Een politiek probleem dat blíjft zeuren

AOW-leeftijd Tussen de Haagse werkelijkheid en de praktijk gaapt soms een gat. Pensioenproblemen bij Defensie laten dat zien.

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie) en Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp bezoeken het marineschip Zr.Ms. Rotterdam op de Middellandse Zee. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Een ex-militair staat huilend in de Tweede Kamer. Hij praat tegen Kamerleden Fred Teeven (VVD) en Angelien Eijsink (PvdA). De Kamerleden hebben gedebatteerd over pensioenproblemen van voormalige Defensiemedewerkers. De ex-militair begrijpt niet waarom er geen oplossing is gevonden: „Jullie spreken een taal die ik niet snap. Ik zit kapot.”

Ruim 16.000 ex-militairen of ambtenaren in dienst van Defensie hebben problemen met hun pensioengeld. Deze woensdag debatteert minister Hennis (VVD, Defensie) in de Tweede Kamer over de begroting van haar ministerie. De pensioenproblemen komen uitgebreid aan de orde. Reparatie is lastig want het gaat Defensie 600 miljoen euro kosten. Nieuw is het probleem niet. Sterker nog: al vier jaar ziet het ministerie de moeilijkheden aankomen, maar een oplossing werd nooit gevonden. Hoe kan dat?

De problemen beginnen in april 2012, bij het sluiten van het Lenteakkoord. Nadat het kabinet Rutte-I is gevallen, slaan VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie de handen ineen. De partijen sluiten een politiek akkoord over de staatsbegroting. De deal komt bekend te staan als het Lenteakkoord of Kunduz-akoord.

Het akkoord werd in een paar dagen gesloten. Er werd over de gangen van de Tweede Kamer gerend, tussen de partijkantoren gependeld. Grote maatregelen gingen in moordend tempo over tafel, vertellen betrokkenen. „Een soort dolle dwaze dagen”, zegt een van hen. Zogenoemde ‘zijtafels’ waren er niet; daar was geen tijd voor. Zijtafels zijn overleggen naast de echte onderhandelingstafel waar inhoudelijke deskundigen van de fracties een snelle inschatting maken over de inhoudelijke haalbaarheid van bepaalde voorstellen.

Lees ook Voor volk, vaderland en de bedelstaf, een achtergrondverhaal over veteranen die onder bijstandsniveau moeten leven

Langer doorwerken

Een belangrijke Lenteakkoord-maatregel is de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd. Vanaf 2013 moet de AOW-leeftijd stapsgewijs worden verhoogd, van 65 tot 67 jaar. Het is de bedoeling dat mensen langer doorwerken, zodat het begin van hun pensioen aansluit op hun laatste werkdag. Er zijn echter groepen die eerder (moeten) stoppen met werken. Die mensen krijgen een regeling. In het geval van de militairen loopt die tot hun 65ste, ook nu de AOW-leeftijd is verhoogd. Er valt dus een gat tussen het einde van de regeling en het begin van het staatspensioen: het ‘AOW-gat’. Dit geldt voor mensen die al vervroegd waren uitgetreden, mensen met prepensioen, maar ook voor militairen, die verplicht stoppen met werken vóór de AOW-leeftijd, brandweerlieden, ambulancebroeders en mensen met andere zware beroepen.

Tijdens de onderhandelingen voor het Lenteakkoord kwam dit al op tafel, vertelt financieel woordvoerder Wouter Koolmees (D66). „We wisten dat er overbruggingsregelingen moesten komen. Daarover zou later nog worden onderhandeld. We wisten ook al dat militairen een aparte positie hadden, omdat zij er niet voor kunnen kiezen om langer door te werken. Er werd op gerekend dat het ministerie van Defensie dit zou regelen met de vakbonden. Ik vind het ook bijzonder dat het nu, vier jaar later, nog steeds niet is geregeld.”

Het Lenteakkoord wordt door de betrokken partijen trots gepresenteerd; ze hebben samen de staatsbegroting ‘gered’. De onderhandelaars verdwijnen daarna uit beeld. Per september 2012 wordt het kabinet Rutte-II beëdigd en gaan PvdA en VVD samen regeren. Vrij snel is er een algemene regeling, maar die geldt niet voor militairen. Die moeten er uitkomen met de bonden.

Probleem: het botert niet tussen vakbonden en het ministerie. Het overleg ligt een groot deel van 2013 stil. Pas in mei 2014 komt Hennis erop terug en schrijft ze aan de Tweede Kamer dat er vóór 2016 een regeling getroffen moet worden.

Weer een jaar later, in de zomer van 2015, is er eindelijk een regeling. Ex-militairen en burgermedewerkers van Defensie zullen worden „gecompenseerd” voor het gat in hun pensioenen, schrijft Hennis aan de Kamer. De vakbonden gaan morrend akkoord – ze willen in elk geval een voorlopige oplossing – maar spannen tegelijk rechtszaken aan bij het College voor de Rechten van de Mens en bij de rechtbank in Den Haag. Deze verschillende rechtscolleges wijzen minister Hennis terecht; ze moet komen met een ruimere regeling voor ruim 16.000 slachtoffers van het AOW-gat.

Dat is nog altijd niet gebeurd. Zo kan het dat in 2016, vier jaar na het Lenteakkoord, honderden militairen bij verschillende debatten naar Den Haag trekken, veel van hen in uniform. Ex-militair Loek van den Heuvel, na een overleg: „Voor ons is dit spel verbijsterend om te zien. Het is voor ons volkomen onbegrijpelijk dat ze hier in Den Haag, na al die jaren, nog steeds geen oplossing hebben gevonden voor ons probleem.”