Drie Nederlandse scheepswrakken in de Javazee zijn ineens verdwenen

Grafschennis Het idee was om drie scheepswrakken uit de Tweede Wereldoorlog te filmen, als aandenken voor de nabestaanden van de 900 doden. Ze zijn verdwenen.

Foto ANP

Het zeemansgraf van zijn beroemde vader en ruim negenhonderd andere Nederlanders ligt op 70 meter diepte tussen Java en Borneo. Schout-bij-nacht Karel Doorman ging er met de Nederlandse kruiser Hr.Ms. De Ruyter in 1942 ten onder. Hij was commandant van een geallieerd eskader dat heeft geprobeerd de Japanse invasie van Nederlands-Indië te voorkomen.

Doormans jongste zoon, Theo (81), ging twee weken geleden onder een strakblauwe hemel op Bali aan boord van een Australisch duikvaartuig, dat filmbeelden zou maken van de De Ruyter en twee andere Nederlandse wrakken: de kruiser Java en de torpedobootjager Kortenaer.

‘Op zee gebleven’, heet het. Het idee was: nabestaanden toch een concreet aandenken geven als ze op 27 februari in de Haagse Kloosterkerk de 75ste verjaardag van die zeeslag herdenken.

Maar toen op de positie van het eerste wrak de multibeam sonar werd aangezet om de zeebodem te bekijken, deed de bemanning een schokkende ontdekking. „Er was alleen nog een gleuf te zien”, zegt Doorman: de afdruk die de romp in de zeebodem had achtergelaten.

Het vlaggeschip van zijn vader was verdwenen. De Java was ook weg, ontdekten ze even later tot hun verbijstering. Van de Kortenaer resteerden alleen stukken.

In 2008 lagen de schepen er nog. In 2014, toen onderdelen op een veiling opdoken, vermoedelijk ook. Maar het kan niet anders of sindsdien heeft, in het zicht van de Indonesische autoriteiten, een bergingsoperatie plaatsgehad.

De drie wrakken genieten drievoudige bescherming: volgens het internationaal zeerecht, als onderzees cultureel erfgoed en als oorlogsgraf. De grafschennis is het pijnlijkst, zegt Doorman. Ja, hij is de zoon van de commandant die wist dat zijn missie gedoemd was. Wiens ‘Ik val aan, volg mij’ beroemd werd, al is dat bevel nooit zo gegeven. De man die zelf vermoedelijk vond dat tactisch terugtrekken van het Brits-Australisch-Amerikaans-Nederlandse smaldeel slimmer was, maar die toch zijn orders volgde.

Dat het bijzonder is dat juist híj erbij was, wil hij niet weten. „Een dode is een dode”, zegt hij. „Voor elke nabestaande heeft een dode dezelfde emotionele waarde.” Wat hem raakt is dat het graf van honderden Nederlanders – ver, maar toch met een vaste plaats – nu is „verstoord”; van „verdwenen” wil hij niet spreken. Maar het „schenden van een oorlogsgraf is in de normale, beschaafde wereld not done”, zegt hij. Aan de andere kant doet het hem goed dat juist „wij het zijn die het ontdekt hebben.”

„Vergelijk het met de Grebbeberg”, waar Nederland in mei 1940 de Duitse inval wilde stuiten, zegt een geschokte Jacques Brandt. Hij is de voorzitter van het Karel Doorman Fonds, dat de duikexpeditie heeft opgezet. „Er liggen daar minder dan 900 Nederlandse graven, maar stel je voor dat die opeens geruimd zouden zijn.”

Raadsel

Wat er gebeurd is sinds 2008, toen de drie wrakken er zeker nog lagen, is officieel een raadsel. De ministers Hennis (Defensie, VVD) en Bussemaker (Cultuur, PvdA) willen een onderzoek, omdat er „onvoldoende informatie is”, schreven ze de Kamer dinsdag.

Nederland heeft ook de Britse, Amerikaanse en Australische autoriteiten ingelicht. De Britten verloren drie schepen. Of die er nog liggen staat niet vast. Ook Indonesië is formeel ingelicht.

De herdenking, over drie maanden, geeft een onderzoek extra urgentie, zegt een Defensiewoordvoerder. Volgende week gaat premier Rutte op een economische missie naar Indonesië. Of de zaak dan ter sprake kom is onduidelijk, zegt een woordvoerder.

De wrakken lagen op zo’n honderd kilometer uit de kust, uit het zicht van het land, en buiten grote scheepvaartroutes. Maar je kunt zulke grote schepen „niet zomaar laten verdwijnen zonder dat iemand een oogje toeknijpt”, zegt een maritieme insider.

Het is ook onwaarschijnlijk dat de Indonesische marine – het gebied hoort tot de territoriale zee van Indonesië – niets heeft gemerkt. Want dat hier een zeer omvangrijke operatie heeft plaatsgehad, met kranen om de wrakken boven water te krijgen, staat vast. Het zou niet voor het eerst zijn; in 2013 werd de Nederlandse onderzeeboot O-16 voor de kust van Maleisië vermoedelijk gelicht.

Naar het motief is het gissen. Of de waarde van het ijzer opweegt tegen de bergingskosten, is niet te zeggen, leert navraag onder scheepsslopers.

Theo Doorman weigert te speculeren. maar wat er is gebeurd, gebeurde op „industriële schaal”. Verder is het gissen, maar „toverij” is het niet geweest.