IS bulldozert historische ziggoerat de Tigris in

De inmiddels weggebulldozerde ziggoerat van Nimrud in betere tijden (2009). Op de top staan militairen. Foto Mary Prophit

Bij hun opmars naar het IS-bolwerk Mosul hebben Koerdische en Iraakse troepen inmiddels de ruïnes van de oud-Assyrische hoofdsteden Khorsabad en Nimrud onder controle gekregen. In Nimrud blijken vandalen al in september de ruim 2800 jaar oude antieke tempeltoren te hebben verwoest, het belangrijkste archeologische erfgoed in deze plaats ten zuiden van Mosul.

Het Iraakse leger, dat sinds half oktober naar Mosul oprukt en de resten van Nimrud al was gepasseerd, heeft de ruïne afgelopen weekend definitief veiliggesteld. Dat de antieke resten zwaar waren beschadigd, komt niet als verrassing. Al in 2015 kondigde IS aan om Nimrud, zo’n 30 kilometer ten zuiden van Mosul, met bulldozers te zullen vernietigen. Het afgelopen voorjaar werd duidelijk dat ook het paleis van de Assyrische koning Assurnasirpal II (r.883-850 v.Chr.) al op dezelfde wijze is gesloopt. Inmiddels blijkt uit satellietbeelden dat in september ook de tempeltoren van Nimrud, de ziggoerat, is verwoest. De antieke tichels en bakstenen lijken met bulldozers te zijn geschoven in de nabijgelegen rivier, de Tigris.

Lees ook: Strenge, maar soepele meesters over de heerschappij van de Assyriërs.

Nimrud is de stad waar de Assyrische koningen in de negende en achtste eeuw resideerden als ze niet op veldtocht waren. Geleidelijk breidden ze hun machtsgebied uit, tot ’s werelds eerste echte imperium rond 670 v.Chr. heel het Midden-Oosten besloeg. Het Assyrische Rijk was een van de grote rijken uit de lange geschiedenis van het Midden-Oosten. Het werd opgevolgd door het Nieuw Babylonische (ca. 600 voor Christus) en daarna door het Perzische Rijk (ca. 500 v. Chr).

 Iraqi State Board of Antiquities & Heritage / Diane Siebrandt

De noordwestelijke poort van de ziggoerat in Nimrud, in 2008. Iraqi State Board of Antiquities & Heritage / Diane Siebrandt
 

Geen piramide maar een tempeltoren

Een ziggoerat, zoals die door IS nu vernietigd is, is een tempeltoren. Hoewel een ziggoerat lijkt op een Egyptische piramide, is het geen koningsgraf maar een tempel, die eventueel ook dienst kon doen als waarnemingsplatform voor astronomen. Omdat het gaat om een kunstmatige berg van tichels en bakstenen, zullen in een ziggoerat geen kunstvoorwerpen worden aangetroffen die op de zwarte markt te gelde gemaakt kunnen worden gemaakt.

Foto Sinan Salaheddin

De noordwestelijke Nimrud poort in november 2016.

 

De tempeltoren in Nimrud, die even oud was als het paleis van Assurnasirpal II – ruim 2800 jaar dus – mat aan de basis 61 bij 61 meter en was oorspronkelijk ook 61 meter hoog. Het monument heeft de afgelopen negenentwintig eeuwen veel te lijden gehad van weer en wind, maar desondanks was de ruïne tot voor kort nog altijd 43 meter hoog.

Daarmee was dit het belangrijkste monument in Nimrud, dat op zijn beurt weer als een van de belangrijkste archeologische opgravingen gold in Noord-Irak. De stad, die in het Assyrisch Kalhu heette, is gesticht in de dertiende eeuw v.Chr. op de plaats waar de rivier de Zab uitstroomt in de Tigris. Zo’n vier eeuwen later maakte Assurnasirpal de stad tot zijn residentie.

Nimrud werd daarbij geheel vernieuwd. Archeologen hebben diverse monumentale gebouwen geïdentificeerd, zoals tempels, paleizen en een stadsmuur met een lengte van acht kilometer. Assurnasirpal financierde de herbouw van Nimrud met de buit van zijn succesvolle veldtochten. In het westen stak hij de Eufraat over, waarmee hij Assyrië in contact bracht met de Mediterrane wereld. De veroveraars deporteerden daar een deel van de plaatselijke bevolking, zoals de kunstenaars die ze in Nimrud te werk stelden. Hoewel eerdere koningen ook al reliëfs hadden laten maken met afbeeldingen van jachtpartijen, gevechten en triomftochten, was de kwaliteit van de reliëfs die de gevangen kunstenaars maakten in Assurnasirpals nieuwe hoofdstad aanzienlijk hoger.

@

Resten van de noordwestelijke Nimrud-poort in november 2016. 

 

De nieuwe hoofdstad Khorsabad

Nimrud bleef niet de hoofdstad van Assyrië. Koning Sargon II (r.721-705) verplaatste zijn residentie naar Khorsabad, het antieke Dur-Sharukkin. Zijn opvolger Sanherib verplaatste de hoofdstad opnieuw, dit keer naar Nineve (het huidige Mosul). De afgelopen weken lagen de ruïnes van Khorsabad in de frontlinie; uit satellietbeelden blijkt dat de Koerdische Pershmerga’s op de ruïnes een militaire uitkijkpost hebben gebouwd.

Plundering

Er is veel bewijs dat IS zich in Noord-Irak op grote schaal heeft overgegeven aan vandalisme en plundering. Dit lijkt zelfs systematisch te gebeuren: toen Amerikaanse Special Forces vorig jaar beslag legden op IS-buit, troffen ze handboeken kunstgeschiedenis aan, waaruit bleek dat de plunderaars op zoek waren naar voorwerpen die ze op de zwarte markt konden verkopen.

De wetenschappelijke schade aan antieke hoofdsteden als Nimrud en Khorsabad valt ondanks de systematiek van de plundering te overzien, omdat de ruïnes voor een groot deel zijn gefotografeerd en ingetekend. Ook zijn veel voorwerpen overgebracht naar westerse musea, waar ze veilig zijn.

Bekijk de fotoserie van het verwoeste Nimrud

Onbekende vindplaatsen

Veel schadelijker is de plundering – niet alleen door IS in Noord-Irak, maar ook in landen als Syrië, Libië en Egypte – van de niet-gedocumenteerde vindplaatsen. Verschillende voorwerpen zijn opgedoken in collecties in de westerse wereld en worden momenteel door onder andere de FBI onderzocht.

Bij de plunderingen lijkt het vooral te gaan om materieel gewin, maar bij vandalisme lijken overwegend religieuze motieven een rol te spelen. Als de plunderaars van IS hun kunstgeschiedenisboeken werkelijk hebben bestudeerd, moeten ze hebben geweten dat de ziggoerat van Nimrud geen verkoopbare buit zou opleveren. Dit vandalisme zal dus zijn bedreven uit afkeer van niet-islamitische religies.

Tot de andere monumenten die de laatste jaren aan vandalisme ten prooi zijn gevallen, behoren dan ook kerken van de Noord-Iraakse christenen. Sommige beschadigde heiligdommen zijn, sinds het offensief naar Mosul is begonnen, weer in gebruik genomen voor de eredienst.