Zwak Oranje boekt noodzakelijke overwinning op Luxemburg

Dankzij twee goals van invaller Memphis Depay werd het uiteindelijk 3-1. Daarmee blijft Nederland op koers voor playoffs.

Memphis Depay viert een van zijn doelpunten. Eric Vidal/Reuters

Een zwak spelend Nederlands elftal heeft zondagavond een uiterst noodzakelijk overwinning geboekt op Luxemburg. In stadion Josy Barthel in Luxemburg Stad werd pas na rust afstand genomen van de voetbaldwergstaat, de nummer 130 op de FIFA-ranglijst, en daarmee blijft Nederland op koers voor playoffs in de WK-kwalificatiepoule A.

Maar de zege (3-1), dankzij twee goals in de tweede helft van invaller Memphis Depay, kwam in dralend tempo tot stand, het onvermogen om tegenstanders van dit kaliber in lastige omstandigheden over de knie te leggen werd pijnlijk blootgelegd. De laatste keer dat Luxemburg scoorde tegen Nederland leefde de Amerikaanse president John F. Kennedy nog. Toen verloor Nederland op 30 oktober 1963, in een tijd dat de Hollandse School nog moest worden ontwikkeld en profvoetbal overal ter wereld nog in de kinderschoenen stond.

Al na een kwartier kon de rechtsback van Luxemburg, veel feller in duel met Wesley Sneijder, opstomen en een voorzet afleveren waar Virgil van Dijk dan nog wel een reddende voet tegenaan kon krijgen. Luxemburg schoot in het vervolg nog eens op Stekelenburg, zenuwachtige taferelen, maar Nederland kwam, uiteraard, verdiend op 1-0, via Robben. Maar groots was het allemaal geen moment.

Kansen

De kansen waren er voor Oranje, maar niet per dozijn en zeker niet van het soort waarmee van Luxemburg gezegd moet worden dat het goed weg kwam met één tegengoal voor rust. Arjen Robben scoorde in de 36ste minuut, en daarmee was de aanvoerder, die het gehele jaar 2016 niet beschikbaar was geweest voor Oranje, weer even de redder des vaderlands.

Maar veel meer bracht hij niet dan dat. De handen gingen excuserend omhoog na on-Robbens balverlies op de middenlijn, een actie die hem dwong om vol in de sprint te gaan om de schade te herstellen. Hij liep trekkebenend van het veld in de rust en toen hij niet meer uit de kleedkamer kwam bij rust was zijn interlandjaar ten einde gekomen met driekwart uur voetbal op een knollentuin in het Groothertogdom. Het was geen best jaar voor hem, in een vervloekt jaar voor Oranje waarin de internationals het EK in Frankrijk vanaf de verschillende vakantieadressen volgden.

De zwakste schakel begaf het nog voor rust tegen Luxemburg: Joshua Brenet. Hij verving Joël Veltman, de voorkeursback van Blind die tegen België een belabberde wedstrijd speelde en toen van geluk mocht spreken dat een domme ingreep niet bestraft werd met een strafschop. Een domme ingreep had Brenet tegen Luxemburg ook in petto, zij het nu wel door de scheidsrechter afgestraft met een penalty.

Dat Brenet, voor hij zijn tegenstander onderuit trok, vlak voor rust compleet voorbijgelopen werd door Daniel de Mota, spelend bij het Luxemburgse Dudelange, was pijnlijk voor de PSV’er die in de Oranje-basis debuteerde. Hij zal zich deze dag nog lang heugen. Maxime Chanot verzilverde de strafschop en een verdieping van de voetbalcrisis in Nederland was nog maar een uur weg.

Tijdperk Blind

Het Oranje-tijdperk van bondscoach Blind, en voor hem Guus Hiddink, is een aaneenschakeling van individuele fouten op cruciale momenten. Dat is jammerlijk, en verzachtend voor de bondscoach, maar tegelijkertijd is het symptomatisch dat deze spelers, als zo vaak de backs, keer op keer in situaties komen waarin hun kwetsbaarheid tot uiting komt. Blind heeft dat er in ruim een jaar niet uitgekregen, net als voor hem Hiddink daarin niet slaagde - met toen nog Blind als adjudant.

Duidelijk mag zijn dat de schrijnende onbeholpenheid waarmee Brenet verdedigde in die minuten voor rust, net toen de 1-0 van Robben lucht had moeten geven aan een stressig Oranje, het dieptepunt was. Maar de werkelijkheid was dat op de oneffen grasmat in het Josy Barthel-stadion, of eender welke externe factor ook als verzachtend omstandigheid aangedragen kan worden, de ploeg in een belabberde vorm stak en dat alles valt moeilijk in de schoenen van de falende Brenet te schuiven.

Misschien was het de onwennige samenstelling op het middenveld – Ramselaar, Wijnaldum, Klaassen – die tot nervositeit leidde, of het gebrek aan rust en aanspeelbaarheid in de spits bij Bas Dost. Of de samengebalde maar vals gebleken hoop dat Robben het op de heupen zou krijgen en de rest er niet meer toe zou doen. Hoe het ook zij: het leek nergens op tegen een gedreven Luxemburg, dat ontregelde waar het kon en dat uitmuntend deed.

Blind greep in bij de rust en wisselde de gehavende Robben en Sneijder. Zij, als veteranen geposteerd op rechts- en linksbuiten, trokken het niveau als leiders van de ploeg zowaar omlaag, waarmee de omstandigheden van dien aard werden dat mannen als Brenet door hun hoeven konden zakken. Memphis Depay en Steven Berghuis kwamen erin en het bleef belabberd, maar de kopbal van Depay na een uur uit een voorzet van Daley Blind zat er mooi in. Tien minuten voor tijd krulde de reservespeler van Manchester United de 3-1 binnen, en pas toen was er rust, comfort, de zekerheid van een overwinning.

De Benelux-duels van deze week (woensdag tegen België speelde een armoedig Oranje 1-1 gelijk) hebben elk optimisme dat de afgelopen maanden in het volk is geslopen weer teniet gedaan. Voetballend is Oranje terug bij af, maar 2017 begint in ieder geval met een uitgangspositie die hoopvol stemt. Op koers voor playoffs, gedeeld tweede met Zweden, op drie punten achterstand van de te verwachten groepswinnaar Frankrijk. Maar meer is het niet.