Een cursus relatie plus baby voor beginners

Aanstaande ouders Na een geboorte wordt de verhouding tussen ouders anders. Voorlichting daarover kan scheidingen voorkomen. Op bezoek bij een cursus die niet over krampjes gaat.

Foto's: Olivier Middendorp

Op de dia een foto van een jong gezin: moeder, baby, vader – die volgorde. Acht stellen, allemaal in verwachting, kijken ernaar, een enkele arm over een schouder. „Staat jullie baby straks tussen jullie in?”, vraagt cursusleider Alie van den Berg de groep, terwijl ze naar de foto wijst. „En zijn jullie straks minnaars of collega’s?”

De stellen – de meeste mannen zijn naar eigen zeggen „meegesleurd” – zijn bij de workshop Een Baby! in Alkmaar, georganiseerd door de GGD Hollands Noorden en bekostigd door gemeenten. De cursus moet aanstaande ouders voorbereiden op hun nieuwe rol. Hoe past de zorg voor een kind in een druk leven? En hoe onderhoud je je relatie, als je behalve geliefde ook opeens moeder of vader bent?

Steeds meer gemeenten bieden dit soort voorlichting aan – niet gericht op borstvoeding en bevalling, maar juist op de emotionele gevolgen van het ouderschap. De reden: het toegenomen aantal echtscheidingen en de problemen die kinderen daardoor ervaren. Zo’n 35.000 minderjarige kinderen zijn jaarlijks bij een scheiding betrokken, en als er geen betere voorlichting en begeleiding komt, schreven hulpverleners vorig jaar in een brandbrief aan gemeenten, loopt dat aantal naar verwachting verder op.

Minder tevreden over de relatie

Psycholoog Maarten van der Linde is een van die hulpverleners. Hij ontwikkelde een vrolijke en luchtige e-cursus voor aanstaande en jonge ouders, die binnenkort wordt gelanceerd. Daarin zegt hij: „Hoewel een kindje krijgen natuurlijk een feest is, kan het ook heel zwaar zijn. De relatie met je partner verandert compleet.” En: „Er worden straks óók twee ouders geboren. Het kan echt wel even duren voordat jij en je partner aan elkaar gewend zijn.”

Na de geboorte van een kind zijn ouders minder tevreden over hun relatie, blijkt uit onderzoek, terwijl ze juist verwachten dat de baby hen dichter bij elkaar zal brengen. Dat, in combinatie met de zorg voor een kind, leidt tot stress en frustratie. Begeleiding kan ouders daar bewust van maken, vindt bijvoorbeeld het Nederlands Jeugdinstituut. In Scandinavische landen is dat soort „relatieondersteuning” al gebruikelijk. „Het helpt hopelijk als aanstaande ouders weten dat die moeilijke periode slechts een fase is”, zegt Ellen van der Meer van GGD Hollands Noorden. „Dan hoeft niet meteen je man of vrouw aan de kant.”

Beelden uit de e-cursus van Pinkcloud van psycholoog Maarten van der Linde:

Vier keer sporten zal niet meer gaan

„In het begin van je zwangerschap denk je: leuk, een baby!”, zegt Mikki Hoogenboom (24), die als enige cursusdeelnemer door haar vriend Mike (27) is meegenomen in plaats van andersom. „Nu denk ik wel meer over de gevolgen na. Straks is Mike niet alleen mijn vriend, maar ook de vader van mijn kind. Dat wordt echt anders, er komt een hele dimensie bij. Het klinkt alleen al gek.”

Er zijn ook praktische vragen. Na haar verlof gaat ze weer werken en haar scriptie moet nog af. Mike hoopt een dag thuis te kunnen werken. Vier keer per week sporten, dat zal niet meer gaan. „We praten er veel over: o jee, hoe gaan we dit doen? We moeten pas op de plaats gaan maken. We hebben nu allebei ons eigen, drukke leventje; straks komt er een derde leven bij waar alles om draait.”

Jeugdverpleegkundige Van den Berg, al 25 jaar in het vak, ziet dat stellen vaker geen beeld hebben van het leven met een kind, vertelt ze voorafgaand aan de GGD-cursus in Alkmaar. „Tot en met de bevalling zijn ze goed voorbereid. Maar van de zorgen die daarna komen, hebben ze vaak niet zo’n idee.” De maakbare samenleving, zegt ze, strookt niet altijd met de opvoeding van een kind. „Mensen beginnen nog steeds bewust aan kinderen, maar ze willen het vanaf het begin al kunnen. Terwijl er bij ouderschap ook vaak een gevoel van falen, angst en machteloosheid komt kijken.”

‘Ballen’ in de lucht

Het gemak waarmee je zorgen en emoties vroeger besprak, is verdwenen, ziet Van den Berg. In de cursus doet ze een aanzet. Bij een illustratie van een vrouw die allemaal ‘ballen’ in de lucht houdt (keukengerei, social media, een babyfles, een werktas, lippenstift): „Hoe ga jij die rollen straks allemaal volhouden?” Bij een taartdiagram van de gemiddelde dagbesteding: „In welke tijd gaan jullie de baby verzorgen?” Bij een foto van een huiskamer vol kraamvisite: „Wie mag jullie kind straks vasthouden?” (In de groep klinkt: „Jouw moeder in elk geval niet.”)

Mikki Hoogenboom heeft een oudere zus met een kind, van haar hoort ze veel over wat moeder zijn inhoudt. Maar voor de „mindere dingen”, die negatiever uitpakken dan je op je roze wolk had gedacht, mag best wat meer aandacht zijn, vindt ze. „Dat het niet altijd zal gaan zoals je wilt, staat niet in de babyboeken. Je wilt het perfect doen. En als dat niet lukt, heb je meteen het gevoel dat je faalt als ouder.”

Ouders vonden de cursus leuk, zeggen ze na afloop, maar ze hadden graag meer praktische tips gewild. Niet over hun relatie, maar over zaken als borstvoeding en krampjes. Toch vinden ze het goed dat dit soort voorlichting bestaat. „Er is tenslotte ook een puppycursus.”