Belgische paters beschuldigd van mensenhandel

Ze zouden jonge mensen uit verschillende Afrikaanse landen hebben gehaald en ze zonder vergoeding hebben laten werken.

Beeld dient ter illustratie Foto: Rick Nederstigt / ANP

Het Openbaar Ministerie in België verdenkt vijf leden van een Augustijnenklooster in Gent van mensenhandel, zwartwerk en valsheid in geschriften. Ze zouden jonge mensen uit verschillende Afrikaanse landen zonder vergoeding hebben laten werken in het klooster.

Tussen 2008 en 2014 zouden de verdachten voor negentien mensen uit verschillende Afrikaanse landen valse documenten hebben gemaakt waaruit zou blijken dat ze in het land van herkomst al een vooropleiding hadden gevolgd. Dit was voor het klooster van belang omdat ze dan in België een vervolgopleiding tot Pater konden volgen en voor een langere tijd aan het werk konden. Slechts zes van hen hebben de opleiding succesvol afgerond. De rest deed het werk dus voor niets.

De zaak kwam aan het rollen toen één van de jongens twee jaar geleden een klacht indienden bij de sociale inspectie. Hij zou onder het mom van een opleiding naar België zijn gehaald maar hier vooral aan het werk zijn gezet. Het OM startte een onderzoek en concludeert nu dat er genoeg reden is voor vervolging.

Verdediging

De advocaten van de vijf verdachten zijn het hier niet mee eens. In een verklaring aan verschillende Belgische media laten ze weten dat het werk in een klooster bij de opleiding hoort en dat de buitenlandse kandidaten op deze manier vertrouwd werden gemaakt met de praktische onderdelen van de religieuze gemeenschap.

Het OM zegt dat in dit geval de balans tussen werk en opleiding was doorgeschoten. De mannen moesten een zeer strikt schema volgen, mochten het klooster niet verlaten wanneer ze wilden en hadden dus een beperkte vrijheid terwijl er geen redelijke opbrengst tegenover stond. Bovendien hadden ze dus de vooropleiding niet gevolgd terwijl dit wel uit de documenten van het klooster bleek.

Volgen het OM is de zaak uniek omdat ze nog niet eerder onderzoek deden naar mensenhandel, zwartwerk en valsheid in geschriften bij een religieuze organisatie.