Boze kiezers zweven maar zelden

De kiezer Het vooroordeel dat Nederlandse kiezers wispelturig zijn, klopt niet. Ze zijn gewoon geëmancipeerd en doen wat ze horen te doen: een keuze maken.

Kiezers brengen hun stem uit in stemlokaal Kamelia in Rotterdam. Foto ANP / Guido Benschop

Uit onderzoek naar Nederlands stemgedrag kun je allerlei cijfers halen die laten zien dat de campagne waar politici nu zo druk mee zijn, weinig méér is dan bezigheidstherapie.

Neem dit gegeven: meer dan de helft van de kiezers bepaalt in de laatste weken voor de verkiezingen welke partij zijn of haar stem krijgt. Een flink deel, 15 procent, bepaalt dat pas op de verkiezingsdag zelf. Dat zijn bijna 1,5 miljoen stemmers.

En tóch. Over vier maanden zijn de Tweede Kamerverkiezingen en alle politieke partijen die meedoen zijn al maanden op zoek. Op zoek naar De Kiezer. Want hun vaste, trouwe aanhang, die wordt steeds kleiner.

Ieder zijn eigen keuzeset

Uit al wat ouder onderzoek van de Universiteit van Amsterdam bleek dat 45 procent van de kiezers niet van mening veranderde tussen 2006 en 2010. Omgerekend zijn dat 67,5 van de 150 Tweede Kamerzetels die vastliggen – de rest is dus vrij te verdelen.

Het ligt voor de hand dat het aantal mensen dat zweeft eerder is gestegen dan is gedaald sinds dat onderzoek. De oudere kiezer, gewend aan een verzuild systeem waarin hij niet eens hoefde na te denken over de partij waarop hij zou stemmen, sterft langzaam uit.

In de serie De Achterban gingen we mee met de VVD-campagne: Een VVD-kiezer is allesbehalve gemiddeld

Alleen het vooroordeel dat kiezers anno nu maar wat doen, dat klopt niet, zegt hoogleraar kiezersonderzoek Joop van Holsteyn van de Universiteit Leiden. „Kiezers houden er vaak, bewust of onbewust, een setje aan keuzes op na.” Daar zitten partijen in die ongeveer dezelfde opvattingen hebben. GroenLinks, PvdA en de SP zitten vaak samen in zo’n keuzeset. En aan de rechterkant geldt dat voor de VVD, D66 en het CDA.

De veranderlijkheid van kiezers door de jaren heen in drie graphics:

Middengroepen zijn het flexibelst

Er valt wel meer te zeggen over die „geëmancipeerde kiezer”, zoals zwevende kiezers in onderzoeken heten. Mannen zijn eerder geneigd te wisselen dan vrouwen. „We zien dat zij vaker extremer en minder geremd zijn”, staat in het onderzoek van de UvA, waar onder andere hoogleraren politicologie Tom van der Meer en Wouter van der Brug aan meewerkten. Kiezers uit de grote stad wisselen sneller dan wie in een dorp of kleinere stad woont. En zij die heel geïnteresseerd zijn in politiek, zijn minder geneigd te veranderen dan degenen die er niet zoveel interesse in hebben.

Van de mensen met de laagste inkomens, degenen zonder werk en mét frustraties over hun situatie, zou je verwachten dat ze gevoeliger zijn voor incidentele beloften die politici doen. Toch wisselen niet zíj het vaakst, maar de mensen met een middeninkomen. Hoe dichter bij modaal, hoe veranderlijker de kiezer. Een goede verklaring hiervoor hebben de onderzoekers niet. „Het is een klein verschil. Sociale klassen doen er in de Nederlandse politiek nauwelijks toe”, zegt hoogleraar Van der Brug.

Kiezers die zichzelf in het midden van het politieke spectrum plaatsen, wisselen ook vaker dan degenen op de flanken. Hoe meer je te kiezen hebt, hoe makkelijker je verschuift. Neem D66. Die partij zit in zowel linkse als rechtse keuzesetjes. Gevolg: de loyaliteit aan de partij is laag. Minder dan 40 procent van de D66-kiezers koos verkiezing na verkiezing voor die partij. Op de flanken zijn kiezers relatief trouw – zij hebben weinig alternatieven.

Boze burgers stemmen hier al jaren

Hoe zit het dan met die boze burger, waar ook Nederlandse politieke partijen zo bezorgd over zijn, na Trump, de Brexit en het Oekraïnereferendum? „Er is weinig reden om aan te nemen dat het electoraat hier ontzettend is veranderd”, zegt Joop van Holsteyn. Die ontevreden burger is al jaren, en zeker sinds 2002, in stemuitslagen vertegenwoordigd.

Kiezers van de SP en de PVV zijn het negatiefst. Zij hebben ook het minste vertrouwen in de politiek: de helft van de stemmers die geen vertrouwen heeft, stemde afgelopen verkiezingen op de PVV van Geert Wilders. De laatste decennia, van 1998 tot 2012, ís de groep kiezers die cynisch is over de politiek al „gemobiliseerd”. Die groep valt volgens Van Holsteyn deels samen met de mensen die de „verliezers van de globalisering” worden genoemd.

Het is zelfs nog erger. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek blijkt dat de meerderheid van stemmers op bijna álle partijen kritisch is. De onvrede met het regeringsbeleid is gestegen sinds 1998, burgers zien meer ongunstige dan gunstige effecten van regeringsbeleid. Kabinetten krijgen meer en meer kritiek.

Die bijna standaard geworden ontevredenheid van de kiezer over regering en regeringsbeleid betekent voor de coalitie van VVD en PvdA slecht nieuws. Sinds 1998 is het niet meer voorgekomen dat een zittende coalitie na verkiezingen opnieuw een meerderheid haalde.