Column

Benefiet voor PePijn is onmisbaar, maar ook viering van jong talent

Maandag 28 november is het weer zo ver: dan is de 23ste benefietavond voor Theater PePijn in Den Haag, het vestzaktheatertje in Den Haag. Op Samen voo PePijn in het AFAS Circustheater treden Karin Bloemen, Daniël Arends, Paul van Vliet, Eva Crutzen, Jan Jaap van der Wal en Sjaak Bral op. Een jaarlijks benefiet: dat is een even wrange als vreugdevolle traditie.

Het eerste benefiet was in 1994 en had een zorgelijke aanleiding. B&W van Den Haag had het jaar ervoor in de beleidsnota met de heerlijke titel Sterren aan het firmament voorgesteld de 173.000 gulden subsidie te schrappen. Het ontbrak het theater aan landelijke uitstraling, was het argument. De commissie kunsten van de Haagse gemeenteraad ging daar niet in mee, maar besloot wel tot een bezuiniging van een ton. Het benodigde geld werd bij elkaar gebracht door giften en het eerste benefiet met oprichter Paul van Vliet en Youp van ’t Hek.

Is het benefiet nog steeds onontbeerlijk? Jazeker. Al is de jaarlijkse subsidie van de gemeente inmiddels opgelopen tot het respectabele bedrag van 764.000 euro. En al is het niet zo dat PePijn zonder benefiet failliet gaat, zegt Lucien Kembel, de directeur ad interim van Diligentia en PePijn, de podia die samen één organisatie vormen. Maar uit de cijfers blijkt hoe relevant de bijdrage is. Kembel hoopt met de avond circa 80.000 euro op te halen. Zo’n bedrag maakt het exploitatieresultaat over 2015 en 2104 (respectievelijk 28.000 en 44.000 euro verlies) toch net iets draaglijker.

Kembel ziet het benefiet ook als een feestje om het belang van dit theater en van investeren in talent te kunnen vieren en onderstrepen. In PePijn kunnen beginnende cabaretiers hun werk uitproberen en gevestigde namen nieuw werk inspelen. Bij de viering van het dertigjarige bestaan in 1994 zei Van ’t Hek het zo: „PePijn is een van de weinige plekken waar je je als graag willende artiest kan presenteren, kan doorbreken of meedogenloos op je bek kan gaan. Met vijftien man is het zaaltje al leuk.”

Podia voor beginnende cabaretiers zijn door de bezuinigingen in het gedrang gekomen. Dat merkt Kembel: „Als we de ruimte hadden, konden we de zaal wel twee keer per dag verhuren, zoveel vraag is ernaar.” Het terugverdienen van een schappelijke huurprijs is een eerste testcase voor aanstormende cabaretiers om te zien hoe goed ze in de markt liggen.

Cabaretliefhebbers kunnen hun betrokkenheid tonen bij dit fijne, kleine theater door het benefiet te steunen. Er zijn nog enkele kaarten.

is redacteur cabaret