Cultuur

Interview

Interview

De Nijmeegse internist

Foto Ilvy Njiokiktjien

Prijswinnend immunoloog is ook niet vies van Dracula

Interview Mihai Netea

De Roemeense internist Mihai Netea won binnen één jaar de Spinozapremie en publiceerde een sciencefictionboek.

Het staat in alle tekstboeken over het afweersysteem: er bestaan witte bloedcellen zónder geheugen en witte bloedcellen mét geheugen. De cellen zonder geheugen vormen de aangeboren afweer. Ze ruimen indringers in het lichaam rücksichtlos op. Cellen mét geheugen vertegenwoordigen de adaptieve afweer. Ze leren om specifieke ziekmakers te herkennen en op te ruimen.

Maar dat is niet wat internist Mihai Netea zag. Hij ontdekte dat witte bloedcellen van de aangeboren afweer na een infectie nog maandenlang actiever en alerter zijn. Kortom: ook deze cellen kunnen zich een infectie herinneren.

De ontdekking van Netea werd in juni beloond met een Spinozapremie van 2,5 miljoen euro. Met de premie op zak maakt Netea nieuwe plannen. Hij wil proberen de aangeboren afweer van jonge kinderen en ouderen op te peppen.

Netea werd in Roemenië geboren en kwam in de jaren 90 als onderzoeker naar Nederland. Inmiddels is Netea hoogleraar experimentele interne geneeskunde. Én hij is arts. Naast zijn werk op het lab ziet hij wekelijks patiënten.

We spreken af op Netea’s kantoor in het Radboudumc in Nijmegen. Zijn kamer lijkt op die van een bioloog: aan de muur hangt een fossiel visje, naast een pantser van een degenkrab en een portret van Charles Darwin. Ze verraden de liefde die Netea koestert voor evolutie en geschiedenis: Netea deed ook onderzoek aan de evolutie van het immuunsysteem en de afkomst van de Roemeense familie Basarab, die van Vlad de Spietser (‘Dracula’) af zou stammen.

Is het niet vervelend dat je niet al je tijd aan onderzoek kan besteden?

Netea: „Nee hoor. Door mijn taken in het ziekenhuis kan ik juist gerichter onderzoek doen. Patiënten vormen vaak de bron van inspiratie voor het onderzoek dat wij hier doen.

„En aan de andere kant helpt de kennis van moleculaire, cellulaire routes mij om te begrijpen wat er aan de hand is in de patiënt. Vooral bij patiënten die bijzondere ziekten of gecompliceerde infecties hebben.”

Zoals?

„We hebben veel onderzoek gedaan naar patiënten met chronische mucocutane candidiasis, een ernstige schimmelinfectie. We wisten dat er iets met hun afweersysteem aan de hand moest zijn, maar wat?

„In het lab hebben we talloze testen gedaan. Hoe eten de witte bloedlichaampjes van deze patiënten schimmels op? Welke signalen sturen ze naar andere cellen? Daar zat het dus mis. We ontdekten dat witte bloedcellen andere cellen van de afweer niet lieten weten dat er een gevaarlijke infectie is.”

Moeten we meer op onze hoede zijn voor schimmels?

„Schimmels zijn gevaarlijk voor patiënten met een verzwakte afweer, zoals HIV-patiënten of kankerpatiënten die chemotherapie krijgen. Een schimmelinfectie die zich steeds verder door het lichaam verspreid is in dertig tot veertig procent dodelijk.”

„Maar dat zijn extreme situaties. Meestal zijn micro-organismen níet gevaarlijk en leven we in harmonie. Ze versterken het immuunsysteem. Dat hebben wij gezien. Als het afweersysteem wordt blootgesteld aan schimmels, onthoudt het dat en reageert daarna sneller op nieuwe infecties.”

Je grote ontdekking.

„Mensen zeiden dat de aangeboren afweer nooit een geheugen op kon bouwen. Maar wij hebben laten zien dat als een infectie over is, het DNA van sommige witte bloedcellen verandert. Het DNA komt losser te zitten. Daardoor kan het sneller worden afgelezen. De witte bloedcellen kunnen dan sneller reageren op een nieuwe infectie.”

Wat dacht je toen je dat voor het eerst zag?

„Ik moet je eerlijk zeggen, zelfs als je alle experimenten gedaan hebt en zes verschillende soorten argumenten hebt gepresenteerd, dan nog wacht je in spanning of anderen het óók kunnen vinden. Je weet maar nooit. Soms maak je een fout die je nooit had kunnen bedenken. Pas toen andere mensen het konden repliceren dacht ik: yeah. Nu is het goed.”

Wat is je volgende stap?

„Bepaalde vaccins hebben hetzelfde effect op witte bloedcellen. We weten bijvoorbeeld dat de BCG-vaccinatie tegen tuberculose niet alleen tegen tuberculose beschermt, maar ook tegen andere infecties.

„In Europa wordt het BCG-vaccin al sinds de jaren 70 niet meer gebruikt, toen tuberculose was uitgeroeid. Wij willen nu kijken of we het vaccin weer kunnen gebruiken om mensen in risicogroepen te beschermen. Bijvoorbeeld heel jonge kinderen of ouderen boven de 70 jaar.”

Je hebt een portret van Darwin aan de muur hangen. Ben je een bewonderaar?

„Ja, een klein deel van wat wij doen is onderzoek naar de evolutie van het immuunsysteem. We zien bijvoorbeeld dat het immuunsysteem is veranderd toen mensen dieren gingen domesticeren. Mensen raakten toen vaker geïnfecteerd met de bacteriën die dieren bij zich droegen. Wij zien nu dat receptoren voor bepaalde bacteriën efficiënter zijn geworden in de laatste 10.000 jaar.”

Waar komt die fascinatie voor evolutie vandaan?

„Op de middelbare school vond ik geschiedenis fantastisch. Ik wilde weten hoe mensen vroeger waren, wat ze deden. Toen ik een studie moest kiezen twijfelde ik tussen geschiedenis of geneeskunde.

„Maar goed, ik kom uit Roemenië. En in de jaren 80 betekende geschiedenis studeren nepgeschiedenis studeren, met een propagandistische kant. Daar had ik geen zin in. Later realiseerde ik me dat ik via geneeskunde óók veel kan leren over de geschiedenis van de mens.”

Hoe kwam je als Roemeense student in Nederland terecht?

„Ik was nog nooit een meter buiten Roemenië geweest toen het communistische regime viel. Het eerste land wat ik bezocht was Nederland, voor een cursus immunologie in de zomer van 1990. Daar ontmoette ik Jos van der Meer, mijn latere mentor. Hij zei: kom maar naar Nijmegen, voor een stage. Drie zomervakanties achter elkaar ben ik gegaan. In 1994 begon ik aan mijn promotie.”