Klimaat

Een koe kun je niet klimaatneutraal maken

Volledige duurzame energie is in Nederland nu binnen handbereik, denkt Pier Vellinga. Maar op het gebied van de voedselvoorziening moet er nog veel gebeuren. Te beginnen met minder vlees eten.

Foto AFP

Het klimaatakkoord van Parijs, waarover nu in Marrakesh wordt gesproken, heeft grote gevolgen. Zeker ook voor Nederland, dat veel en veel harder zal moeten werken aan de omschakeling naar duurzame energie en aan de hervorming van de landbouw en de voedselvoorziening. Het SER energieakkoord is niet meer dan een zeer bescheiden begin.
Nu die grootschalige investeringen gedaan worden, blijkt dat duurzame energie en vooral wind op zee veel goedkoper is dan enkele jaren geleden nog werd gedacht. Er is toen subsidie gereserveerd voor de bouw van windparken op zee. Maar van die pot blijft ongeveer de helft over, omdat al bij de eerste ronde investeringen de aanleg van die windparken pakweg 40 procent goedkoper is dan werd verondersteld. En wat blijkt? Naarmate je meer investeert in zon en wind wordt het per stuk, per Kwh, goedkoper. Net als eerder bij computers en mobiele telefoons.

100 procent duurzaam binnen bereik

Daardoor ligt een volledig duurzame energievoorziening voor Nederland binnen bereik, in de komende 15 tot 25 jaar. Dat is precies wat de afspraken van Parijs vragen. Velen geloven niet dat dit kan, maar steeds weer laten technische en economische sommen, en nu ook de praktijk, zien dat het wel mogelijk is, mits we het willen.
Dat betekent dat Nederland aan de Parijse doelstellingen kan voldoen door binnen ongeveer 20 jaar nog een vijftigtal windparken te bouwen op de Noordzee en tegelijk 8 procent van ons landoppervlak te voorzien van zonnepanelen. Denk daarbij aan daken van huizen, gebouwen, bedrijvenparken, braakliggende grond, vliegvelden en aan enkele procenten van ons landbouwareaal.
Wanneer er meer zon of meer wind is dan nodig op dat moment, kan de energie worden opgeslagen in bijvoorbeeld waterstof, om in tijden van weinig wind en zon ook voldoende energie te hebben. Daarnaast zullen we ons landbouwsysteem en voedselpatroon moeten aanpassen. Dat betekent overschakeling naar een veel meer op ecologische principes gebaseerde landbouw en veeteelt en overschakeling naar een meer vegetarisch voedselpakket. Om broeikasgassen te verminderen zullen we dierlijke eiwitten grotendeels moeten vervangen door plantaardige eiwitten. Overigens is dat laatste ook gezonder.
Dan rijst de vraag: stabiliseert met die maatregelen het klimaat op een aanvaardbaar niveau? Is het geen water naar de zee dragen?
Natuurlijk helpen onze acties en investeringen alleen als de hele wereld zich aan de Parijse afspraken houdt en ook investeert in deze richting. Maar zo lang Nederland flink achterloopt, moeten we ons over anderen maar niet al te druk maken. Vooral niet omdat Nederland kwetsbaarder is dan de meeste landen door de ligging op en onder zee- en rivierniveau. Als alle landen zo traag zouden zijn als Nederland nu is, weten we vrij zeker dat ons laaggelegen land over twee tot drie eeuwen in de zee verdwijnt.

Temperatuur loopt achter

Maar als alle landen meedoen, blijft ons klimaat dan betrekkelijk stabiel en stopt de versnelling van de stijging van de zeespiegel? Het antwoord hierop is lastiger. In feite zijn we te laat. Een flinke temperatuurstijging zit in de pijpleiding. De gemiddelde temperatuur op aarde loopt ongeveer dertig jaar achter bij de werkelijke concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer. We hebben nu de klimaat- en weersverschijnselen die horen bij de CO2-emissies van de vorige eeuw. Onze kinderen en kleinkinderen krijgen te maken de gevolgen van wat wij vandaag de lucht in brengen.
Mijn aandacht gaat nu vooral uit naar de broeikasgassen die samenhangen met ons voedselsysteem. Een koe produceert net zoveel broeikasgassen als een auto. Die auto zal over een aantal jaren voor iedereen elektrisch zijn. Maar een koe kun je niet klimaatneutraal maken. Ook de Nederlandse veenweidegebieden, door de verlaagde grondwaterstand, produceren vrij veel CO2. Hoe stoppen we die bron van klimaatverandering?
Er zijn goede mogelijkheden in de landbouw om het organische stofgehalte van de bodem te verhogen. Dat is ook goed voor de vruchtbaarheid. Een natuur-inclusieve, zeg maar biologische landbouw, helpt ook bij het in ere herstellen van de kwaliteit van voedsel en de diversiteit van planten en dieren op het land. Kortom er moet veel, maar weet goed: er kan ook heel veel!

Blogger

Pier Vellinga

Pier Vellinga is emeritus hoogleraar voor maatschappelijke implicaties van klimaatverandering (aan de VU) en klimaat en water (aan de Wageningen Universiteit).