Zo schadelijk is afleiding door je smartphone

Afleiding

We kunnen het niet laten om steeds weer op het schermpje van onze smartphone te kijken. Dat is veel schadelijker dan we denken, zeggen psychologen.

Wouter van Noort ervaart in een rijsimulator van TNO wat er kan gebeuren als je tijdens het rijden een appje probeert te lezen. Foto Olivier Middendorp

Heel even maar gaat mijn blik naar een binnenkomend appje, en meteen gaat het vreselijk mis. Als ik opkijk van mijn smartphone zit ik al zo dicht op mijn voorligger dat uitwijken de enige optie is. Snelheid: 120 kilometer per uur. Remmen heeft geen zin meer. De ruk aan het stuur doet de auto hevig slingeren. Sturen lukt niet meer. Ik draai 45 graden en schiet door de vangrail, over de berm. Over de andere weghelft – tegen een viaduct aan waar de auto hard tot stilstand komt.

Gelukkig zit ik in een rijsimulator van TNO in Soesterberg. „Maar dit is een realistisch scenario”, zegt onderzoeker Marika Hoedemaeker van TNO. „We weten uit onderzoek dat kijken op je smartphone tijdens het rijden ervoor zorgt dat je 23 keer zoveel kans hebt om in een gevaarlijke verkeerssituatie terecht te komen.”

De Britse premier Theresa May zei afgelopen week dat zij wil dat smartphonegebruik op de weg net zo hard wordt bestraft als alcoholgebruik achter het stuur. „Een goed idee”, zegt Hoedemaeker. „Je reactietijd bij het kijken op de smartphone is zelfs drie keer langer dan als je de maximale wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol op hebt. Dat beseffen veel mensen niet.”

Hoe sterk leidt je smartphone je aandacht af? Tech-redacteur Wouter van Noort probeerde het uit. Tekst gaat verder na de video.


Video: Joram Bolle en Elze van Driel

Lager IQ

Niet alleen in het verkeer beïnvloedt de smartphone ons concentratievermogen. Een boek lezen. Vergaderen. Een goed gesprek voeren met je geliefde. Hoe vaak gebeurt het nog dat we die activiteiten helemaal uitzitten zónder tussendoor op de smartphone te kijken? Dat smartphones op grote schaal zorgen voor afleiding, is inmiddels wel duidelijk. Maar is dat ook buiten de auto nou zo erg?

Steeds meer psychologen spreken zich de laatste tijd hierover luid en duidelijk uit: ja, het is heel erg. Door constante afleiding verliezen we langzaam maar zeker het vermogen om onze aandacht blijvend op iets te richten. „Aandacht is namelijk iets dat je moet trainen om het te kunnen behouden”, zegt Stefan van der Stigchel, die het Attention Lab van de Universiteit Utrecht leidt.

De voornaamste reden dat smartphones zo’n slechte invloed hebben: door de afleiding van telefoons zijn mensen vaker aan het multitasken, en multitasken is bewezen slecht voor de kwaliteit van denken en werken.

In de woorden van hoogleraar psychologie Sherry Turkle van de Amerikaanse universiteit MIT: „multitasken is de alchemie van de 21e eeuw”. Net zoals ijzer veranderen in goud is multitasken een illusie: het bestaat niet. We maken onszelf wijs hoe geweldig efficiënt we zijn nu we tegelijkertijd kunnen vergaderen, mail beantwoorden en ook nog het laatste nieuws kunnen volgen. En misschien ook nog tussendoor een auto kunnen besturen. Maar dat klopt niet.

Het bewijs groeit dat je bij het wisselen van een mentale taak energie verliest, je concentratie kwijtraakt en daardoor meetbaar minder goed werk aflevert.

Uit diverse onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat multitasken je IQ verlaagt. Bij een studie van de University of London uit 2015 lieten de onderzoekers proefpersonen een intelligentietest maken terwijl ze tegelijkertijd ook op andere dingen moesten letten. Hun IQ was gemiddeld 15 punten lager dan de proefpersonen die gewoon geconcentreerd aan het werk waren. Volgens de onderzoekers komt dat overeen met het IQ-verlies dat je kunt verwachten „als je een nacht doorhaalt of als je wiet rookt”.

