Een riskant appeltje voor de dorst

Beleggen

Wel of niet beleggen in aandelen? De ene expert vreest een bubbel, de ander ziet nog geen gevaar. Advies: spreid je risico’s.

Het advies van beleggingsveteraan Rob Labadie is wat radicaal. „Wat de particuliere belegger moet doen? Op zijn handen gaan zitten en het geld op de bank houden.” Labadie, werkzaam bij Momentum Capital, is er namelijk niet gerust op. De aandelenmarkten staan volgens hem te hoog. De verhouding tussen de koers van bedrijven en de winst die ze maken dreigt zoek te raken. „Ik vraag me af of er geen bubbel is.”

Het zijn bijzondere tijden. De rente staat op historisch lage niveaus en dat heeft ook flinke invloed op het gedrag van beleggers: zowel professionals als particulieren steken, op zoek naar rendement, steeds meer geld in aandelen.

Uit het laatste beleggingsonderzoek van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten blijkt dat de lage rente op hun spaarrekening een grote zo niet doorslaggevende rol heeft gespeeld bij driekwart van de mensen die onlangs zijn begonnen met beleggen. Van degenen die al langer beleggen, geeft 29 procent aan vanwege de lage rente geld te hebben overgeheveld van de spaarrekening naar hun aandelenportefeuille.

De Noren

Particuliere beleggers zijn echter maar goed voor zo’n 10 procent van het aandelenbezit. De grote marktbewegingen komen van professionele partijen. Op zoek naar rendement verschuiven zij miljarden van (staats)obligaties naar aandelen. Niet voor niets bereikte de S&P500 – de beursindex met de vijfhonderd grootste Amerikaanse bedrijven – drie maanden geleden het hoogste punt aller tijden.

Zelfs de immer behoedzame Noren zijn aan het schuiven. Het Noorse staatsfonds – dat gevuld is met ruim 800 miljard euro aan oliegeld – staat vanwege zijn omvang en de invloed die daarvan uitgaat te boek als een van de machtigste beleggers ter wereld. Om het risico te spreiden, belegt het al lange tijd volgens een vaste verdeling: 60 procent in aandelen en 40 procent in (veiliger) obligaties. Sinds 2011 is daar ook 5 procent vastgoed bij. Afgelopen maand adviseerde een door het Noorse ministerie van Financiën in het leven geroepen commissie voortaan niet 60 maar 70 procent van het fondsgeld in aandelen te beleggen. Dat moet wel vanwege de lage rente, stelde de commissie. Anders groeit het Noorse appeltje voor de dorst niet meer.

Vrees is overtrokken

Al dit geld dat richting aandelen stroomt, voedt de vrees dat er een enorme bubbel aan het ontstaan is die elk moment kan klappen. Vandaar dat Labadie op dit moment geen geld in aandelen steekt en zijn geld op de bank zet. Ja, dan heb je inflatieverlies. Maar dat vindt hij prima te billijken, want de inflatie is bijna nul, zegt hij. En ja, dan ontvang je nauwelijks rente over je geld. „Maar liever dat dan dat je 10 tot 15 procent van je geld kwijtraakt als de beurs klapt.”

Ook de beroemde Amerikaanse econoom Mohammed El-Erian maakt zich zorgen. Onlangs zei hij tegen Bloomberg dat de centrale banken met hun rentebeleid de obligatie- en aandelenmarkten „enorm verstoord” hebben. „Ik kan geen mandje aandelen kopen en dan de komende vijf tot tien jaar met een goed gevoel over de opbrengst gaan slapen.”

Maar die bubbel ziet niet iedereen. Volgens beleggingsstrateeg Ineke Valke van Theodoor Gilissen is er geen sprake van een bubbel die op barsten staat, zoals in 2000. „Die vrees is overtrokken.” Er zijn zeker overeenkomsten met toen, zegt Valke. Er heeft een behoorlijke rally plaatsgevonden waardoor aandelenkoersen, met name in de VS, flink zijn gestegen. En er vinden net als toen weer enorm veel miljardenovernames plaats. „Maar de koerswinstverhoudingen van de bedrijven liggen nu lager en toen was er een fors verschil in rendementen tussen de Nasdaq en de andere markten. In 2000 bedroegen de koers-winstverhoudingen voor technologiebedrijven en de markt als geheel respectievelijk 40 en 22, nu liggen deze op 17.” Ook wijst ze erop dat bedrijven nu minder schulden hebben en hoge kasposities.

Geoffroy Goenen, hoofd Europese aandelen van vermogensbeheerder Candriam, ziet ook geen bubbel. „Daar zijn we nog niet.” Hij vindt dat je de hoge koersen van bedrijven moet relateren aan de lage rente en de analyse dat die rente nog lang laag blijft staan. Want bij langdurig lage rente zullen institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars in hun zoektocht naar rendement genoodzaakt zijn te blijven beleggen in aandelen en dus ook de komende jaren bereid zijn de hoge aandelenprijzen te blijven betalen.

Consumentenproducten

Goenen verwacht daarom dat institutionele beleggers en hun miljarden op zoek gaan naar „duurzame aandelen in duurzame markten”. Geen telecom- of energiebedrijven, die zijn niet stabiel. Maar gerenommeerde bedrijven die consumentenproducten maken, zijn dat wel. Goenen wijst op gevestigde, reeds winstgevende bedrijven met een stevig marktaandeel, zoals het Britse Reckitt Benckiser (het bedrijf achter onder andere condoommerk Durex en schoonmaakmiddel Vanish) en het Spaanse Inditex (het concern achter modeketen Zara). Zulke bedrijven vindt ook de waakzame Labadie relatief veilig. „Neem een bedrijf als Unilever. Het kan best dat de koers zakt bij een beursklap, maar mensen blijven eten en wassen”.

Valke raadt beleggers aan om de risico’s van de gehele portefeuille goed in de gaten te houden en hun geld te spreiden. „Spreiden en rekening houden met lagere verwachte rendementen”, zegt ze. Buitenkansjes zijn moeilijk te vinden in de huidige omgeving met lage groei, maar toch ziet Valke kansen in bijvoorbeeld Europese aandelen. „Ook voor banken is wat herstel mogelijk na jarenlange winstdruk door de lage rente en de aandelen zijn relatief goedkoop. Grondstoffen waren vijf jaar lang de slechtste categorie, daar is ruimte om op te krabbelen.”