijkt niet graag naar zichzelf en naar zijn „kromme benen”, zoals hij ze zelf noemt. Ook nu de film klaar is, en met de première in aantocht, heeft hij nog niks willen zien. Waarom dan toch meedoen? Omdat de film, zo zei Timmermans tegen Roeleven, ook „een mooie kans biedt om eens te laten zien hoe Brussel werkelijk werkt” – en, wie weet, de euroscepsis wat te temperen.

Het resultaat is een zonder meer boeiend, maar ook somber stemmend inkijkje in de Europese keuken. Met een hoofdrolspeler die vol overgave duwt („Dit is geen oefenwedstrijd!”), terwijl de stortvloed aan tegenspoed – vluchtelingencrisis, Brexit, Oekraïne – wijst op stilstand. „We moeten weer iets fixen”, verzucht Timmermans op de ochtend na het Britse EU-referendum, in zijn gele hesje, want hij wilde net naar de Commissie fietsen. Eenmaal daar gaat de iPod aan en klinkt Waitin’ on a sunny day van Bruce Springsteen, zijn grote held.

Maar behalve deze Timmermans, die in alle opzichten een ongewoon, enerverend leven leidt, is er die andere, die juist zo gewoon mogelijk wil zijn en „erbij wil horen”, zoals hij het zelf zegt. De man die zijn zoon naar atletiek brengt, met Roda JC-sjaal om op de tribune zit te brullen, in New York tussen alle hectiek door sportschoenen zoekt voor zijn dochter en die, eenmaal in Brussel, heimwee heeft naar de stamkroeg in Heerlen. „Hij begint de dag met De Limburger, niet met de Financial Times”, zegt Roeleven.

U keek anderhalf jaar mee. Is uw beeld van Europa veranderd?

„Ik dacht bij Brussel vooral aan lunchen, laat beginnen, vroeg naar huis en heel veel geld verdienen. Maar tijdens de vluchtelingencrisis zag ik hoe iedereen zich dag en nacht kapot werkte. De passie, de toewijding – het was mooi om te zien en het was oprecht. Het hoofdgebouw van de Commissie, het Berlaymont, blijft natuurlijk vreselijk. Die gangen zijn geestdodend.”

Maar bent u optimistischer geworden?

„Nou nee. De Commissie wordt als politieke factor niet erg serieus genomen, is mijn indruk. Lidstaten voeren vaak niet uit wat ze eerder zelf onderling hebben afgesproken, zoals in de vluchtelingencrisis. In een van de scènes hoor je het Timmermans ook tegen ministers zeggen: ‘Hoe kunnen wij ons werk doen, als jullie je werk niet doen?’ Het is dweilen met de kraan open, en ik zou er absoluut niet tegen kunnen. Je ziet Timmermans in de documentaire ook steeds somberder worden. Na de Brexit merkte je echt dat de lol er bij hem een beetje af was. Mij geeft die gebeurtenis gek genoeg weer wat hoop. Het is voor de EU een gigantische wake-up call.”

Was het ook wel eens gewoon gezellig?

„Jazeker, maar de telefoon zit wel aan zijn hand geplakt, ook als hij langs de atletiekbaan staat. Hij wil altijd overal van op de hoogte zijn. Overigens ook van de voetbaluitslagen. En hij is niet de enige: voetbal is in Brussel echt hét diplomatieke smeermiddel, zo lijkt het wel. Er wordt in de film voortdurend over gekletst. Even elkaars clubs de maat nemen, even levellen, even de jongetjes uithangen – en dan kan iedereen weer verder.”

Hoe heeft u Timmermans warm gekregen?

„We delen een passie: wielrennen. Op 6 mei 2009 verscheen mijn boek De Nieuwe Fiets. Dat is toevallig ook zijn verjaardag. Timmermans, toen nog staatssecretaris Europese Zaken, kreeg het boek cadeau van zijn secretaresse. Kort daarop kreeg ik een hele mooie brief van hem, van wielerfan tot wielerfan. Zo is het begonnen. Later maakte ik de documentaire Nieuwe Helden, over wielerploeg Argos-Shimano. Timmermans sprak op de première. Barbara Truyen, hoofd documentaires van de VPRO, zat in de zaal en toen Timmermans naar Brussel ging, kreeg zij het idee om hem te volgen. ‘Beginnen met filmen als de normale camera’s uitgaan.’ Net als in Nieuwe Helden.”

Timmermans was niet superenthousiast.

