Column

Max of Oranje

wilfrieddejong0

De afweging viel me zwaar. Ging ik live naar Max Verstappen kijken tijdens de Grote Prijs van Brazilië of moest ik het Nederlands elftal volgen tegen Luxemburg? Impulsief koos ik voor voetbal. Het complex in Luxemburg had ouderwetse charme. Een deel van het publiek zat op een ‘tribune couverte’, de rest stond in de regen. Op de achtergrond staken flats boven het stadionnetje uit. Er brandde geen licht achter de ramen. Luxemburg leek al te slapen rond zeven uur.

„Voetbal zoals het dertig, veertig jaar geleden was”, zei de voorzitter van de plaatselijke voetbalclub.

Inderdaad, het was een voetbalveld van decennia geleden. Drassig, zand en modder schemerde door het harde gras dat deels bleek weggedoken voor de kou. Hier moest je zin in hebben. En als je geen zin had, maakte je zin. Maar het chagrijn droop af van de spelers en de staf.

De profs wachtten als mollen onder het drassige veld. Het stucwerk in de gang leek bijgewerkt door een slordige klusser en de elektriciteitsleidingen bungelden aan het lage plafond.

Moesten zij – deze briljante generatie voetballers – hier gaan spelen?

Dit zeiden ze over het veld: Het is dramatisch. In de blubber, dat mag niet op dit niveau. Het wordt slechter en slechter. We kunnen het gewoon niet goed doen op dit veld. De omstandigheden zijn moeilijk. Dit kan echt niet. Een schande dat je op dit veld moet spelen.

Met weemoed dacht ik terug aan de trainingen bij mijn amateurclub. Een paal met één lamp die een zee van modder bescheen. En maar glijden, pingelen, lachen. Het is niet meer van deze tijd, ik weet het heel goed. Maar dat weerhoudt je er als speler in het Nederlands elftal niet van om met plezier op zo’n blubberveld te staan.

Zelfs na het gewonnen duel bleef iedereen zorgelijk en geïrriteerd. Bondscoach Blind had het over „moeilijke omstandigheden”. Arjen Robben wreef over zijn been en was geschrokken van het niveau van Nederland.

Het geluid rond het Nederlands elftal is dat van een luxe, kapotte koelkast. Overal waar een microfoon in de buurt is, klinkt een aanhoudende brom. Al maanden is reparateur Blind in de weer, maar hij komt niet verder met zijn gesleutel. Je kunt hard tegen een kapotte koelkast blijven trappen, soms moet je gewoon een nieuwe kopen.

Neem een Ramselaar, uitstekend merk.

Pas na de voetbalwedstrijd zag ik beelden van de GP Brazilië. In de regen – moeilijke omstandigheden! – raakte Max Verstappen op volle snelheid in een slip. Voorwielen blokkeerden. Fabuleus remmen en sturen in een nanoseconde. Max werd derde en spoot lachend met zijn champagnefles.

Ik besefte dat ik de verkeerde keuze had gemaakt.

Spijt. Heel erge spijt.