Cultuur

Interview

Interview

Een Samburuvrouw vlak na haar plotselinge bevalling in Marsabit, Kenia. Hier worden medicijnen geregistreerd en goedkoop geleverd:

Foto Marco Di Lauro/Getty Images

‘Dure pillen doen ons nu allemaal pijn’

Interview Jayasree K. Iyer

De druk op de farmaceutische industrie groeit nu niet alleen arme, maar steeds vaker ook rijke landen de gevolgen van te dure of ontoegankelijke medicijnen ervaren.

De Zwitserse medicijngigant Novartis steggelt met de Colombiaanse regering over de prijs van een kankermedicijn. Het kost 15.000 dollar per behandeling, onbetaalbaar voor veel patiënten in Colombia waar het nationaal inkomen gemiddeld 13.800 dollar per inwoner bedraagt (in Nederland is dat 50.000 dollar). Colombia wil dat de prijs wordt gehalveerd, maar dat weigert Novartis.

Hetzelfde Novartis heeft zijn portefeuille van geneesmiddelen doorgevlooid en er vijftien uitgekozen waar Kenia (inkomen per inwoner 3.200 dollar) wat aan zou kunnen hebben. Die middelen worden daar geregistreerd en goedkoop geleverd: 1 dollar per patiënt per maand. Als Kenia wat aan die medicijnen heeft, brengt Novartis deze ‘mand’ ook naar andere ontwikkelingslanden, zoals Ethiopië.

„Novartis in Colombia is een voorbeeld van de manier waarop bedrijven hun patenten gebruiken om de prijzen hoog te houden. Maar de ‘mand’ van Novartis laat zien dat farmaceutische bedrijven op een steeds geavanceerdere wijze geneesmiddelen voor iedereen bereikbaar maken”, zegt Jayasree K. Iyer (41). Zij is directeur van de Access to Medicine Foundation, die elke twee jaar de gelijknamige index maakt.

Deze index, die deze maandag voor de vijfde keer is gepubliceerd, meet hoe de grootste medicijnproducenten ter wereld, Big Pharma, het doen in de 106 armste landen. Data-experts van de gelijknamige stichting kijken hoeveel geld bedrijven steken in de ontwikkeling van bijvoorbeeld vaccins en hoe soepel ze zijn met hun patenten. Novartis behoort dit jaar tot de koplopers, net als Johnson & Johnson, Merck en vooral GSK, dat voor de vijfde keer de nummer 1 is. Iyer: „Dat lijkt saai, maar om die toppositie te houden moet GSK heel erg blijven innoveren, omdat de concurrentie niet stil zit.”

slopgraph-acmindex1516v3

De druk op de farmaceutische industrie neemt toe, doordat de pijn van dure of ontbrekende geneesmiddelen nu ook vaker wordt gevoeld in de rijke landen. Zo hebben de Verenigde Naties in september voor het eerst op het hoogste niveau gesproken over de noodzaak van nieuwe antibiotica, die maar niet gemaakt worden omdat ze de farmaceutische industrie te weinig opleveren. Vorige week kwam een commissie van The Lancet, het belangrijkste medische tijdschrift ter wereld, met voorstellen om essentiële geneesmiddelen ook bereikbaar te maken voor mensen met weinig geld. „Dit is het beste jaar ooit, met de grootste kans om de farmaceutische industrie te stimuleren veel meer te doen voor de wereldgezondheid”, zegt Iyer.

De actie van The Lancet werd begeleid door een artikel van ministers Schippers (Volksgezondheid, VVD) en Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) over de patenten die medicijnen onbetaalbaar maken. „Ik ben heel blij dat zij in het openbaar spreken over de toegang tot medicijnen. Die toegang is niet meer alleen een probleem in ontwikkelingslanden, maar nu ook in Nederland. Dat maakt de wereldgezondheid tot een thema dat niet alleen speelt in ver-weglanden.”

Is het niet cynisch dat we ons pas druk maken over dure medicijnen als dit probleem ons zelf raakt?

Iyer: „Zeker, maar ook andere ontwikkelingen helpen ons beseffen dat we een mondiaal probleem hebben. De kosten van de gezondheidszorg blijven stijgen, niet alleen van de medicijnen maar ook van de ziekenhuisbedden. Er worden steeds meer gepersonaliseerde medicijnen en geneesmiddelen voor zeldzame ziekten ontwikkeld; als markten voor een specifiek middel zo klein zijn, is het heel lastig de prijs ervoor te bepalen – en dus ook om over de inkoop ervan te onderhandelen. Door de opwarming van de aarde krijgen bestaande ziektes een grotere verspreiding. Door de globalisering nemen reizigers en migranten vaker ziektes de grenzen over. De mondiale volksgezondheid is nu dichtbij huis.”

Aan de andere kant streven farmabedrijven naar zoveel mogelijk winst voor de aandeelhouders met medicijnen die langdurig veel geld opbrengen – dus vooral in rijke landen. Hoe kun je voldoende tegendruk organiseren voor de ontwikkelingslanden?

„Door zelf te praten met de aandeelhouders van farmabedrijven, dus met grote beleggers als pensioenfondsen. Daar zijn we al in 2008 mee begonnen, maar de laatste tijd gaat het hard. Twee jaar geleden hadden nog 35 beleggers toegezegd om bij hun investeringen óók te kijken naar wat bedrijven doen voor de toegang tot geneesmiddelen, nu zijn dat er meer dan 60.”

