Acteurs in een documentaire, kan dat zomaar?

In ‘Stranger in Paradise’ speelt een acteur mee. Maar documentaires zouden toch de werkelijkheid tonen?

Still uit Stranger in Paradise.

Stranger in Paradise van Guido Hendrikx is niet de eerste documentaire waarin een regisseur een acteur laat optreden, of zelf een personage speelt dat een gechargeerde versie is van zichzelf. Dit blijkt een effectieve manier te zijn om op een provocerende manier maatschappelijke kwesties aan te kaarten.

Lees een interview met Guido Hendrikx: ‘Het asieldebat is vaak totaal absurd’

Het bekendste voorbeeld is Enjoy Poverty III waarmee IDFA in 2008 opende. Beeldend kunstenaar Renzo Martens reisde door Congo en stelde vast dat de lokale bevolking beter kan proberen een slaatje te slaan uit de armoede dan te werken voor een hongerloon. Hij leert dorpsfotografen hoe ze de wantoestanden in hun land in beeld moeten brengen en probeert met hen de foto’s aan de man te brengen. Ondertussen zien we kinderen sterven van de honger. Martens laat de plaatselijke bevolking dansen onder een ‘Enjoy Poverty’-lichtreclame.

Drie jaar later opende IDFA opnieuw met een maker die in een neokoloniale outfit door Afrika reist. In The Ambassador trok de Deense journalist Mads Brügger naar de Centraal-Afrikaanse Republiek vermomd als zakenman. Hij begon met de oprichting van een luciferfabriek, die als dekmantel moet dienen voor illegale diamanthandel. In tegenstelling tot Martens en Hendrikx, filmde Brügger zijn louche dealtjes vooral met de verborgen camera.

Provocerende, verzonnen personages

Volgens IDFA-directeur Ally Derks zorgen dit soort provocerende, verzonnen personages in documentaires ervoor dat de boodschap van filmmakers scherper over het voetlicht komt. „Je wordt hierdoor als Europeaan veel directer en explicieter aangesproken dan met meer traditionele documentaires over de wantoestanden in deze landen.” De personages versterken het contrast tussen Europa en de niet-westerse wereld. Derks: „Stranger in Paradise draait om tegenstellingen: het technocratische van de acteur en de hulpeloosheid van de asielzoekers, macht en onmacht, mensen die kansen hebben en mensen die kansloos zijn.”

Nieuw zijn documentaires waarin feiten worden aangekaart via een gespeelde figuur volgens de IDFA-directeur niet. „In 1989 werd er op IDFA De rijdende psychiater vertoond. Dat was een fantastische documentaire waarin je ziet hoe psychiatrische patiënten ’s nachts uit hun huis en van de straat werden geplukt door psychiaters en psychologen” Pas in de aftiteling lees je dat de patiënten zijn nagespeeld.” Het maakte de film voor Derks niet minder krachtig. Maar het probleem bij films die een dergelijke, vaak controversiële methode kiezen, is dat het oorspronkelijke doel soms voorbij wordt geschoten. Derks: „Achteraf gingen de discussies alleen over hoe we er allemaal waren ingetuind, niet over de ambulante psychiatrische zorg.”

Bekijk een fragment uit ‘De rijdende psychiater’. De tekst gaat verder na de video.

Derks ziet makers die een al dan niet provocerende rol spelen in hun eigen films in vele vormen terugkomen: „Michael Moore speelt eigenlijk ook altijd een gechargeerde versie. Maar ik denk ook aan Adi Rukun, de hoofdpersoon in The Look of Silence van Joshua Oppenheimer. Hij vertelt in eerste instantie niet aan de mensen die hij bezoekt dat hij behalve optometrist ook de broer is van iemand die in de jaren zestig bruut is vermoord door deze families.”

Met fictiefiguren in documentaires heeft ze geen probleem, zolang ze de film sterker maken. „Dit jaar vertoont IDFA ook You Have No Idea How Much I Love You van Pawel Lozinski. De film is een anderhalf uur durende therapiesessie tussen een moeder, een dochter en een psychiater. Pas enkele weken geleden vernam ik dat alles nagespeeld was.” Dat vond Derks toch een domper. „Het onderwerp, ouder-kindproblemen, staat dichter bij ons, naspelen was niet nodig. Hier doet het afbreuk aan de film.”