Twee genocideverdachten toch uitgeleverd aan Rwanda

De uitleveringszaak sleept al jaren voort. Nu worden de twee aan Rwanda overgedragen.

De herdenking van de genocide in het stadhuis in Den Haag in 2014, 20 jaar na dato Bart Maat/ANP

De twee Rwandese genocideverdachten Jean-Claude I. en Jean-Baptiste M. worden zaterdag uitgeleverd aan Rwanda. Dat schrijft het Openbaar Ministerie op haar site. De twee worden in eigen land verdacht van betrokkenheid bij de genocide van 1994.

Het uitleveringsverzoek van Rwanda over M. stamt al uit 2012. In 2013 volgde ook een verzoek over I. De twee waren in de jaren na de genocide naar Nederland gekomen en werden in 2014 gearresteerd. De verblijfsvergunning van M. was al eerder ingetrokken, omdat de IND vermoedde dat hij betrokken was bij de genocide.

Kort geding
In eerste instantie werd het uitleveringsverzoek door de Minister van Justitie, de rechtbank en de Hoge Raad goedgekeurd, maar de twee spanden een kort geding aan. Ze vreesden in Rwanda geen eerlijk proces te krijgen en beriepen zich op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De voorzieningenrechter ging daar in 2015 mee akkoord en blokkeerde de uitlevering van de twee. Die beslissing werd gemaakt op basis van het rapport-Witteveen, dat stelde dat de verdediging van verdachten in Rwanda onder de maat is.

De Staat ging echter in hoger beroep en heeft nu gewonnen. De uitspraak van de voorzieningenrechter is vernietigd en de twee worden zaterdag uitgeleverd. Opmerkelijk genoeg vroeg deze week nog een Kamermeerderheid aan minister Ard van der Steur (Veiligheid & Justitie) of genocideverdachten niet in Nederland berecht zouden kunnen worden.

Tijdens de Rwandese genocide zijn er zo’n 500.000 tot 1 miljoen Hutu’s en Tutsi’s vermoord in het Centraal-Afrikaanse land. I. wordt er van verdacht leiding te hebben gegeven aan een Hutu-militie. M. zou als politiek leider van een extremistische Hutu-partij onder andere betrokken zijn geweest bij het opstellen van dodenlijsten en het aanvallen van Tutsi’s.