NRC checkt: ‘Kleine kinderen leren niets van tv-schermen’

NRC checkt Dat schreven onder andere NRC, De Standaard en De Limburger.

Foto Peter de Krom

De aanleiding

Kinderen jonger dan twee jaar zouden niet achter een tv-scherm of iPad moeten zitten. Zo omschreven De Limburger en de Belgische krant De Standaard de nieuwe richtlijn van de American Academy of Pediatrics (AAP), een beroepsvereniging van kinderartsen in de VS. Eén van de redenen: hele kleine kinderen leren toch niets van het scherm. Datzelfde zei ook de Duitse psychiater Manfred Spitzer in NRC van afgelopen zaterdag. Helemaal niets? We checken of dat klopt.

Waar is het op gebaseerd?

De AAP brengt haar adviezen uit op basis van verschillende wetenschappelijke onderzoeken.

En, klopt het?

De richtlijn blijkt iets minder stellig dan de berichtgeving erover. De AAP raadt aan om kinderen jonger dan 18 maanden niet aan een tv-scherm te zetten, ook niet aan een tablet. Bij kinderen van anderhalf tot twee jaar oud raadt de AAP aan om als ouder erbij te blijven als je kind achter de tablet zit, om uit te leggen wat hij of zij ziet. Nergens schrijft de beroepsvereniging dat kleine kinderen helemaal niets leren van tv-schermen. Wel zegt de AAP dat kleine kinderen beter leren van „eigen onderzoek” en „sociale interactie” dan van een videoscherm.

Dat advies baseert de AAP op een handvol onderzoeken uit de jaren negentig en het decennium erna. Uit al deze onderzoeken bleek dat kleine kinderen (één tot anderhalf jaar oud) instructies veel beter begrepen als iemand het ‘live’ voordeed dan als ze het op een tv-scherm zagen.

Kleine kinderen keken bijvoorbeeld naar hoe speelgoed werd verstopt in een kamer. Eén groep zag het op een videoscherm, een andere groep zag dit gebeuren door een ruit. De kinderen die door de ruit keken, vonden het speelgoed veel sneller terug. Dat verschil werd minder groot naarmate de onderzoeksgroepen uit oudere kinderen bestonden.

Alleen, al deze onderzoeken werden gedaan in een tijd dat er nog geen tablets bestonden. Misschien dat interactieve apps wel degelijk leerzaam kunnen zijn voor hele kleine kinderen? Wellicht, maar dat is nog niet wetenschappelijk aangetoond.

Uit een onderzoek van de Universiteit van Washington trokken wetenschappers wel de conclusie dat de concentratie van een kind kan afnemen als het op meerdere manieren tegelijk geprikkeld wordt. Een instructie nadoen terwijl er muziek gespeeld werd, zorgde bij kinderen voor „cognitieve overbelasting”.

Een ander onderzoek nog, van de universiteit van Virginia. Daar werden kinderen van anderhalf jaar oud op verschillende manieren woordjes geleerd. De conclusie na vier weken: kinderen die zonder video en met hun ouders woordjes oefenden, hadden meer woordjes geleerd.

En dat is de tendens die je in vrijwel alle onderzoeken naar dit onderwerp terugleest: kleine kinderen kunnen wel leren van videoschermen, maar de methode zonder video blijkt bij kinderen in deze leeftijdscategorie veel beter te werken.

Er is wel één kanttekening. Alle onderzoeken naar dit onderwerp zijn minstens drie tot vier jaar oud en de ontwikkeling van nieuwe apps gaat snel. Onderzoekers van de Universiteit van Leiden schreven in 2014 al dat nieuw onderzoek naar de effecten op kinderen van nieuwe interactieve multimedia nodig is.

Conclusie

De AAP stelt dat hele kleine kinderen (tot twee jaar oud) veel beter leren door ‘live’ iets te doen en zien dan via een televisiescherm. De huidige onderzoeken ondersteunen die stelling. Maar beter betekent niet dat je helemaal niets leert van een televisiescherm, bovendien zijn nieuwe ontwikkelingen bij apps nog niet onderzocht. We beoordelen de bewering daarom als grotendeels onwaar.