Iyer pakt een lijst met namen, waarop onder meer de Nederlandse beleggers Achmea, APG en PGGM staan. Zij kijken bij hun investeringen al langer naar (sociale) duurzaamheid, maar ook de puur zakelijke beleggers hebben interesse. Iyer vertelt dat ze onlangs op bezoek was bij het Amerikaanse Black Rock, een van de grootste beleggers ter wereld. „Het hoofd van de farmacietak had vragen als: investeer ik in een echt innovatief bedrijf of koop ik diensten van een pillenfabriek?

Is dat de reden dat ook dit soort beleggers interesse heeft?

„Ja, veel beleggers kijken naar de lange termijn. De markten hier staan onder druk, onder meer doordat wij veel generieke middelen gebruiken [goedkope kopieën van merkmedicijnen]. Bedrijven moeten nieuwe afzetmarkten vinden en betaalbare medicijnen bieden daarvoor kansen in ontwikkelingslanden. Betaalbare medicijnen verbeteren ook de reputatie van een bedrijf en versterken de positie in de concurrentie met lokale fabrikanten van veelal generieke geneesmiddelen. Maar ook beleggers die kijken naar de korte termijn hebben interesse, omdat ze zicht willen hebben op de risico’s. Die zijn in een opkomende markt groter dan hier. Met onze data zien beleggers hoe bedrijven het doen in die markten. Daarom hebben we de komende weken bijeenkomsten met grote zakenbanken zoals Goldman Sachs.”

Patenten geven Big Pharma de mogelijkheid heel hoge prijzen te vragen. Politici als Schippers willen daarom vooral iets doen aan het intellectueel eigendom. Goed idee?

„Van oudsher zijn patenten een sterke prikkel om onderzoekers te stimuleren uitvindingen te doen en geneesmiddelen te vinden. Als er een grote hervorming van het intellectueel eigendom komt, dan bestaat de kans dat bedrijven niet meer innoveren. Helaas komt het vaak voor dat bedrijven die patenten gebruiken om de prijzen hoog te houden of om medicijnen zelfs helemaal niet ter beschikking te stellen. Dat speelt in Colombia, waar het conflict over een kankermedicijn dat volgens de regering veel en veel te duur is, hoog oploopt. Dit voedt de zorgen en het wantrouwen in de samenleving. Tegelijkertijd zijn er middelen die heel goed werken binnen het huidige patentsysteem.”

Welke?

Patentpooling bijvoorbeeld. Daarvan bestaan verschillende vormen, maar in essentie komt het erop neer dat bedrijven hun patenten voor een bepaalde aandoening in een pool stoppen. Generieke fabrikanten [van goedkope versies van merkgeneesmiddelen] kunnen uit die pool een licentie kiezen voor een middel dat het beste is voor hun markt. Die pools worden gerund door onafhankelijke organisaties, die weten wat er nodig is voor de volksgezondheid. Zij zorgen ervoor dat middelen aantrekkelijk blijven voor merkfabrikanten maar tegelijkertijd nog wel te betalen zijn voor patiënten. Dit is een succesvol systeem dat enorm heeft geholpen bij de productie van aidsremmers en van middelen voor verwaarloosde ziekten zoals hepatitis c. Er zitten steeds meer medicijnen in zo’n pool, die binnenkort ook wordt uitgebreid voor geneesmiddelen voor tbc en bepaalde vormen van kanker. Steeds meer bedrijven doen eraan mee. Als je middel vaker wordt gebruikt, krijg je ook veel nieuwe onderzoeksdata waarmee je weer nieuwe producten kunt ontwikkelen. Dus bedrijven beginnen te beseffen dat meedoen in een patentpool cruciaal is voor je concurrentiepositie.”

Toch lopen de scores van bedrijven in de index enorm uiteen. Wat maakt de topscores anders dan de rest?

„Vooral de betrokkenheid van de top van de onderneming. Koploper GSK heeft veel producten voor ernstige ziekten in de pijplijn, die niet veel geld gaan opleveren. Ze maken slimme producten, zoals een middel tegen vroeggeboorte, dat geïnjecteerd moet worden. In een dorp zonder verpleegkundigen of artsen moet een plaatsgenoot dat doen. Ze werken nu aan een soort lapje met een naald dat je op de arm kunt drukken en dat kan iedereen. Een simpel ding dat zo’n verschil kan maken!”

Roche is enorm gedaald en leverde zelfs geen data aan voor jullie index. Wat zegt dat precies?

„Roche is typisch een voorbeeld van een bedrijf dat zich concentreert op een paar specifieke ziekten, zoals kanker. En ik waardeer dat: elke winst voor iemand met kanker of diabetes is geweldig. Tegelijkertijd kan een bedrijf zijn verplichtingen voor de wereldgezondheid niet ontkennen, zeker niet als je zoals Roche zo veel essentiële geneesmiddelen hebt, en zo ongelooflijk veel wetenschappelijk kennis en ervaring met infectieziekten. Roche zegt in feite: ik geef alleen om mijn straat; als die maar schoon is, terwijl buiten die straat de krottenwijken liggen waar je veel rommel zou kunnen opruimen.”

Is die benadering houdbaar?

„Naar mijn gevoel zijn we dichterbij een omslag dan ooit. Als het de komende tijd niet lukt om de toegang tot medicijnen fundamenteel te verbeteren, wanneer dan wel?”