Eerste slag tegen online nepnieuws

Nepnieuws

Facebook zegt dat het de strijd aangaat met sites die nepnieuws verspreiden. Hoe groot was hun invloed op de verkiezingen in de VS?

Afgelopen weekend bagatelliseerde Facebook-baas Mark Zuckerberg de invloed van zijn site nog. Foto Eric Risberg / AP

Won Donald Trump dankzij de massale verspreiding van nepnieuws op Facebook? Door massaal aangeklikte ‘nieuwsberichten’ dat de paus hem steunde, of dat de FBI-agent die Clintons e-mailaffaire onderzocht dood gevonden was?

Die kritiek op ’s werelds grootste sociale netwerk klonk vaak de afgelopen dagen. Sinds de zege van Trump lagen Facebook – en in mindere mate Google en Twitter – onder vuur om de veronderstelde invloed op de uitkomst van de presidentsrace.

In de ‘bubbel’ met gelijkgestemden die mensen om zich heen hebben verzameld, konden zulke artikelen zich als een lopend vuurtje verspreiden en zo kiezers misleiden, is de aanname. En dat zonder dat de sites zelf ingrepen. Afgelopen weekend bagatelliseerde Facebook-baas Mark Zuckerberg de invloed van zijn site nog. Die was verwaarloosbaar, vond hij. Maar dinsdag kondigden Google en Facebook alsnog maatregelen aan.

Lees ook de column van Marc Hijink: Facebook mag voor 1 procent liegen

Hoe groot is dit probleem?

Doordat niet te controleren is hoeveel mensen hun keuze voor Trump of Clinton maakten nadat zij nepnieuws voor waar hadden aangenomen, zijn er twee manieren om deze vraag te beantwoorden.

Ten eerste is er het bereik van sites met nepnieuws of politiek gekleurde berichten. Dat is groot: aan de Democratische zijde heeft bijvoorbeeld The Other 98% 3,5 miljoen ‘likers’ op Facebook. Right Wing News heeft er 3,4 miljoen. Dat is minder dan The Washington Post (4,8 miljoen), maar ook weer niet zo heel veel minder. En juist veel meer dan een betrouwbare titel als Politico (1,3 miljoen).

Buzzfeed controleerde in september een week lang drie Republikeinse en drie Democratische sites, die per stuk 600.000 tot 4,1 miljoen ‘likers’ hadden op Facebook. Respectievelijk 38 procent en 19 procent van de artikelen was op z’n minst gedeeltelijk onjuist, was de conclusie.

Dan is er nog een andere categorie: sites die zijn opgezet met het doel te profiteren van Facebook-gebruikers die artikelen willen delen die hun wereldbeeld bevestigen – waar of niet. Buzzfeed dook onlangs hierin, en ontdekte dat tieners in de Macedonische stad Veles (45.000 inwoners) meer dan honderd sites onderhouden die gericht zijn op de Trump-stemmer, door in het straatje van zijn aanhangers ‘nieuws’ te verzinnen. Als zo’n bericht veel ‘clicks’ binnenhaalt, verdienen ze geld met de advertenties die ernaast staan.

De tweede manier om in te schatten hoe groot dit probleem is, is op basis van het aandeel dat Facebook heeft in de nieuwsconsumptie van de Amerikaan. Dat is groot. Uit onderzoek van het Pew Research Center begin dit jaar, onder 4.600 respondenten, bleek dat 62 procent via sociale media op de hoogte blijft van nieuws; 44 procent via Facebook.

Wat is de maatregel?

Google en Facebook weren sites met nepnieuws voortaan van hun advertentieplatforms, maakten ze dinsdag bekend. Dat betekent dat Google zijn AdSense-advertentienetwerk niet langer ter beschikking stelt aan sites met nepnieuws. Facebook had al in zijn voorwaarden staan dat niet geadverteerd wordt bij sites met „misleidende of illegale” inhoud, en voegt nu „fake news sites” toe.

Geen grote stap: het gaat alleen om advertenties en het haalt alleen de economische drijfveer (deels) weg. Het onkruid wordt niet gewied; sommige hoekjes krijgen minder water.

Sites die om ideologische redenen een gekleurd beeld bieden, worden niet gestopt. Ook zijn die niet zomaar te kenmerken als nep. Een groot deel is waar; het gekleurde zit er vaak in het ene nieuws te negeren en het volgende op te blazen. Toch zijn de aankondigingen significant, omdat het voor het eerst is dat beide giganten zeggen expliciet de verspreiding van nepnieuws te willen tegengaan.

Is nepnieuws een nieuw verschijnsel?

Nee, maar de aard veranderde wel de afgelopen twee jaar. Caitlin Dewey schreef in 2014 en 2015 een wekelijkse column voor The Washington Post over nepnieuws dat de ronde deed op sociale media. Het begon met semi-onschuldige hoaxes, maar ze zag steeds meer nepnieuws over politieke onderwerpen. „Dat heeft twee redenen”, zei ze tegen NRC toen ze eind vorig jaar gedesillusioneerd stopte met de rubriek. „Ten eerste de polarisatie in de Amerikaanse politiek. Mensen geloven alleen nog gelijkgezinden en weigeren iets aan te nemen van de andere zijde. Het ontkrachten helpt niet eens. Ten tweede zijn er veel sites bijgekomen die het vooral doen omdat er geld mee kan worden verdiend.”

Lees ook over nepnieuwssites in Nederland: Het Leek Nieuws, Maar Je Gelooft Nooit Wat Er Toen Gebeurde

Waarom haalt Facebook dat nepnieuws niet gewoon weg?

Dat zou betekenen dat Zuckerberg zich bemoeit met wat mensen delen, en dat zegt hij niet te willen. Facebook zegt al jaren dat het een techbedrijf is, en geen journalistiek bedrijf.

Hij vertrouwt liever op het goede verstand van de gebruikers. Elke update kan worden ‘gerapporteerd’ (via het vinkje rechtsboven) als ‘opzettelijk nep of misleidend nieuws’. Doen genoeg mensen dat, dan verdwijnt het. Die optie bestaat nu twee jaar, en werkt dus niet om dit probleem op te lossen. De kans lijkt groot dat de nieuwe maatregel slechts het begin is in de oorlog tegen nepnieuws.