Opinie

Stop met vernedering: kiezer ervaart onrecht

Ook hier ervaren kiezers economische onrechtvaardigheid, schrijft Lodewijk Asscher, kandidaat-lijsttrekker van de PvdA. Doe dat niet af als een ‘gevoel’.

ANP/Bart Maat

Er zal nog veel geanalyseerd worden over de Amerikaanse verkiezingen maar één les staat vast. Progressieven mogen nóóit meer kiezers vernederen of wegzetten. Clintons basket of deplorables was meer dan een slip of the tongue. Het verried onwil om te begrijpen waarom mensen boos of angstig zijn.

Het is een misvatting alleen te spreken over een gevoel van onvrede. Veeleer is het daadwerkelijk ervaren onrecht: arbeidsmigratie leidt tot lagere lonen. Oneerlijke competitie leidt tot onzekere contracten. Globalisering leidt tot verdwijnen van hele beroepen. Er is zelfverrijking aan de top en middengroepen blijven achter.

Als je dat onrecht dagelijks ervaart en geen geloofwaardige mogelijkheid hebt om voor verandering te stemmen, zit je in het nauw. Wanneer progressieve partijen zich dan beperken tot het verklaren van de status quo zijn ze onderdeel van het probleem geworden in plaats van de oplossing. Dan resteert de noodrem. Een Brexit. Een muur. Een stem voor Trump.

Bij rechtse populisten krijg je daar gratis een hoop rancune bij. Zondebokpolitiek maakt onverdraagzaamheid salonfähig. Openlijk enthousiasme van de Ku Klux Klan voor Trump zonder dat dat radicaal wordt afgewezen. Consequente stereotypering van minderheden. Het verlaagt de drempel voor mensen om elkaar op ras of geloof te beoordelen in plaats van als individu.

Deze zwarte kant van de Trump-campagne heeft een deel van de Obama-kiezers niet weerhouden nu op Trump te stemmen. Voor hen telt het economisch onrecht blijkbaar zwaarder. En het verlangen om de trots op de eigen gemeenschap weer te voelen.

Afschuwelijk gevolg is dat voor het eerst in jaren minderheden in de VS echt bang zijn.

Onze conclusie moet zijn dat naast economische rechtvaardigheid trots en identiteit een wezenlijk onderdeel vormen van je thuis voelen in een gemeenschap. Dat verwaarlozen lijkt misschien postmodernistisch progressief, maar is vooral het miskennen van de basale menselijke behoefte ergens thuis te zijn en je gehoord te voelen. Nieuwe trots is nodig en mogelijk.

Nederland verschilt van de VS door een veel beter sociaal vangnet en veel kleinere inkomensverschillen. Maar kansenongelijkheid en onzekerheid over de toekomst nemen ook hier toe. Bovendien is saamhorigheid in een veranderend land steeds minder vanzelfsprekend. VVD en PVV spelen daar vilein op in en het linkse antwoord overtuigt nog onvoldoende.

Daarom is er verandering nodig en daarom wil ik lijsttrekker van de Partij van de Arbeid worden.

Maar kan de PvdA überhaupt voor verandering staan na 4 jaar regeren met de VVD? Natuurlijk kan dat! Ik heb in mijn portefeuille de bakens ideologisch verzet: stoppen met het idealiseren van flexwerk, een harde aanpak van schijnconstructies en oneerlijke concurrentie door verkeerde Europese regels, hogere minimumjeugdlonen, schoonmakers weer in vaste dienst nemen. Ik ben ook trots dat ik – samen met de vakbeweging – de botte WW-verkorting en onverstandige versoepeling van het ontslagrecht uit het Regeerakkoord heb kunnen terugdraaien via het Sociaal Akkoord.

Telkens opnieuw dat Regeerakkoord blijven uitleggen, werkt niet. Ja, we mogen trots zijn op de stabiliteit die we brachten. Maar geloofwaardige verandering kan alleen door te erkennen dat sommige compromissen misschien noodzakelijk waren maar geen PvdA-beleid. Door te erkennen dat de versnelling van de hogere pensioenleeftijd niet onze ideale keuze was. En de snelle bezuiniging op de thuiszorg evenmin.

De VVD neemt nu als een haas afstand van het kabinet. Het VVD-program verdedigt de gevestigde belangen van grote bedrijven. Voor werknemers heeft de VVD onzekerheid in petto, voortaan sta je er alleen voor tegenover de werkgever en ontslagrecht moet worden versoepeld. Een cynisch verraad van de middengroepen.

Ik kies voor een andere koers. Optimisme voor iedereen vergt kansen voor iedereen. Eerlijker spelregels zijn daarvoor de basis.

Dat betekent helemaal stoppen met arbeidsmigratie die in feite loonconcurrentie is. In de Brexit-onderhandelingen moet Nederland zorgen voor meer autonomie over arbeidsmigratie. Het betekent stoppen met handelsverdragen zoals TTIP zolang de menselijke maat en de positie van werknemers daarin niet voorop staan. Eerlijke belastingheffing zodat niet langer kleine bedrijven en gezinnen het volle pond betalen terwijl multinationals belastingen kunnen ontduiken.

Nodig is meer zekerheid voor werknemers. Topbeloningen moeten verder aan banden en medewerkers moeten meer zeggenschap in ondernemingen krijgen. Een einde aan nulurencontracten, payroll gelijktrekken met gewoon arbeidsrecht en kleine werkgevers ontzien bij loondoorbetaling bij ziekte.

Daarnaast moeten we werken aan nieuwe banen. Daar zijn volop kansen voor. Door binnen vier jaar alle corporatiewoningen energieneutraal te maken en daar voldoende geld voor uit te trekken ontstaan duizenden banen. Door te investeren in conciërges en assistenten op scholen, toezicht in bus en tram en helpende handen bij verenigingen.

De Partij van de Arbeid moet ook de partij van de aandacht worden: ziekmakende werkstress aanpakken, meer ouderschaps- en zorgverlof, vaste gezichten en aandacht voor mensen in verpleeghuizen.

Progressief patriottisme noem ik dat: Trots op Nederland en principieel tegen racisme en uitsluiting.

Tenslotte dit. Waar Wilders nu roept ‘let’s make the Netherlands great again’ en waar de VVD zegt ‘laat Nederland Nederland blijven’, moet links zich niet laten wegduwen. Nederland moet juist Nederland wórden. Een land waar iedereen trots op kan zijn. Waar iedereen een kans heeft om vooruit te komen. Een land dat hetzelfde blijft door met de tijd mee te gaan. Progressief patriottisme noem ik dat: Trots op Nederland en principieel tegen racisme en uitsluiting.

Vicepremier Lodewijk Asscher is kandidaat-lijsttrekker van de PvdA.