Recensie

‘Kleine blonde dood’ blijkt veertiger met bril

‘Slappe hap! Ik had dit niet willen weten!” Matthijs van Nieuwkerk raakte geagiteerd maandag in De Wereld Draait Door (NPO 1). Zijn gasten kwamen nauwelijks aan het woord, zo zeer wond hij zich op over twee ontluisterende boeken. Niet omdat hij het geen geweldige boeken vond – natuurlijk vond hij het geweldige boeken – maar omdat hij zich verraden voelde door de leugenaars die erin ontmaskerd worden.

De ‘slappe hap’ zat er zelf bij. Ex-wielrenner Thomas Dekker, die zijn memoires Mijn gevecht liet optekenen door journalist Thijs Zonneveld. Vreemd genoeg wond Van Nieuwkerk zich niet zozeer op over het grootschalige dopinggebruik dat aan bod komt, maar over de onthullingen dat Dekker masturbeerde in een hotelhanddoekje met een kamergenoot en tijdens de Tour de France Oost-Europese meisjes bestelde en daarom te laat naar bed ging. Van Nieuwkerk vond dit een verraad aan de liefhebbers die hem hadden toegejuicht. Dekker had zijn best niet gedaan. Althans, niet op de sport.

Het andere boek waarover hij zich opwond, was Boud. Het verzameld leven van Boudewijn Büch. Biograaf Eva Rovers kwam nauwelijks aan het woord, zozeer was Van Nieuwkerk hier vol van. Schrijver en tv-maker Büch (1948-2002) was een veel grotere leugenaar dan Dekker. De wielrenner wilde kampioen worden en loog daarom over de middelen. Büch pakte het grootser aan: om zijn hele levensverhaal kun je wel aanhalingstekens plaatsen. Pedoseksueel, miljonair, academicus, als kind in een gekkenhuis gezeten; allemaal gelogen. Bij het boek hoort de documentaire Boudewijn Büch: Verdwaald tussen feit en fictie (Het uur van de wolf, NPO 2) van Leo de Boer. Die gaat vooral over Büchs grootste leugen: zijn overleden kind. In werkelijkheid had Büch geen zoon. Het kind van een vriendin, dat hij als zijn zoon presenteerde, blijkt ook geenszins overleden. ‘De kleine blonde dood’ leeft en is nu een veertiger met een bril en een terugtredende haargrens. In de documentaire zegt de ‘zoon’: „Ik heb mensen ontmoet die om me hebben gerouwd. Die een urn hebben betaald voor mij. Maar dat heb ik toch nooit geweten?” In DWDD vergoelijkt journalist Frits Barend de leugens. Büch was toch schrijver, zo redeneert hij. Dan is verhalen verzinnen je werk, je leven. Van Nieuwkerk wijst erop dat je daarom nog geen vrienden mag belazeren. Fictie is een afspraak tussen lezer en schrijver. De lezer weet, als hij een roman ingaat: voorbij dit bordje doen we net alsof het echt gebeurd is. Wanneer de schrijver dat er niet bij zegt, is het gewoon liegen. Je hoeft Büch niet te vergoelijken om te willen weten wat er achter die leugens zat. Volgens Rovers klopten de feiten niet, maar het gevoel erachter wel. Büch verzon dus verhalen bij hoe hij zich voelde. Tegelijk was het een harnas tegen de werkelijkheid, en een manier om zichzelf interessant en geliefd te maken. Soms zat de manische mythomaan er zelf mee, zo blijkt uit een dagboekfragment: „Ik vraag me telkens af hoe lang dit moet duren. Een wereld verzinnen om mezelf waar te maken. Het maakt me kapot.”

Wilfred Takken vervangt Hans Beerekamp.