Klimaat

Groene-sokken-naïviteit

Woensdag opende Leo Meyer op dit blog de discussie over negatieve emissies. Hier gaat emeritus hoogleraar Wim Turkenburg daarop door, met de toevoeging van extra cijfers.

Installatie voor opvang van kooldioxide in Saskatchewan, Canada

Vele milieubewegers in Nederland zijn helaas grenzeloos naïef. Zij denken dat het klimaatprobleem is op te lossen door ons in de energiesector bijna uitsluitend op energiebesparing en op het gebruik van zonne- en windenergie te richten. Sommigen gaan nog verder en stellen dat we zelfs windenergie niet echt nodig hebben.

Dit denken is strijdig met wat wetenschappelijk onderzoek laat zien. Energiebesparing, zonnecellen en windturbines zijn heel belangrijk maar zonder inzet van heel veel andere technieken zal het niet lukken om de temperatuurstijging op aarde door toename van het broeikaseffect te beperken tot ruim beneden 2 graad Celsius. Zo zullen we in Nederland ook hard moeten werken aan duurzaam gebruik van biomassa, benutting van aardwarmte en het afvangen en opslaan van de CO2 bij gebruik van fossiele brandstoffen.

Daarnaast moeten we technieken ontwikkelen en toepassen om CO2 uit de lucht gaan halen. Die CO2 moet op aarde voor tenminste duizend jaar worden vastgelegd. Zonder een verantwoorde inzet van deze opties op grote schaal zal de temperatuur op aarde met tenminste drie graad Celsius stijgen. Inzet van deze opties tegengaan draagt bij aan desastreuze klimaatverandering.

Een eenvoudige rekensom

Dat we meer opties nodig hebben laat een eenvoudige rekensom ons zien. Zo was het bruto finale energiegebruik van Nederland eind 2015 ongeveer 2100 PetaJoule. Nederland streeft naar zo’n 2 procent groei van de economie per jaar. Stel dat het lukt om vanaf nu, door vooral energiebesparing, de energieintensiteit van Nederland jaarlijks met zo’n 2,5 procent te verminderen, dan zou de finale energievraag in 2050 ongeveer 1760 PetaJoule zijn.

Stel nu dat we deze finale vraag in 2050 met inzet van uitsluitend zonnecellen en windturbines willen dekken, ieder voor de helft. Rekeninghoudend met onder meer opslag- en transportverliezen, zouden we dan in 2050 over zo’n 100.000 MegaWatt windvermogen moeten beschikken en 400.000 MegaWatt zonnecelvermogen, naast ook vele nieuwe manieren om energie zeer langdurig op te slaan. Is dit haalbaar?

In 2023 leveren windparken op de Noordzee waarschijnlijk een vermogen van 4.500 MW. Dit zou dus 20 zoveel moeten worden. En wat betreft het te realiseren zonnecelvermogen: eind 2014 had dit vermogen in ons land een omvang van 1.000 MW. Dat zou dus met een factor 400 moeten toenemen. Een probleem is daarbij wel dat we op daken van huizen in ons land waarschijnlijk niet meer dan 70.000 tot 100.000 MW kwijt kunnen. Veel zonvermogen zouden we dus moeten importeren.

De conlusie is evident. We zullen ons energie- en klimaatbeleid niet alleen op energiebesparing en op het gebruik van vrijwel uitsluitend zonne- en windenergie moeten richten. Heel veel aandacht zullen we ook moeten geven aan vooral het verantwoord toepassen van aardwarmte en bio-energie, aan het op grote schaal afvangen en opslaan van CO2, en aan de ontwikkeling en toepassing van Negatieve Emissie Technieken (NET’s).

P.s.
Terecht heeft ook Leo Meyer aangegeven dat we zonder toepassing van CCS het klimaatvraagstuk niet kunnen oplossen. Daarbij is van belang te weten dat CCS een bewezen technologie is die al vele jaren wordt toegepast in de industrie en sinds 2014 ook in de elektriciteitssector. De potenties voor veilige opslag van CO2 in de ondergrond worden wereldwijd op basis van wetenschappelijk onderzoek geschat op 2.000 tot 10.000 Gigaton CO2, dus 50 tot 250 keer de huidige mondiale uitstoot per jaar. Voor grootschalige toepassing is ontwikkeling van infrastructuur voor transport en opslag nodig. De kosten hiervan zijn beperkt. De meeste kosten gaan zitten in het afscheiden en comprimeren van CO2. De totale kosten per vermeden ton CO2 kunnen bij CCS variëren tussen zo’n 20 en 100 euro per ton, wat aanmerkelijk goedkoper is dan we kwijt zijn voor veel andere maatregelen om de uitstoot van CO2 tegen te gaan. CCS is daarom ook economisch attractief als we binnen enkele tientallen jaren netto geen CO2 meer naar de atmosfeer mogen uitstoten.

Blogger

Wim Turkenburg

Wim Turkenburg, emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, was mede-auteur van Global Energy Assessment – Toward a Sustainable Future