Ombudsman onderzoekt klachten over opsporingsambtenaren

Het moet makkelijker worden om een klacht in te dienen tegen een buitengewoon opsporingsambtenaar.

Foto: Bart Maat / ANP.

De Nationale ombudsman is maandag begonnen met een onderzoek naar burgerklachten over buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). Dat meldt de ombudsman maandag in een persbericht.

Jaarlijks ontvangt de ombudsman minstens twintig, maximaal dertig klachten van burgers. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat boa’s beter moeten worden getraind op het gebied van communicatie met de burger. Burgers ervaren regelmatig misverstanden of zelfs conflicten met de opsporingsambtenaar in kwestie.

Boa’s worden ingezet ter handhaving, toezicht en opsporing van strafbare feiten. Onder boa’s vallen onder meer stadswachten, tramconducteurs en boswachters. Met het onderzoek wil de ombudsman de klachtbehandeling over boa’s verbeteren. Daarbij wordt gelet op de vraag of burgers weten waar zij hun klacht kunnen indienen en waar ze meer informatie kunnen vinden.

Online meldpunt

Sinds maandag kunnen burgers voor vragen en klachten ook terecht bij een online meldpunt, op de website van de ombudsman. “Op deze manier willen we zichtbaarder zijn voor de burgers, zodat ze weten dat ze bij ons een klacht kunnen indienen tegen een opsporingsambtenaar,” legt een woordvoerder uit.

Het aantal opsporingsambtenaren is sterk toegenomen tot 23.500 mensen. Deels vanwege veel bezuinigingen bij de politie, een deel van hun taken is overgenomen door boa’s. De ombudsman verwacht in februari 2017 het onderzoek te kunnen afronden.