Beleggers vragen hogere risicopremie voor Italië

Eurozone

Na Trump dient zich het volgende politieke risico alweer aan op de markten. Een referendum in Italië kan voor instabiliteit zorgen.

AFP / Emmanuel Dunand

Bij politieke schokken elders in de wereld duurt het niet lang voordat beleggers de aandacht vestigen op de zwakheden binnen de eurozone. Dat was zo na het Britse EU-referendum in juni en nu, na de schok van de verkiezing van Trump in de Verenigde Staten, is het weer het geval.

Na het Brexit-referendum kregen Europese bankaandelen een forse klap – vooral die in Italië. Ook in de nasleep van de Amerikaanse presidentsverkiezingen staat Italië centraal, maar dan op een andere manier. De rente op Italiaanse tienjarige staatsleningen is opgelopen van 1,7 procent op verkiezingsdag naar bijna 2,2 procent op maandag. Beleggers vragen een hogere risicovergoeding voor het lenen van geld aan het land.

De rentes op álle Europese obligaties lopen op, in het kielzog van de stijgende obligatierentes in de VS. Beleggers gokken erop dat de inflatie die de aankomend president naar verwachting teweeg gaat brengen, zal doorsijpelen naar Europa.

151116ECO_rente

Maar verhoudingsgewijs loopt de rente op Italiaanse obligaties het snelst op, sneller ook dan de Spaanse en Portugese rentes. Het renteverschil tussen Italiaans en Duits tienjarig staatspapier steeg sinds ‘Trump’ met ruim 0,2 procentpunt naar bijna 1,8 procentpunt. Deze zogeheten spread was in twee jaar niet zo hoog.

Grootste risico

Als dat doet denken aan de eurocrisis, is dat niet toevallig. Het grootste politieke risico voor de eurozone ligt nu in Italië, het op twee na grootste euroland. Italië houdt op 4 december een referendum over constitutionele hervormingen. Het dreigt uit te lopen op een fiasco voor premier Matteo Renzi, pleitbezorger van die hervormingen. Renzi zal „hoogstwaarschijnlijk aftreden als premier” als het referendum een ‘nee’ oplevert, schrijft zakenkrant Il Sole 24 Ore.

Dat kan vervroegde verkiezingen betekenen, net nu de populistische Vijfsterrenbeweging van komiek Beppe Grillo in peilingen even populair is als Renzi’s Democratische Partij. Grillo wil een referendum houden over de euro. Dat de Italiaanse bankensector wankelt, maakt beleggers nog nerveuzer. De Italiaanse spread met Duitsland is al een tijdje hoger dan die van Spanje met Duitsland. Spanje heeft zijn banken beter opgeschoond.

De spreads zijn nog lang niet zo hoog als in 2011-2012, het hoogtepunt van de eurocrisis. Toen betaalde Italië 4 à 5 procentpunt meer aan rente dan Duitsland, Spanje zelfs 5 à 6 procentpunt meer. Dat de renteverschillen zo veel lager zijn geworden, is grotendeels te danken aan de president van de Europese Centrale Bank (ECB), Mario Draghi, die in 2012 zei alles te zullen doen om de euro te redden.

Het weer oplopen van de spreads maakt het waarschijnlijker dat de ECB haar huidige opkoopprogramma van staatsleningen na maart verlengt, zegt Frederik Ducrozet, analist bij vermogensbeheerder Pictet in Genève. „De ECB zal dat overigens niet hardop zeggen”, zegt hij, want officieel is het verlagen van rentespreads geen ECB-doel. Het gaat om de inflatie.

Ondanks de verwachte inflatie door ‘Trump’ blijft de verwachting voor de eurozone veel te laag, zei ECB-vice-president Vitor Constâncio maandag. Ook wees hij op het risico van een „politieke schokken”, zonder Italië specifiek te nomen. Genoeg reden voor de ECB om nog even actief te blijven op de markt voor staatsleningen.

Lees ook: het interview met Roberto Perotti, voormalig adviseur van premier Renzi: ‘Italië heeft nog steeds geen plan’