Europa wordt wakker dankzij Trump

Gezamenlijk defensiebeleid

President Obama drong er vergeefs op aan, nu is sprake van ‘een doorbraak’: de EU is op weg naar een gezamenlijk defensiebeleid.

foto Peter de Jong / ANP

Zou het ditmaal wél lukken? Al twee decennia wordt in Europees verband gepraat over een gezamenlijk defensiebeleid, maar wezenlijke stappen zijn nooit gezet, hoewel daar genoeg redenen voor waren. Oorlogen in het voormalige Joegoslavië en, recenter, in Oekraïne en Syrië. Groeiende instabiliteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Terrorisme. Altijd suste de Amerikaanse ‘defensieparaplu’ de Europeanen in slaap.

Door Donald Trump is iedereen klaarwakker, bleek maandag tijdens een vergadering van EU-ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie. De 56 bewindvoerders werden het opmerkelijk snel eens over de noodzaak de Europese defensiecapaciteit de komende jaren op te voeren en te ‘rationaliseren’. Unaniem. EU-buitenlandcoördinator Federica Mogherini herhaalde het na afloop enkele keren, een tikje ongelovig, en sprak van „een kwantitatieve sprong vooruit”. Ook minister Bert Koenders vond het „een strategisch moment”.

En dat allemaal dankzij Trump? Nou nee. Het dreigende vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU (de Brexit), de Russische expansiedrift, de vluchtelingencrisis – het besef dat de EU aan de bak moet was er al: in juni presenteerde Mogherini al een nieuwe ‘veiligheidsagenda’ voor Europa. Maar Trumps zege zorgt wel voor een extra gevoel van urgentie. Het geflirt van de aanstaande Amerikaanse president met Moskou, zijn tweeslachtige houding tegenover de NAVO – het komt hard binnen. Zondagavond wijdden buitenlandministers er zelfs een extra ingelast diner aan, wat normaliter alleen gebeurt bij een ramp of acuut gevaar.

„De tijd van theoretische discussies is voorbij”, zei Mogherini maandag op ongeduldige toon, voor aanvang van de vergadering. „We moeten concrete beslissingen nemen.” Volgens de Belgische minister Didier Reynders moest Europa „zorgen dat het aan tafel zit” als Trump toenadering zoekt tot Rusland, en voorkomen dat het op de menukaart belandt.

Europa staat al langer onder Amerikaanse druk om zelf meer te doen. President Obama drukte zijn EU-collega’s óók geregeld met de neus op de feiten: dat de VS de NAVO financieel en logistiek trekken en dat de meeste Europese landen de belofte 2 procent van het nationaal inkomen aan defensie te besteden niet nakomen. Maar Obama trok het belang van het militaire bondgenootschap of van samenwerking in het algemeen nooit in twijfel. Dat doet Trump wel. Niet betalen? Géén militaire steun.

Lees ook: Team Trump heeft veel macht in Washington. De republikeinen zijn de grootste vijand

Daarmee wordt een sleutelfunctie van de NAVO, afschrikking, ondergraven. „Het is een kwestie van tijd voordat landen als Rusland of China de inzet verhogen”, zei de aan het Duitse Marshall Fund verbonden defensie-expert Christian Mölling onlangs tijdens een conferentie in Zweden. Rusland investeert wél al volop in zijn militaire arsenaal. „Europa moet vlees op de botten krijgen en stoppen met goedkoop babbelen.” Saillant: Mölling zei dit vóór Trumps zege, toen het er nog op leek dat Europa met Clinton te maken zou krijgen.

Strategische autonomie

Het sleutelwoord in de nieuwe EU-ambities: strategische autonomie. Niet van lidstaten, maar van de EU als geheel, want los van elkaar hebben landen „kracht noch middelen” om internationaal een vuist te maken, aldus Mogherini. „Het is gewoon een kwestie van economische schaal.” Het streven is onder meer om tot een gezamenlijk inkoopbeleid voor militair materieel te komen. Dat zou jaarlijks 20 à 100 miljard euro schelen en dus geld vrijmaken voor andere investeringen.

Verder wordt gestreefd naar een „solide Europese defensie-industrie”, inclusief een EU-investeringsfonds om onderzoek en innovatie op dit terrein te stimuleren. En naar een vorm van militaire coördinatie, zodat missies minder ad hoc worden en beter gebruik kan worden gemaakt van de ‘EU-battlegroups’. Die zijn al sinds 2007 operationeel, maar nog nooit in actie gekomen, mede door logistieke onenigheid en discussie over de vraag wie wat moet betalen.

Is de Europese lethargie nu inderdaad overwonnen? Het besluit waarmee Mogherini maandag de vergadering uitkwam suggereert van wel, maar is ook erg vaag. De Europese Commissie moet dit de komende maanden in concrete voorstellen vatten. Zo bezien begint de discussie nu pas echt, en discussiëren, daar zijn EU-landen erg goed in. De Britten zijn, hoewel ze weg willen, huiverig voor elke stap die leidt tot een militaire macht die met henzelf kan concurreren. Maar de ambities zijn nu wel uitgesproken, ook door de Britten, en in de EU spreek je dan al snel van een doorbraak.