Europese rechter biedt bibliotheken hoop

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht: uitlenen van e-books en fiscale aftrek van opleidingskosten.

Foto iStock

Bij uitlening door bibliotheken worden het papieren boek en het e-book in Nederland verschillend behandeld. Deugt dat wel? Die vraag kreeg het Hof van Justitie van de Europese Unie voorgelegd door de rechtbank Rotterdam.

Voor papieren boeken dragen bibliotheken ‘uitleenvergoedingen’ af aan de Stichting Leenrecht, een instantie die dit geld namens de overheid uitkeert en moet zorgen voor een billijke vergoeding aan de houders van de auteursrechten van het uitgeleende boek, zoals schrijvers, fotografen, en architecten.

Voor e-books sluiten de bibliotheken licentiecontracten af met de uitgevers. De uitgevers krijgen in ruil voor het uitlenen een vergoeding van bibliotheken.

In het ontwerp van de nieuwe bibliotheekwet die het kabinet voorbereidt, is dit onderscheid gehandhaafd. Zeer tot ongenoegen van de bibliotheken en de belangenorganisaties van auteurs (Stichting Lira en Stichting Pictoright). Zij laken de constructie voor digitale uitlening, omdat die de uitgevers te veel marktmacht en meer voordeel zou geven. Als uitgevers hun kosten hebben verrekend, zou er voor de auteurs weinig meer over zijn.

Maar, hoopgevend voor bibliotheken en auteurs, het Hof stelt dat het uitlenen van papieren boeken en e-books op hetzelfde neerkomt. Verder beklemtoont het Hof het belang dat Europese regels hechten aan „een hoog beschermingsniveau voor auteurs”. Volgens het Hof is daarom bij uitlenen veel te zeggen voor eenzelfde behandeling van papier en digitaal. Het is nu aan de rechtbank Rotterdam het geschil tussen bibliotheken en uitgevers te beslechten.

www.rechtspraak.nl: ECLI:EU:C:2016:856