Het boek als hype

Sommige boeken worden met een waar bombardement van publiciteit op de verhoopte lezers losgelaten. Voorpublicaties, interviews met de schrijver, optredens in talkshows – het houdt niet op, of beter: het houdt pas op als het volgende boek aan de beurt is.

Het commerciële effect mag er zijn, getuige de bovenste drie van de huidige top-60 van de CPNB: 1. Judas van Astrid Holleeder. 2. Juliana van Jolande Withuis. 3. Johan Cruijff. Mijn verhaal.

De afgelopen dagen dienden zich alweer twee concurrenten voor de top aan: Boud, de biografie van Eva Rovers over Boudewijn Büch, en de autobiografie van de wielrenner Thomas Dekker. Beide schrijvers zaten in De Wereld Draait Door, Rovers verscheen nog dezelfde avond in een tv-documentaire over haar boek.

Ik begrijp de gretigheid van alle betrokken partijen. Als ik schrijver was van een van die boeken, zou ik ook al die publiciteit willen krijgen. En als ik uitgever was, zou ik ook voortdurend op de deur van DWDD kloppen. Ik heb een uitgever gekend die het programma haatte, maar als een blad aan de boom omdraaide toen ze bereid waren eindelijk een van zijn boeken te pushen - en met succes. Ook het belang van de programmamakers zie ik: gunstige kijkcijfers, vooral als het een boek is van of over een Bekende Nederlander.

Dat neemt niet weg dat de gelijkvormigheid van het aanbod mij als mediaconsument begint te ergeren. Het heeft iets gemakzuchtigs als de media zich steeds weer louter als etalage laten gebruiken. Bedenk eens iets anders dan het omhoog houden van een boek en „Prachtig! Prachtig!” roepen. Organiseer bijvoorbeeld een panel met kritische lezers en laat ze op het boek reageren, liefst in aanwezigheid van de schrijver. Ook kan het geen kwaad als de presentator zich wat polemischer durft op te stellen.

Die overvloedige aandacht voor bepaalde boeken kan voor de lezer nadelig zijn. Zo betrap ik mezelf erop dat ik weinig animo voel zulke breed aangeprezen boeken daadwerkelijk te lezen. Mijn nieuwsgierigheid is na al die publiciteit verdwenen, ik ken nu de kern van die boeken, ik weet hoe de schrijver over zijn onderwerp denkt en hoe wij er, volgens hem, over moeten denken.

De sappigste anekdoten keren tot vervelens toe in al die publicitaire uitingen terug. Ik heb nu al, zonder het boek zelfs maar gezien te hebben, tot drie keer toe moeten vernemen dat Thomas Dekker zich samen met een ploeggenoot aftrok bij een pornofilm en dat hij met een andere ploeggenoot kort voor de start van de Tour hoeren ontving; misschien is het onthutsend nieuws voor Mart Smeets en andere wielerromantici, maar mijn kijk op de wielersport – die corruptste aller sporten – wordt er niet wezenlijk door beïnvloed.

Vreemd. Juist in een tijd waarin de media geacht worden spoilers zoveel mogelijk te vermijden, gebruiken de schrijvers en uitgevers de publiciteit om de saillante aspecten van hun product voortijdig te onthullen. Akkoord, maar dan ook geen gezeur meer over spoilers.

Welk boek zal de volgende mediahype worden? Ik zie nu al uit naar het boek waarin Diederik Samsom beschrijft dat het eerste debat met Lodewijk Asscher meteen het einde betekende voor hun homo-erotische relatie, die was begonnen toen ze samen een pornofilm bekeken na afloop van de Troonrede. „Prachtig! Prachtig!”