Robben was terug, voor 45 minuten….

Arjen Robben

Arjen Robben keerde na een jaar terug bij Oranje. De aanvoerder scoorde wel, maar werd in de rust gewisseld na een ‘krampje’.

Arjen Robben kopt de bal naast het doel van Luxemburg. Jerry Lampen/ANP

Eerst het goede nieuws: Arjen Robben was terug. In Groothertogdom Luxemburg liep hij, getooid met de Oranjevaan en aanvoerdersband, voorop bij het verlaten van de ondergrondse spelerstunnel in een stadion waar hij het veld dramatisch vond. Zelfverzekerde oogopslag, gulle lach. De leider had zin. Wilde schitteren, zoals hij zelf had benadrukt, en deed een goede poging. Eerst met die afgemeten steekpass op Davy Klaassen, later met zijn 31ste doelpunt als international. Nog twee en ’s lands beste voetballer van dit moment kan zich meten met zowel Johan Cruijff als Abe Lenstra. Beiden scoorden 33 keer in Oranje.

Dan het slechte nieuws: dat is dat de pret maar 45 minuten duurde. Daarna bleef Arjen Robben achter in de kleedkamer. Een „krampje” zei hij achteraf. Feit was dat hij tien minuten na rust op de tribune zat, geflankeerd door die andere routinier, Wesley Sneijder, die werd gewisseld omdat hij niet naar tevredenheid van bondscoach Danny Blind speelde. Kon gebeuren.

Pijnlijker was de wissel van Robben. Uitgerekend hij die woensdag bewust verstek had laten gaan tegen de Belgen, zodat hij optimaal voorbereid was op het treffen in Luxemburg. Ondanks de prestigestrijd met België was deze wedstrijd van groter belang. Door de 3-1 zege van zondag staat Oranje weer tweede in de poule. Drie punten achter koploper Frankrijk, maar op doelsaldo boven Zweden, de voornaamste concurrent om de tweede plaats, die wordt beloond met een play-offticket.

Ribblessure

Voor Robben was het zijn eerste duel in de kwalificatie voor het WK 2018 in Rusland, alsmede zijn eerste interland dit kalenderjaar. Laatste keer dat hij uitkwam voor Oranje was precies een jaar geleden in de met 3-2 gewonnen oefenwedstrijd tegen Wales. Hij scoorde er twee keer.

Nadien sukkelde Robben met zijn gestel. Bovenbeenblessure, dijbeenblessure. Nadat hij sinds 5 maart niet meer had gevoetbald, maakte hij dit seizoen op 21 september zijn rentree bij zijn club Bayern München. Resulterend in een doelpunt én een nieuwe blessure: een ribkwetsuur. Weliswaar licht, maar het kostte de aanvaller de kwalificatiewedstrijden tegen Wit-Rusland en Frankrijk. Sindsdien speelde hij nog geen enkele keer negentig minuten.

„Zo, weer twee trainingen overleefd”, zei hij vrijdag na de laatste training in Nederland. Als blijk van zelfspot. Omdat hijzelf, hoe pijnlijk ook, de humor kan inzien van een reputatie waarmee hij in de voetsporen is getreden van de breekbare oud-Ajacied Jari Litmanen. Diens bijnaam was de kop boven een verhaal over Robben in Voetbal International, maart dit jaar. Man van Glas: ruim vijftig blessures in twaalf jaar.

Zondagavond vond hij blessure een te groot woord. In een verdedigende sprint voelde hij een „kleine verkramping” in zijn bovenbeen, wat hem deed besluiten om zich te laten wisselen. Zie het als de mores van een brekebeen die doktersadviezen wel kan dromen. Hoe graag hij ook wil, risico neemt hij niet meer. Een krampje is zo een scheur.

Over dit thema had hij zich vooraf nog uitgelaten in De Telegraaf. „Vorige maand had Oranje vijf blessures, nu alweer drie. En zo is het overal. Is het omdat je anders traint, met een andere staf werkt? Ik vind het in elk geval logisch dat clubs steeds bozer worden. Die zitten in de drukste periode van het jaar met de gebakken peren.”

Als hij het voor het zeggen had, zouden nationale teams geen oefenduel meer spelen voorafgaand aan een officiële interland. Doorgedraaide commercie, vond hij, waarvan spelers’ werkgevers de dupe worden. Dat is ook Robben, niet bang om zich te uiten. Zoals hij zondag ook eerlijk zei dat hij soms schrikt van het niveau bij Oranje. In zijn ogen speelde de ploeg ondermaats in balbezit en moest geen van de spelers heel blij zijn met hetgeen ze hadden vertoond. Zwak combinatiespel, onjuiste keuzes en niet zo overtuigend als zou moeten.

Er was genoeg om over na te praten, los van zijn eigen fysieke sores. Daar lijkt hij inmiddels mee te kunnen leven. Meer dan met het matige spel van een ploeg die lang niet meer zo sprankelend voetbalt als in de tijd dat hij nog topfit was. Het is ook maar de vraag of die combinatie ooit nog opgaat.