In de cokehandel zijn het ook maar gewone jongens

Wie: Gerald B.

Kwestie: ontneming voordeel

Waar: rechtbank Rotterdam

Wie in de cocaïnehandel zit, doet er goed aan de winst opzij te zetten. Liefst ergens waar je er makkelijk weer bij kan, mocht het fout gaan. Het is de logische conclusie na de anderhalf uur die de meervoudige strafkamer in Rotterdam doorbrengt met Gerald, een zeer breedgeschouderde Antilliaanse Nederlander, die als een bekende door de voorzitter wordt begroet. Gerald had in de eerdere strafzaak gezwegen over zijn precieze aandeel in een cocaïnedeal, maar nu zijn financiën centraal staan, besloot hij te ‘verklaren’.

Hij legt uitgebreid uit hoe hij juist in opdracht van een ánder naar de Antwerpse haven reisde om daar de partij cocaïne op te halen. Die versneed hij vervolgens in zijn safe house met procaïne, zodat „de jongens van de boot” betaald konden worden. Als hij zoiets zelf regelt, gaat het heel anders, „veel eenvoudiger”. De rechter knikt begrijpend.

Het gesprek verloopt informeel – in de cokehandel zijn het ook maar gewone jongens die elkaar kennen van „de kinderen die samen voetballen”. En die elkaar wel eens te hulp schieten met een bedragje, of als er ergens iets opgehaald moet worden.

Achteraf voelt Gerald zich misbruikt – hij was in deze transactie meer een tussenpersoon, een uitvoerder. En in het dossier is de zaak „helemaal naar mij toegeschreven”. Hij heeft er ook veel minder geld aan overgehouden dan justitie denkt.

Het Openbaar Ministerie wil dat Gerald ruim 6 ton ‘genoten voordeel’ terugbetaalt – de opbrengst van twee cocaïnedeals waarvoor hij in 2012 tot 9 jaar cel is veroordeeld. In 2010 is tegen Gerald een strafrechtelijk financieel onderzoek gestart, dat pas nu, ruim 5 jaar later de zittingszaal bereikt. De advocaat van Gerald is licht verontwaardigd – hoe kunnen de gebeurtenissen van toen nu nog geloofwaardig worden gereconstrueerd?

Gerald is in 2012 tegen zijn veroordeling tot 9 jaar cel in beroep gegaan. Hij zat daar al 4,5 jaar van uit, maar is in afwachting van het appèl voorlopig vrijgelaten. Wat niet wil zeggen dat hij nu ook vrij is.

Gerald heeft nog veel meer problemen. In 2004 werd hij in precies zo’n ontnemingszaak veroordeeld om de opbrengst van zijn vórige cocaïnehandel aan de Staat terug te betalen. Dat ging om 12 miljoen euro die Gerald verdiend zou hebben met ruim 1.000 kilo coke die hij in de jaren 90 uit Curaçao naar Nederland had laten komen. In die zaak kreeg hij 12 jaar cel, die hij al uitzat.

Van die 12 miljoen euro loste hij 1,4 miljoen euro af. Maar de Staat wil het restant graag ook ontvangen. Dus zit Gerald nu in ‘lijfsdwang’– een strafrechtelijke incassomaatregel waar bij bedragen van meer dan een half miljoen maximaal 3 jaar gijzeling mogelijk is.

Daar komt vandaag de zaak van de zes ton bovenop. Gerald kan nóg een keer tegen lijfsdwang oplopen. Hij ziet het allemaal niet meer zitten – zijn wederhelft krijgt van het woord ‘rechtbank’ al de zenuwen. Geld heeft hij niet, maar hij werkt heus mee. Een stuk grond op de Antillen heeft hij al laten verkopen.

De rechtbank stelt zes weken later het terug te betalen bedrag vast op 28.000 euro. Ongeveer wat hij had verdiend aan het importeren van de partij cocaïne. De winst op de verkoop kan niet bewezen worden en kan dus ook niet aan hem worden toegerekend.