Prijzen Jan Campert Stichting voor ironie en troosteloosheid

In radioprogramma Kunststof werd maandag bekendgemaakt dat Anton Valens, Kees ‘t Hart en Jan Baeke dit jaar de literatuurprijzen krijgen.

Kees 't Hart op archiefbeeld. Foto Lex van Lieshout/ ANP

Twee meesters in de ironie en een meester in troosteloosheid zijn dit jaar tot winnaar uitgeroepen van de door de Jan Campert Stichting uitgereikte literaire prijzen. Dit maakte de voorzitter van de stichting maandagavond bekend tijdens het radioprogramma Kunststof.

Anton Valens (1964) krijgt de F.Bordewijk-prijs, de jaarlijkse prozaprijs, voor zijn roman Het compostcirculatieplan. Over dit uitgesproken aardse boek oordeelt de jury: ‘In grootse taal toont Valens de pogingen waarin we seizoen na seizoen proberen het leven onder controle te krijgen – met onze voeten in de klei waar we uiteindelijk toch in zullen moeten verdwijnen.’

De andere meester in de ironie, Kees ’t Hart (1944), krijgt de tweejaarlijkse J.Greshoff-prijs voor de beste essaybundel, voor zijn werk Het gelukkige schrijven. De jury was “gelukkig geworden” van het lezen van de essays over een schrijver die zijn eigen geluk najaagt en waarin de schrijver een pleidooi houdt voor proza dat waxinelichtjes naar de Gouden Koets gooit.

Jan Campert-prijs

“We stinken de kamer uit van gapend geluk” dichtte Jan Baeke (1956) in Seizoensroddel. Hij krijg voor deze bundel de Jan Campert-prijs, de jaarlijkse poëzieprijs. “Zo vanzelfsprekend als de gedichten van Jan Baeke klinken, zo weinig soepel is de wereld die hij beschrijft in zijn meesterlijke bundel”.

Aan alle prijzen is een bedrag van 5.000 euro verbonden. Al eerder werd bekend dat de C.Huygens-prijs, een oeuvreprijs vanuit de Jan Campert Stichting, dit jaar naar Atte Jongstra (1956) gaat. De prijzen worden op 22 januari uitgereikt tijdens het literatuurfestival Writers Unlimited | Winternachten. De jury bestaat uit: Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Aad Meinderts, Jan de Roder, Carl De Strycker en Maria Vlaar.