Hondendrol

marcelroosmalen0

Op de stoep, recht voor het pad naar onze voordeur, lag een hondendrol. Een nogal fors exemplaar, lichtbruin gekruld. De buurman die bij de helpdesk van mijn ziektekostenverzekeraar werkt, had er toen ik aan kwam lopen zojuist een klein rood-wit-blauw vlaggetje ingestoken. Hij stond er naast met de armen over elkaar.

„Zo, dat is geen kleintje”, hoorde ik mezelf zeggen, want het was duidelijk de bedoeling dat ik er ook wat smerigs van vond. Ik trok er een vies gezicht bij.

„Wie gaat dit opruimen?”, vroeg hij zich af.

Hij gaf zelf het antwoord.

„Ik niet. Hij ligt bij jou voor de deur.”

Zo had ik nul problemen en zo had ik er twee: een hondendrol voor deur en een hoop sociale dwang om die te verwijderen.

Ik keek naar het vlaggetje dat hij erin had gezet en vroeg me af of hij die al in een keukenla had liggen of dat hij er speciaal voor naar een winkel was gefietst.

„Die heb ik een paar drollen geleden bij Kaas & Zo gekocht”, zei hij. „Zo wordt het probleem zichtbaarder. Ik hoop dat het afschrikt. Dat de eigenaar van de hond denkt: hé, ze hebben me in de smiezen.”

Terwijl ik de kinderwagen langs de drol manoeuvreerde zei hij: „Maar we krijgen ’m wel te pakken, ik houd alles in de gaten.”

„En dan?”, vroeg ik.

„Dan vouw ik de drol keurig in een krant en dat pakketje gooi ik bij hem of haar door de brievenbus. Een paar dagen later bel ik er samen met de wijkagent aan. Even kennismaken.”

Tot het zover focuste hij zich op het probleem dat er al lag.

De hondendrol voor mijn deur.

Mijn hondendrol dus.

„Wij hebben een afspraak”, zei hij, terwijl hij terug liep naar zijn eigen huis.

Eenmaal binnen vergat ik de drol, maar de volgende ochtend was hij weer helemaal terug. Bij het verlaten van het huis stapte ik er bijna in. De drol was een meter of vijf opgeschoven en lag inmiddels recht voor onze deur. Met niet een, maar twee rood-wit-blauwe vlaggetjes erin zodat ik meteen wist wie er achter deze actie zat.

Met twee kranten heb ik de drol met vlaggetjes opgepakt en het pakketje in een van de ondergrondse vuilcontainers aan de overkant van de straat gegooid. Toen het gedaan was stak ik mijn hand op. Ik zag niemand voor de ramen staan, maar het was ongetwijfeld gezien.