Oranje-waardig, wat betekent dat nog? De spoeling is dun, dat bleek weer eens

Luxemburg-Nederland

Bondscoach Danny Blind moet met een wankele basis werken bij Oranje. Dat bleek ook tegen Luxemburg (3-1 zege).

‘Oranje-waardig’ is een begrip dat de bondscoach in deze barre tijden heeft opgerekt zodat ook Joshua Brenet zich zo mag noemen. Of anders wel Marvin Zeegelaar, een vergeten voetballer die opgeroepen werd omdat hij zich via de Europese voetbalperiferie en uiteindelijk bij Sporting Lissabon tot selectiespeler van het Nederlands elftal opwerkte. Keer op keer legt Blind uit dat de spoeling dun is, dat het „nu eenmaal” een generatie spelers is met een klein reservoir internationals van allure.

Hij weet het, iedereen weet het eigenlijk. En toch went het maar moeilijk. Geteisterd door een handvol blessures? Dan heeft Nederland het tegen iedereen lastig. Is Arjen Robben niet fit, dan bibbert de natie, maar juist nu hij weer mee kon spelen, zondagavond tegen Luxemburg (3-1 zege), werd zijn fysieke kwetsbaarheid in zijn nadagen als topvoetballer blootgelegd. Hij viel uit in de rust. De hamstring maar weer eens.

Voetbaldwerg

Het is, kortom, een wankele basis waarmee Blind moet werken. Met jongens als Brenet dus, vierde keus als rechtsback en zondagavond verantwoordelijk voor het feit dat Luxemburg, een voetbaldwerg en de nummer 130 op de FIFA-ranglijst, vlak voor rust een penalty kreeg en benutte: 1-1. De laatste keer dat Luxemburg scoorde tegen Nederland leefde John F. Kennedy nog. Toen verloor Nederland, op 30 oktober 1963. De Hollandse School bestond nog niet en profvoetbal stond overal ter wereld nog in de kinderschoenen.

Andere tijden. Terug naar de onze. In stadion Josy Barthel in Luxemburg Stad werd pas na rust afstand genomen van de dappere thuisploeg en daarmee blijft Nederland op koers voor de play-offs in de WK-kwalificatiepoule A. Maar de zege, dankzij twee goals in de tweede helft van invaller Memphis Depay, kwam in dralend tempo tot stand. Kenmerkend is het schrijnende onvermogen om tegenstanders van dit kaliber in lastige omstandigheden overtuigend over de knie te leggen. „Ik heb goede hoop dat we stapjes kunnen maken”, zei Blind. „Maar als dat niet snel genoeg gaat, is het in ieder geval belangrijk dat je je wedstrijden wint tegen mindere tegenstanders.” Dat gebeurde.

De kansen waren er voor Oranje, maar niet per dozijn en zeker niet van het soort waarmee gezegd kan worden dat Luxemburg goed weg kwam met één tegengoal voor rust. Bas Dost, met zijn 1 meter 96, was onzichtbaar en kon spits Vincent Janssen niet volwaardig vervangen. Bart Ramselaar overtuigde op het middenveld, net als verdediger Virgil van Dijk die zowaar een aantal keer redding moest brengen.

Nederland kwam op 1-0, via Robben, en daarmee was de aanvoerder weer even de redder des vaderlands. Maar veel meer dan dat bracht hij niet. Hij liep trekkebenend van het veld en toen hij niet meer uit de kleedkamer kwam na rust was zijn interlandjaar ten einde gekomen met driekwart uur voetbal op een knollenveld in het groothertogdom.

Zwakste schakel

De zwakste schakel begaf het eveneens voor rust: Brenet. Hij verving deze zondagavond Joël Veltman, die tegen België afgelopen woensdag een belabberde wedstrijd speelde en toen van geluk mocht spreken dat een domme ingreep niet bestraft werd met een strafschop. Een domme ingreep had Brenet tegen Luxemburg ook in petto, zij het nu wel door de scheidsrechter afgestraft.

Dat Brenet, voor hij zijn tegenstander onderuit trok, vlak voor rust compleet voorbijgelopen werd door Daniel de Mota van het Luxemburgse Dudelange, was pijnlijk voor de PSV’er die in de Oranje-basis debuteerde. Hij zal zich deze dag nog lang heugen. Maxime Chanot verzilverde de strafschop. „Hou de rijen gesloten en als je wat weggeeft, vertrouw dan op je keeper. Doe geen dingen die niet hoeven”, had Blind nog gezegd voor de wedstrijd. Maar Brenet, kennelijk in de overtuiging dat de keeper geen redding meer kon brengen, trok toch aan het shirt.

Het Oranje-tijdperk van Blind, en voor hem Guus Hiddink, is een aaneenschakeling van individuele fouten op cruciale momenten. Dat is jammerlijk, en verzachtend voor de bondscoach, maar tegelijkertijd is het symptomatisch dat spelers, als zo vaak de backs, keer op keer in situaties komen waarin hun kwetsbaarheid tot uiting komt. Blind heeft dat er in een jaar niet uitgekregen, net als Hiddink daarin niet slaagde – met toen nog Blind als adjudant.

Duidelijk mag zijn dat de onbeholpenheid waarmee Brenet verdedigde in die minuten voor rust het dieptepunt was. Maar de werkelijkheid was dat op de oneffen grasmat de ploeg in een belabberde vorm stak. Dat alles valt moeilijk in de schoenen van de falende Brenet te schuiven. Blind greep in bij de rust en wisselde de gehavende Robben (gekwetst) en gelegenheidslinksbuiten Wesley Sneijder (tactisch). Zij, leiders toch, brachten behalve de 1-0 veel te weinig en de samengebalde hoop dat Robben het op de heupen zou krijgen, en de rest er niet meer toe zou doen, bleek vals. Het leek lange tijd nergens op tegen een gedreven Luxemburg.

Wegkwijnend wonderkind

Memphis Depay en Steven Berghuis kwamen erin. De eerste maakte het verschil en dat was voor het geplaagde, bij Manchester United wegkwijnende wonderkind, een prettig wapenfeit. De kopbal van Depay na een uur uit een voorzet van Daley Blind zat er mooi in. Tien minuten voor tijd krulde de reservespeler van Manchester United de 3-1 binnen uit een vrije trap. Houdbaar, maar afijn. Pas toen was er rust, comfort, de zekerheid van een overwinning. Marten de Roon maakte zijn debuut nog als invaller, verder weinig vermeldenswaardigs.

De armoedige Benelux-duels van afgelopen week hebben het optimisme dat zich wellicht recentelijk meester had gemaakt van het volk, teniet gedaan. België was in het oefenduel woensdag veruit de betere, een mismoedig makend Oranje hield het op 1-1. Maar 2017 begint – in maart uit tegen Bulgarije – in ieder geval met een uitgangspositie die hoopvol stemt. Gedeeld tweede met Zweden, op drie punten achterstand van de te verwachten groepswinnaar Frankrijk. Tot zover het goede nieuws. Want alleen als iedereen fit is, is dit Nederlands elftal Oranje-waardig.