Competitie om aandacht

Het brein kán wel dingen tegelijkertijd doen, maar alleen als dat reflexmatige dingen zijn. „Je blijft tijdens het appen ook gewoon ademen natuurlijk”, zegt Stefan van der Stigchel van de Universiteit Utrecht. „Maar alles wat ook maar een beetje nadenken vergt, kun je maar met één taak tegelijkertijd.”

Uit het onderzoek van Van der Stigchel en zijn onderzoeksgroep blijkt hoe dat komt. „Aandacht is een enorme competitie, waarbij alleen dat element wint dat op dat moment het sterkst is”, zegt hij. Vergelijk het met een zaklamp: je kunt maar op één plek tegelijkertijd schijnen.

Een binnenkomend pushbericht op je smartphone is zo sterk dat het automatisch de aandacht grijpt. Waar je ook mee bezig bent, als je ziet dat er een nieuw bericht binnenkomt op je smartphone, zal je aandacht er altijd even naartoe gaan. Omdat je je maar op één ding tegelijkertijd kunt richten, betekent het dat je van je huidige taak wordt afgehaald.

Daarom is de smartphone achter het stuur ook erger dan afleiding door bijvoorbeeld wat kruimels op je schoot als je een broodje eet in de auto, volgens Hoedemaeker van TNO. „De smartphone trekt veel dwingender, actiever en constanter de aandacht dan andere potentiële afleidingen.”

Ons brein is erg gesteld op nieuwe informatie, omdat dat belangrijk kan zijn voor onze overleving. Toen mensen evolueerden op de Afrikaanse savannes was het wel zo handig om bijvoorbeeld nieuwe informatie over de locatie van een leeuw voorrang te geven boven andere activiteiten.

Onze hersenen zien echter niet direct het verschil tussen een leeuw en de zoveelste flauwe grap in een WhatsApp-groep: nieuws is nieuws, en nieuws is superbelangrijk voor ons brein. Maar door de smartphone is nieuwe informatie wel erg makkelijk binnen handbereik.

Onderzoeken over multitasken zijn zo eenduidig en zo waarschuwend dat je je bijna gaat afvragen: is multitasken de nieuwe suiker, of misschien zelfs het nieuwe roken? Zo langzamerhand weet iedereen wel dat het niet goed is, en toch kunnen we het niet laten om ons voortdurend te laten afleiden door onze smartphone. We zetten extra pushberichten aan en kopen zelfs smartwatches, in de ijdele hoop er effectiever van te worden.

Mentale aandoeningen

Het effect van smartphones op onze aandacht en concentratie doet volgens sommige onderzoekers denken aan de symptomen van mentale aandoeningen. Zo opperde Michael Pietrus, een psycholoog van de University of Chicago, tijdens het Amerikaanse technologiefestival South by Southwest dat we ons massaal zo zijn gaan gedragen als mensen met attention deficit hyperactivity disorder. ADHD inderdaad.

Let op, hij zegt niet dat we allemaal echt ADHD krijgen door smartphones en dat we allemaal aan de ritalin zouden moeten. Maar smartphones kunnen volgens hem wel zorgen voor symptomen die lijken op ADHD.

Ook in het Attention Lab van Van der Stigchel is onderzoek naar ADHD en aandacht gedaan. „Concentratie wordt door twee dingen bepaald: de prikkels uit de omgeving, en de taak die je op een bepaald moment hebt”, zegt hij. Omdat je aandacht maar naar één taak kan, is er de hele tijd strijd tussen de binnenwereld die de taak wil afmaken en de buitenwereld die je ervan af wil houden. Bij ADHD hebben mensen veel moeite om hun binnenwereld goed te sturen, zij worden erg gedreven door de prikkels in de buitenwereld.

Als je veel bezig bent met je smartphone, maak je je aandacht los van wat je op dat moment aan het doen bent. Op dat moment heb je eigenlijk even geen doel meer. Dan word je nog makkelijker dan anders afgeleid door informatie uit de buitenwereld, bijvoorbeeld door middel van pushberichten of een trillende telefoon.

Van der Stigchel: „En dat is precies waar het ook bij mensen met ADHD misgaat.”