Interview

‘Ik schrok hoe verzuurd de Raad voor Cultuur was’

Afscheid Joop Daalmeijer vertrekt als voorzitter van de Raad voor Cultuur. Hij streed tegen zuurheid en bereidde een nieuw subsidiestelsel voor.

Foto Merlijn Doomernik

Vanaf woensdag is zijn belangrijkste functie het voorzitterschap van het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam. Joop Daalmeijer zegt het met een glimlach en begint te vertellen over de ambities van dat museum in zijn geboorteplaats. „Drink je eigenlijk jenever?”

Na vijf jaar vertrekt Joop Daalmeijer als voorzitter van de Raad voor Cultuur. De voormalig journalist en omroepdirecteur kwam daar in 2011 terecht in de periode dat het eerste kabinet-Rutte van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV, de drastische cultuurbezuinigingen van 200 miljoen euro doordrukte. „Het was een lastige tijd”, blikt hij terug. „Ik heb nooit het gevoel gehad dat wij dat bezuinigingsbeleid hebben uitgevoerd. We hebben geprobeerd er het beste van te maken, door beoordelingen te schrijven waar nog een zekere vorm van empathie in zat.” Dat viel niet mee. „Ik schrok destijds hoe zuur het hier zelf was. Er waren veel vastgeroeste meningen over vastgeroeste instellingen in de raad en de beoordelingscommissies.”

Waar kwam die zuurheid vandaan?

„Ik heb geen idee. Die mensen waren zelf succesvol, stonden aan het hoofd van grote musea of podiumgezelschappen die goed functioneerden. Maar als er een subsidieaanvraag kwam, werd er nooit naar positieve dingen gezocht. Er werd Randstedelijk gedacht. Over aanvragen uit Groningen of Eindhoven werd laatdunkend gedaan. Pas na vijf jaar is het gelukt om dat om te gooien. De sfeer is nu veel beter. We hebben de structuur en de samenstelling van de commissies en de Raad veranderd. We hebben nu een lid van 30 jaar in de Raad, mensen uit Maastricht, Arnhem en Groningen. En ook in de commissies hebben we jonge mensen en mensen van buiten de Randstad gezocht. En niet alleen Belanda’s, maar ook mensen van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse komaf. We zitten nu op 13 procent en dat is te weinig. De culturele wereld is nog heel erg blank.”

Vier jaar geleden waren de musea erg verbolgen over uw adviezen.

„De musea zijn het best georganiseerd, er gaat veel geld om en ze hebben bij de bezuinigingen de minste schade geleden. De beoordelingen van de subsidieaanvragen en daarna ons advies over het museumbestel hadden nog die zure toon. Al stonden er enorme waarheden in. Over het uitlenen van collectiestukken bijvoorbeeld. Die bruiklenen gaan nu een stuk makkelijker. Maar ons idee om net als in Groot-Brittannië een moedermuseum op te zetten met satellietmusea eromheen is weggehoond. Het advies verdween in een diepe la met veel telefoonboeken erop.

Ons omroepadvies was uiteindelijk ook een schot hagel in een bak zand. Hilversum heeft dat lekker buiten de deur gehouden, de omroepen hebben een veel betere band met parlementariërs dan de culturele wereld. Dan staan wij als adviesorgaan machteloos. Ik blijf het zorgelijk vinden dat omroepen niet zelf rechtstreeks op internet aan de gang mogen. Ze raken zo hun toekomstig publiek kwijt. Gelukkig zijn andere adviezen wel opgepakt. Vooral als we met andere raden samenwerkten. Dat was vroeger ondenkbaar. We hebben met de Onderwijsraad een advies geschreven over cultuureducatie, waarna de minister het tot speerpunt heeft gemaakt.”

Was zo de Sociaal-Economische Raad nodig om inkomens van kunstenaars op de agenda te zetten?

„Ik vertelde Mariëtte Hamer over mijn zorgen over vrienden die musicus zijn. Over een koorzanger die voor 180 euro bruto voor een avond zingen van Amsterdam naar Groningen gaat. Daar moeten zijn sociale lasten en pensioenpremie dan nog vanaf. Daar had ze bij de SER nog nooit van gehoord. Ze stelde voor samen te onderzoeken wat de positie van de zzp’er in de kunst is. Zo kreeg ons onderzoek meer gewicht in de Tweede Kamer. Alleen wat nu?”

Ensembles en gezelschappen moeten beginnen met die zzp’ers volgens de cao te betalen.

De potjes die minister Bussemaker heeft vrijgemaakt gaan het probleem niet oplossen?

„Nee. Ensembles en gezelschappen moeten beginnen met die zzp’ers volgens de cao te betalen. Daar moeten ze dan nog een derde bovenop doen voor sociale lasten en pensioenpremie. Dan krijgt die zanger niet 180 maar 260 euro. De cultuursector moet dat gezamenlijk oppakken en neerleggen bij de politiek. Die zal de subsidie dan moeten verhogen, want die instellingen kunnen dat niet betalen. En als de Tweede Kamer dat niet wil, dan moet ze maar tegen meer instellingen zeggen dat ze ermee op moeten houden. Ik schat dat het 15 miljoen euro zal kosten.”

Gaat het u als groot liefhebber van klassieke muziek aan het hart dat het daar moeizaam gaat?

„Zeker. De Raad gaat kijken naar het orkestenbestel. Moet je vanuit het Rijk zoveel orkesten overeind houden? Moet je er niet voor zorgen dat je in Amsterdam een orkest van wereldformaat hebt? Nu gaat naar het Concertgebouworkest even veel geld van het Rijk als naar het Noord Nederlands Orkest, 6 miljoen. Dat is toch raar? Als ik de financiën van het Concertgebouworkest vergelijk met orkesten in het buitenland, dan is het een wonder wat ze voor elkaar krijgen. Moeten wij niet 10 miljoen euro overhebben voor het Concertgebouworkest? Moeten we niet daarnaast in de metropool een groot orkest hebben dat de opdracht krijgt door het hele land te spelen? En daarnaast een orkest creëren voor nieuwe muziek? Dan moet je met regionale orkesten iets anders, tsja. Maar maakt het publiek het iets uit of nu een eigen orkest of een heel goed Residentie Orkest in de Wilmersbergzaal in Enschede speelt?”

U heeft door het hele land gereisd. Bracht dat nieuwe inzichten?

„We zijn veel beter gaan beseffen wat gemeenten en provincies aan cultuur doen. Zij hebben vaak hun cultuurbeleid niet goed opgeschreven. We zijn met ze in discussie gegaan, en daar hebben zij van geleerd. Daarom kunnen we adviseren een stelselwijziging door te voeren, waarbij de stedelijke regio centraal staat. Die zal dan moeten kiezen en zelf meer geld ter beschikking stellen. Daarbij hoort de vraag of je wel een eigen orkest, een eigen toneel- en dansgezelschap en een eigen museum wilt hebben. Misschien moet je iets laten vallen. Het Rijk zal dan de echte topinstellingen financieren, en verder de initiatieven in de regio’s aanvullen.”

Denkt u dat die stelselwijziging er al in de komende vier jaar komt

„In Brabant en Groningen hebben ze die plannen al geschreven. Zij dringen erop aan al te mogen experimenteren. De minister vond het eerst ingewikkeld, maar is om. We praten met Kamerleden met sterke banden met hun regio. Dit breidt zich als een olievlek uit, die is niet meer te stoppen.”