Column

Bataclan, 1 jaar later: Na ‘Kiss the Devil’ begonnen de knallen

Tv-recensie In de documentaire Bataclan 1 jaar wordt niets opgeklopt. Vier mannen doen zelf hun verhaal. Het is boeiend hoe hun tocht naar de Bataclan naast die van de terroristen wordt gelegd, schrijft Wilfred Takken.

Overlevenden Bob, Ferry, Dexter en Frank in 'Bataclan 1 jaar later'.

Twee groepen jongens gingen naar Parijs. De ene groep, Rotterdamse vrienden, kwam om rockband The Eagles of Death Metal te zien. De andere groep kwam om te doden.

Zondag een jaar geleden waren de terroristische aanslagen in Parijs, met als dieptepunt de aanslag op concertzaal de Bataclan. IS-terroristen schoten daar tientallen bezoekers dood. In de documentaire Bataclan 1 jaar later (RTL 4) van Ewout Genemans volgen we vier vrienden die terugkeren naar Parijs. Voor de camera maken ze een reconstructie.

Ferry Zandvliet, Bob de Zwart, Frank de Wilde en Dexter Sillem waren al de bekendste Nederlandse overlevenden omdat ze een paar dagen na de aanslag in RTL Late Night bij Humberto Tan zaten. Dat was een indrukwekkende uitzending: net terug vertelden ze helder, open en geëmotioneerd wat ze overkomen was.

Dat doen ze nu weer. Het is één jaar verder weg, en het onverwerkte verdriet en de angst zitten nog onder iedere zin. Je ziet ze de rit naar Parijs opnieuw maken. En je ziet ze rond de Bataclan lopen. Het theater zelf is dicht. Ze gaan niet naar binnen. Maar je ziet ze in de steeg erachter, waar ze ontkwamen door de nooduitgang. Telefoonfilmpjes en nieuwsbeelden illustreren de chaos en ellende van die nacht.

Eerst zie je nog vrolijke beelden van de band en selfies van de jongens in de zaal. „Toen begon het nummer Kiss the Devil, en toen begonnen de knallen.” De beschrijving van wat in die zaal gebeurde, is huiveringwekkend. Hoe alle mensen op de grond lagen, dood en levend door elkaar, en hoe ze allemaal onder een ander probeerden te kruipen. Het was ieder voor zich, leggen ze uit. En de terroristen bleven maar schieten, niet in het wilde weg, maar gericht. En tussendoor steeds hun geweren herladend. Die stiltes waren nog erger dan de knallen.

Wat je zelden hoort: hoe het verder ging die avond. Wat doe je als overlevende? Ferry Zandvliet gaat langs bij de Parijse vrouw, Veronique, die hem toen opving, en bij haar op de bank liet bijkomen. En zijn telefoon liet opladen. Bij haar vond hij de anderen terug, in hun app-groep. Alleen Bob was nog zoek. Hij was zijn telefoon kwijt en kon niet appen. Pas een uur later hoorden ze dat hij leefde.

De documentaire laat de jongens zelf het verhaal doen en is vrij van opkloppen en uitmelken. Boeiend is hoe hun tocht naar de Bataclan naast die van de terroristen wordt gelegd. Hoe beide groepen Parijs binnenreden, welke routes ze namen. Leeftijdsgenoten zijn het. De vier jongens zijn herkenbare rockfans met wie je kunt meeleven. De andere zijn islamistische moordenaars, die ondoorgrondelijk blijven. Die parallelle lijn werkt de documentaire niet verder uit. Misschien zou het ongepast zijn. Misschien zou het te veel afleiden.

De jongens hebben last van de aanslag. Ferry vertelt van zijn slapeloosheid en zijn nachtmerries. Hij is nog steeds bevriend met Veronique en koestert de herinnering aan haar hulp. „Ik heb die avond het slechtste van de mens gezien, en het beste van de mens gezien,” zegt hij, „en ik wil graag de nadruk blijven leggen op het beste.”

Mediaredacteur Wilfred Takken vervangt deze weken Hans Beerekamp.