Een VVD-kiezer is allesbehalve gemiddeld

De VVD wil 51 Tweede Kamerzetels halen in maart en richt zich dus zo’n beetje op heel Nederland. Zelfs de gezondheidszorg krijgt nu aandacht.

De veranderlijkheid van kiezers door de jaren heen Olivier Middendorp

Floor Sluiter wil wel even met premier Rutte op de foto. Al is ze lid van „een andere partij”, vertelt ze vrolijk. Oh, geeft niks, reageert Mark Rutte even monter. „Dan houden we het gewoon ons geheimpje, dat je één keer op mij stemt.” Hilariteit.

Dat is Mark Rutte op campagne. Nog vier maanden te gaan tot de verkiezingen, maar hij gaat nu al geregeld met een VVD-truck het land in. Beetje kletsen met Nederlanders, kopje koffie, fotootje. Stem op mij.

De VVD wil de grootste partij blijven. De liberalen hebben als doel om 51 zetels te halen bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart volgend jaar. Als je ervan uit gaat dat driekwart van de 12,8 miljoen stemgerechtigden gaat stemmen, zoals in 2012, dan moeten ruim 3,2 miljoen Nederlanders voor de VVD kiezen.

Meer dan in eerdere verkiezingscampagnes kiest de VVD dit keer dan ook voor een algemeen, optimistisch verhaal. „Doorbouwen aan Nederland.” Als het aan lijsttrekker Rutte ligt kan elke Nederlander die „hard wil werken en de schouders eronder wil zetten” bij de VVD terecht. Alleen „schreeuwers aan de zijlijn”, daar heeft hij niks mee. „Op die mensen bouw je geen samenleving.”

Man en interesse voor politiek

De VVD-kiezer verschilt nogal van de gemiddelde Nederlander. Uit recente gegevens van onderzoeksbureau Ipsos blijkt dat de aanhang van de VVD vaker man dan vrouw is. Meestal van middelbare leeftijd, hoger opgeleid en met bovengemiddelde interesse voor politiek. Al is hij nog niet zeker van zijn keuze. Van de VVD-aanhang twijfelt 70 procent nog tussen de VVD en een andere partij, 30 procent zegt hoe dan ook de VVD te kiezen.

In 2010 en 2012 vielen de belangrijkste onderwerpen voor de VVD-campagne (economie, veiligheid en immigratie) samen met de zorgen van burgers. Die hadden de financiële crisis en de gevolgen daarvan ook bovenaan hun zorgenlijstje staan.

In deze buurten zit de meest trouwe achterban van de verschillende politieke partijen, gebaseerd op de verkiezingen in 2012 (Tweede Kamer) en 2015 (Provinciale Staten). Data: Stichting Politieke Academie/Joost Smits

Dat ligt nu anders. Veel mensen zien na de vluchtelingenproblematiek de gezondheidszorg als belangrijkste thema, blijkt uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Verder zijn ze bezig met normen en waarden en de vraag hoe we in Nederland met elkaar omgaan. Geen typische VVD-onderwerpen, maar de partij moet er wel iets mee. Wie de grootste wil zijn, kan het zich niet permitteren om zulke onderwerpen links te laten liggen.

Dus vorige week beantwoordden twee Tweede Kamerleden live op Facebook vragen van kiezers over de zorg. Hun kijkers was het opgevallen: sinds wanneer hoor je de VVD hierover? Sinds het zo „duidelijk misgaat” in de verpleeghuiszorg, zei Sjoerd Potters: „We willen gewoon dat het pilletje op het nachtkastje van je vader of moeder veilig is.” Zijn antwoord laat ook zien hoe bewust VVD’ers zijn van de doelgroep die ze met Facebook bedienen.

Bij de koffiebus in Arnhem komt ook het hele regeringsbeleid langs. Weinig over vluchtelingen, vooral veel individuele vragen: over de woningmarkt of de AOW. En, vraagt een dame, wat „is uw plan met de Wajong”, de uitkering voor jonge gehandicapten? Eigenlijk niks, zegt Rutte. „We hebben zoveel overhoop gehaald, laten we eerst hier maar eens een succes van maken.”

Dat populistische tintje

Het verbaast hoogleraar kiezersonderzoek Joop van Holsteyn dat de VVD niet eerder al veel groter is geworden. „De seculiere middenklasse is hier behoorlijk groot. De VVD presteert onder, gezien dit enorme potentieel”, zegt hij. Misschien komt het doordat de partij nooit echt heeft gekozen, denkt hij. „Gaan ze voor patriottisme en de Nederlandse waarden? Of voor het principiële liberalisme, met als richtlijn dat mensen zich aan de wet houden?” Die „ingebakken dubbelheid” zorgt voor onduidelijkheid, daar houden kiezers niet zo van.

De VVD kijkt bij die normen-en-waardendiscussie vooral naar welk gevoel er in de samenleving heerst. Populistisch of niet: waar het kan verwoordt de VVD graag dat gevoel van de meerderheid. Neem dit voorbeeld: uit het SCP-onderzoek blijkt dat de meeste Nederlanders , 73 procent, vinden dat „de mensen in ons land met steeds minder respect met elkaar omgaan”. Aan hen refereert Rutte als hij zegt dat hij „niets met geschreeuw aan de zijlijn” heeft.

Door Trumps winst vorige week is in de Nederlandse campagne de vraag hoeveel kiezers het echt gehad hebben met het establishment – daar is Rutte natuurlijk de belichaming van. Al ziet het SCP een lichtpuntje voor hem; voor het eerst sinds vorig jaar zomer steeg vorig kwartaal het vertrouwen in de regering weer significant.