„De film mag niet over mij gaan, stelde hij als eerste voorwaarde. ‘Het moet over Europa gaan.’ Maar dat kon natuurlijk niet. Hij was nou net het vehikel waaraan we Europa wilden ophangen. Dat begreep hij. Zijn tweede eis: de mensen uit zijn kabinet mochten geen schade ondervinden. Dat vond ik wel redelijk. Zij hebben er niet om gevraagd om gefilmd te worden. In het begin zijn we vaak zonder camera langs gegaan, om uit te leggen dat we geen stampij kwamen maken, maar een serieuze documentaire. Laten zien dat je er niet op uit bent om mensen te naaien, maar oprecht geïnteresseerd bent – dat is wel een belangrijk ding.

„Met iets minder geluk was de documentaire er misschien nooit gekomen. Op 8 oktober 2014 hoorde ik dat hij ’s avonds bij Pauw zat, dus ik appte of ik vooraf even langs kon komen. Ik wilde duidelijkheid. Gaan we het doen of niet? Om 10 uur ’s avonds hield ik een elevator pitch. Binnen drie minuten was het geregeld. Een uur later zat hij bij Pauw aan tafel en barstte die mondkapjes-affaire los. [Timmermans suggereerde op tv dat een slachtoffer van vlucht MH17 niet direct was gestorven].

„Godzijdank had ik zijn toezegging toen al op zak. En ik moet zeggen: al had hij lang niet altijd zin, hij is ons blijven ontvangen, tot de allerlaatste dag. Dat vind ik ongelooflijk. Ik denk dat veel politici gaandeweg zouden hebben gezegd: zoek het maar uit, laten we er maar mee ophouden.”

U maakt hem in de film opnieuw boos met dat mondkapje. Waarom raakt hem dat zo?

„Timmermans kan heel veel hebben – kijk alleen maar naar de reacties op zijn Facebook, ik zou echt allang zijn gestopt. Maar hij kan er niet tegen als zijn integriteit in twijfel wordt getrokken. Hij had het gevoel dat ‘die zure Pauw’, zoals hij het zegt, hem erin had gelokt.”

Hij wilde troost bieden na het neerhalen van MH17, maar het werd uitgelegd als dikdoenerij.

„Ja, en ik verwoord op dat moment zijn grootste angst. Daarom ergert hij zich aan mijn vragen. ‘Het voelt niet goed hoe je dat zegt.’ Timmermans is niet bang om zijn nek uit te steken. Hij vecht voor zijn overtuigingen, op het eigenwijze af. Maar hij is óók bang voor de eenzaamheid waartoe dit kan leiden. Daar is hij heel eerlijk over.”

Veel mensen denken dat hij ijdel is.

„Dat is wat iedereen altijd roept: ijdel en narcistisch! Dat snap ik niet. Ik heb nog nooit een politicus ontmoet die niet voor de camera wil staan als er eentje in de buurt is. Alle politici zijn ijdel. Ik vind Timmermans eerder bescheiden. Hij is niet iemand die steeds op de voorgrond wil dringen. Als hij met Merkel een Turks vluchtelingenkamp bezoekt, is het de beveiligingsman die hem zachtjes richting de camera’s maant: ‘Wilt u niet dichter bij de bondskanselier staan?’ Timmermans zegt vriendelijk nee. Zijn geldingsdrang is wel groot. Hij wil overtuigen, ergens voor staan. ‘Ik heb liever dat ze me ijdel vinden dan dat ze geloven dat ik niet deug’, zegt hij daar zelf over. En ik geloof dat. Om uiterlijkheden geeft hij helemaal niets. Ongeschoren, korte broek – het deerde hem niet.

Timmermans’ mensen moesten wennen.

„Ja, maar al snel werd het een sport om mij overal mee naar binnen te krijgen. Ik kreeg tips: niet zo lachen, strak kijken, hard doorlopen, nooit stoppen. Met een dossier onder de arm doen alsof je Timmermans aan het briefen bent. Een beetje in je kraag praten, alsof je een beveiliger bent. Europees ‘president’ Donald Tusk begon me zelfs handjes te geven, omdat hij me steeds zag rondlopen. Die gast met z’n oranje stropdas.”

Documentaire De Europeaan, over ‘onze man’ in Brussel Frans Timmermans, gaat op zaterdag 19 november in première op het IDFA-festival. De tv-uitzending is maandag 21 november, 20.25u, VPRO, NPO 2.