Fiscus mag discrimineren

Aspirant-piloot J.J. de Lange voerde in zijn belastingaangifte over 2009 een aftrekpost van 44.057 euro op: de uitgaven die hij had gedaan in verband met de opleiding tot verkeersvlieger. Maar de Belastingdienst verlaagde de aftrekpost naar 15.000 euro, het maximum voor 30-plussers, zoals De Lange (destijds 32 jaar). „Verboden leeftijdsdiscriminatie”, vond De Lange. In hoger beroep legde de Hoge Raad zijn bezwaar voor aan het Europees Hof: mag Nederland volgens de Europese regels onderscheid naar leeftijd maken bij de vergoeding van opleidingskosten?

Ja, dat mag onder bepaalde omstandigheden, besliste het Hof vorige week. Vereist is dan wel, aldus het Hof, dat een verschil in behandeling op grond van leeftijd „objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel” en dat „de middelen voor het bereiken van dat doel passend zijn en niet verder gaan dan noodzakelijk is om het nagestreefde doel te bereiken”.

Nederland hanteert de drempel van 30 jaar om de toegang van jongeren tot opleidingen en hun positie op te arbeidsmarkt te bevorderen. Dat streven kan volgens het Hof alleszins als rechtvaardig worden beschouwd. Of de leeftijdsgrens van 30 jaar ook passend en noodzakelijk is, moet de Hoge Raad zelf beoordelen. Maar gegeven de „ruime beoordelingemarge” die EU-landen op het gebied van werkgelegenheidsbeleid toekomt, wijst alles daarop.

www.rechtspraak.nl: ECLI:EU:C:2016:850