Aan de goede kant

In de marge van het wereldnieuws proberen gewone mensen, X&Y, indruk op elkaar te maken, iets netjes op te lossen of wanhopig hun hachje te redden.

Illustratie Olivia Ettema

Marleen herkent het lawaai beneden op straat meteen: er wordt een steiger opgezet. Ze staat op van haar computer en buigt zich naar het raam: de gevel van de buren krijgt een beurt. Ze telt een, twee, drie, vier werkmannen.

Het is een grijze dag. Kilte kruipt van het raam de kamer binnen. Marleen zet de verwarming een graadje hoger.

Later die ochtend zet ze koffie. Ze denkt aan de mannen buiten. Ze is de dochter van een bouwvakker, en de verhalen waar haar vader vroeger mee thuiskwam, gingen altijd over klanten die hem naar binnen vroegen. Voor haar vader komt de mensheid in twee soorten: zij die koffie schenken en zij die zich daar te goed voor voelen.

Als zij zelf met dit weer buiten moest werken, zou ze dolgraag even binnen opwarmen. Zij heeft al koude handen terwijl ze aan de goede kant van het raam zit.

Anderzijds werken die mensen niet voor haar maar voor de buren. Hun koffie is niet haar verantwoordelijkheid. Zet bovendien vier bouwvakkers bij elkaar en allemaal moeten ze de stoerste zijn. Ze zullen grappen maken die haar gegeneerd doen blozen.

Met haar kop koffie loopt ze naar het raam. De bouwvakkers staan met grote verfbranders de lak van de kozijnen te branden. Door het steeds aanzwellende en afzwakkende geluid van die apparaten heeft ze het afgelopen uur bijna niets voor elkaar gekregen.

De telefoon gaat. Haar moeder. „Je vader heeft het weer eens erg druk!” Dat zegt ze altijd. „Je vader heeft het druk.” Net als: „Hij maakt lange dagen, en dan is hij ’s avonds nog tot laat hier in huis bezig.” Dit keer wordt de badkamer opgeknapt. „Als hij dan om elf uur ophoudt, kan ik nog gaan poetsen”, zegt haar moeder. „Anders kunnen we natuurlijk niet douchen.”

Na een telefoontje van haar moeder voelt Marleen zich altijd lui. Misschien moet ze snel weer eens naar hen toe om een beetje te helpen.

Het geluid van die branders ergert haar nu. Ze besluit vast de boodschappen te doen voor vanavond. Misschien zijn de mannen klaar als ze terugkomt, en kan ze vanmiddag langer doorwerken.

Zodra ze de deur uitstapt, houden de apparaten op. De mannen fluiten. Een van hen roept iets wat ze niet verstaat. De anderen schaterlachen.

Marleen buigt haar hoofd. Ze weet dat ze dit verdient. Graag zou ze hen op een of andere manier laten weten dat ze aan hun kant staat. Maar hoe?