Waar komt het vallende gevoel vandaan als je inslaapt?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap antwoord op een vaak gestelde vraag. Vandaag: wat geeft het gevoel van ‘vallen’ bij inslapen?

Foto iStock

Je kent het wel: je bent op het randje van de slaap, doezelt zachtjes weg, en ineens: baf! Het lijkt wel alsof je een meter naar beneden valt! Je schokt even wakker – en slaapt vaak direct weer in. Hoe kan dat? „De wetenschap is er nog niet over uit”, zegt Arthur Kurvers, neuroloog en somnoloog (‘slaapdeskundige’) van MC Slotervaart in Amsterdam. „We weten nog niet eens precies hoe normale slaap werkt.”

Hij benadrukt dat deze ‘hypnagoge schok’ een heel normaal verschijnsel is. Vrijwel iedereen ervaart het weleens en vrijwel niemand maakt zich er zorgen over. Maar het is geen vast onderdeel van de slaap, zoals dromen. Waarschijnlijk gewoon een vergissing van de hersenen. „De gangbare theorie is dat de hypnagoge schok optreedt doordat de verschillende hersengebieden niet tegelijkertijd in slaap vallen”, zegt Kurvers. „Het ‘slaapgebied’ ontspant je spieren, maar het ‘waakgebied’ is nog een beetje wakker. Het ‘waakgebied’ schrikt van de lage spierspanning en roept het hele lijf met een schok tot de orde.”

Hij vat het zo samen: in slaap vallen gaat gepaard met een cascade van processen in de hersenen. Die krijgen intussen ook input van je zintuigen. In de gewaarwording daarvan kan gemakkelijk iets mis gaan. Bewustzijnstoestanden zijn dan niet helemaal goed op elkaar afgestemd.

Door je knieën zakken

Anton Coenen, emeritus ‘slaaphoogleraar’ aan de Radboud Universiteit Nijmegen en auteur van Het slapende brein (2015), denkt dat dat verhaal wel zo’n beetje klopt – hoewel het giswerk blijft. Met MRI of EEG zijn dergelijke vragen niet te beantwoorden, benadrukt hij. Maar waarom voelt die schok dan als vallen? „Als je beenspieren verslappen terwijl je staat, dan zak je door je knieën. Dat wil je brein altijd voorkomen, ook als je in je bed ligt.”

Je brein denkt wellicht dat je rechtop staat. Dat is een hallucinatie, aldus Coenen. „Dat past mooi in die periode van halfslaap”, zegt hij. „Daarin heb je wel meer sensaties van dingen die er niet zijn. Je voelt je bijvoorbeeld alsof je zweeft, je ziet allerlei beelden. Het is de schemertoestand tussen realiteit en fantasie.” Echt dromen is het niet, benadrukt hij. Dromen gaan gepaard met de typerende snelle oogbewegingen of rapid eye movements (REM) en treden pas later op, als we dieper in slaap zijn.

Ook Gerard Kerkhof, hoogleraar psychofysiologie van de 24-uurs ritmiek en slaap aan de UvA, spreekt over de hallucinaties tijdens de ‘schemerslaap’.

„Je ziet, hoort en voelt van alles. Geen verhalende taferelen, zoals tijdens de REM-slaap, maar abstracte beelden. Daar hoort ook die gewaarwording van gewichtsloosheid bij.” Misschien, zo merkt hij op, is de hypnagoge schok wel een hallucinatie van het evenwichtsorgaan, al dan niet geprikkeld door de spierverslapping. Dat orgaan geeft dan dezelfde prikkels door als wanneer je écht valt. „Het brein bestaat uit allerlei bewustzijns-, zintuig- en geheugensystemen, die niet met één schakelaar aan en uit te zetten zijn”, zegt hij. „Vergelijk het maar met een auto. Als je de motor uitzet, kun je nog wel steeds de lichten laten branden of naar de radio luisteren. Dat asynchrone uitzetten levert in het brein hallucinaties op.”

Slaapwandelen valt in dezelfde categorie (Coenen: „Een fantastisch mooi fenomeen!”). En Kurvers noemt er nog een, onschuldig maar voor velen een stuk alarmerender: het exploding head syndrome. Daarbij horen mensen in halfslaap soms een klap alsof er een kanon naast hun hoofd wordt afgeschoten. „Vermoedelijk ook een stoornis in die bewustzijnsswitch”, zegt Kurvers.