Interview

Het einde van het eerste Marokkaans-Nederlandse lifestyle-magazine

Tijdschrift

Iedereen was wit in de glossy’s die Hoda Hamdaoui graag las. Dus bedacht ze een blad voor Marokkaans-Nederlandse vrouwen. Het werd geen succes.

Ze staat zelf op de cover van het laatste nummer: strijdbaar, sterk, bokshandschoenen aan haar handen. Hoda Hamdaoui (Al Hoceima, 1974) begon vijf jaar geleden het eerste lifestylemagazine over Marokkaans-Nederlandse vrouwen: hoda magazine. Ze was zelf altijd al gek op mooie bladen, maar zag nooit zichzelf terug in een glossy. Iedereen was wit. Zij wilde de 80.000 Marokkaans-Nederlandse vrouwen tussen zestien en veertig in Nederland, die bladenmakers links laten liggen, wél bereiken.

Nu, vijf jaar en een flinke stapel hoda’s verder, stopt u. Waarom?

„Ik ben trots op het blad, maar financieel was het geen succes. Ik kan niet van de opbrengst leven. Ik was hoofdredacteur maar moest ernaast ander werk doen om geld te verdienen. Dat was niet vol te houden.”

Kon u de 80.000 Marokkaans-Nederlandse vrouwen bereiken?

„Het blad was bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in de Marokkaanse cultuur, het land, de keuken en de mode. Maar Marokkaans-Nederlandse vrouwen vormen een belangrijke doelgroep. Ik had niet de middelen om het breed in de markt te zetten. Dus bereikte ik lezeressen vooral via Facebook en op lifestylefeestjes. Het duurde even voordat het magazine gemakkelijk te krijgen was. In het begin waren er maar negen verkooppunten in Nederland.”

Vond u het leuk werk?

„De inhoud bedenken wel. Ik wilde graag een blad maken waarin Marokkaans-Nederlandse meisjes, en ook jongens, zich zouden herkennen. Rolmodellen zijn er wel, maar in de andere media krijgen ze vaak geen podium. De ‘Meiden van Halal’, die een populair praatprogramma hadden en nu weer op tv zijn. Acteur Nasrdin Dchar, hoewel hij als een van de weinigen ook door witte media wordt gesproken. Acteur Achmed Akkabi stond op onze cover. Maar ook mooie Marokkaans-Nederlandse modellen terwijl andere bladen kiezen voor blond haar, blauwe ogen.”

Wat was minder leuk?

„Ik was niet alleen met de inhoud van het blad bezig. Ik was ook verantwoordelijk voor de marketing, het contact met de drukker en de distributie. Het drukken was het duurst en de distributie het lastigst. Ik heb de eerste twee jaar tachtig uur per week gewerkt. Ging ik eindelijk een week op vakantie, was ik alleen maar aan het mailen en skypen.

Hoe maak je een blad met zo weinig geld?

„Ik werkte niet low budget, maar no budget. Vooral met vrijwilligers en stagiaires. Ik vroeg van hen professionaliteit. Ik had geen keus. Maar dat is heel lastig als je iemand niet kunt betalen. Sommigen kwamen vooral om ervaring op te doen of een netwerk op te bouwen en gingen dan weer weg. Kon ik weer opnieuw beginnen.

„Het was een heel gemengd team. Vrouwen met Turkse, Tunesische, Antilliaanse, Surinaamse, Pakistaanse en Nederlandse wortels. Maar vooral Marokkaans-Nederlandse vrouwen. Die zijn best lastig. Ze vinden het heel interessant om bij een glossy te werken of stage te lopen. Lekker glamourous. Maar dan komen ze erachter dat die schitterende foto’s in een schuurtje worden genomen. En dat de kleding die de modellen dragen eerst op de fiets in de regen moet worden opgehaald. Door, juist ja, door hen.”

Zijn Marokkaans-Nederlandse meisjes verwend?

„Vind ik wel. Onze generatie heeft de nieuwe generatie verwend. Je bent hun grootste vriendin. Maar als je iets doet wat hen niet bevalt, ben je de ergste vijand. Daar moest ik enorm aan wennen. Zo sta ik niet in het leven.”

Het blad droeg uw naam. Waarom?

„Het klinkt wel lekker. En hoda betekent gids, de goede weg. Het is een naam die je niet vaak hoort, ook niet in Marokko. Lang niet alle Marokkanen kennen de betekenis. De naam was perfect voor het blad. Als ik Fatima had geheten, had ik het blad niet mijn eigen naam gegeven.”

Waarom gaat u niet digitaal verder?

„Dat zeggen velen. Ik vind het fijn om een blad in handen te hebben, het door te kunnen bladeren. Het te kunnen ruiken. Misschien ben ik ouderwets.”