Recensie

Flesje

Deckwitz, Ellen 10-2015 01

Om de een of andere reden zijn de dingen waar je niet echt behoefte aan hebt, zoals btw of andermans kinderen, altijd overvloedig aanwezig. Schaarste en verlangen verhouden zich omgekeerd evenredig aan elkaar en dat is oké, zo blijft het leven interessant. Maar soms kan overvloed de dagelijks gang van zaken ernstig belemmeren, zoals wijn.

Wat, wijn, dat vloeibare feest? Dat glijmiddel voor relaties in vergevorderde staat? Misschien is het van belang om erbij te vermelden dat je, wanneer je wekelijks optreedt, zoals ik, altijd als dank een kistje krijgt, wat fantastisch is. Alleen: ik drink niet.

So what, kun je dan zeggen. Giet het in je bezoek. Geef het aan een neefje voor zijn zwemdiploma. Stoof er iets organisch in. Maar zo werkt het niet. Allereerst is mijn bezoek altijd bijzonder attent, wat betekent dat zij 1. altijd hun eigen wijn meenemen, 2. als ze merken dat ik niet drink, solidair ook hun avond op thee doorbrengen waardoor 3. ik de volgende dag met nóg meer van het spul zit. Bovendien merk ik dat mensen in mijn omgeving een beetje chagrijnig worden als ik hun een fles cadeau doe. Ze weten dat ik zwem in de drank en zijn licht gekwetst dat ik niet de moeite nam om daadwerkelijk voor hen naar de winkel te gaan.

En tot slot: na een half jaar werkelijk álles, van quorn tot de bedpartner, erin te hebben gemarineerd, heb je het echt gehad.

Een tijdlang gaf ik soms een fles aan de krantenjongen, tot zijn moeder – die in de horeca zit – bij me aanbelde. Dat ze ook vond dat haar zoon zo uitzonderlijk goed de krant in de bus deed, maar dat het een beetje overdreven was om hem daar een fles Lillian Syrah 2012 voor te schenken (dat spul bleek negentig piek per liter te kosten).

Ik was de burn-out nabij. Ik kon moeilijk elke avond een feest geven en de deur pas van het slot halen als iedere gast minstens drie flessen had geleegd. Een Aston Martin laten bouwen die op Beaujolais rijdt (zoals prins Charles deed), werd volgens mijn garagehouder lastig. „Waarom breng je het niet naar de voedselbank?” zei mijn beste vriend tenslotte.

Dat was dus een mogelijkheid waar ik totaal niet bij had stilgestaan. Meteen reed ik erheen, laadbak en achterbank vol kratten, op de bijrijdersstoel drie kisten onder de gordel, tweeliterfles sangria tussen mijn benen. Bij de voedselbank keken ze hun ogen uit. Als dank gaven ze me een flesje rosé. Van Euroshopper. Dat ontroerde me. Uiteraard nam ik het aan. Wat maakt één zo’n flesje nou uit.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.