‘We moeten af van het idee dat witte mensen nu eenmaal slimmer zijn’

Gloria Wekker

Ze bedacht diversiteitsfunctionarissen voor de Universiteit van Amsterdam en fileert in haar nieuwste boek de illusie van blanken dat ze nooit discrimineren. Gloria Wekker over huidskleur, racisme en Zwarte Piet. „Amerika heeft me echt de ogen geopend.”

Gloria Wekker krijgt tegenwoordig elke dag zeker veertig e-mails van mensen die haar om raad vragen of bekritiseren. Mensen uit minderheidsgroepen die haar bijvallen. Maar ook bittere, soms agressieve kritiek van mensen die vasthouden aan Zwarte Piet of het woord ‘neger’. Sommigen vragen advies voor financiële problemen, voorvallen van discriminatie. „Het is te veel, ik verwijs ze door naar instanties”, zegt ze in haar ruime, lichte zitkamer vol boeken en planten in het hart van de Amsterdamse Bijlmer.

Vorige maand bracht de diversiteitscommissie van de Universiteit van Amsterdam, waar ze voorzitter van was, advies uit. Nieuwe diversiteitsfunctionarissen gaan het in de praktijk brengen. Haar boek White Innocence; Paradoxes of Colonialism and Race kreeg veel publiciteit, hoewel het alleen nog in het Engels is verschenen. ‘Witte onschuld’ gaat over de illusie van blanken dat ze nooit discrimineren. Sommige Nederlanders denken dat ze wegens vermeende kleurenblindheid horkerige grapjes over zwarten mogen maken. Ze hebben volgens Wekker wat de Palestijnse schrijver Edward Saïd een ‘cultureel archief’ noemde, getekend door het koloniale verleden. Zij omschrijft dat als „alles wat tussen de oren zit en wat aan ons is overgedragen van vorige generaties gebaseerd op koloniale regimes”.

Heeft iedere blanke in Nederland een koloniaal cultureel archief?

„Ik denk niet dat iedere witte dat probleem heeft. Maar veel witte mannen en vrouwen hebben de neiging om racisme en discriminatie te ontkennen. Witte mannen denken altijd over racisme te kunnen spreken en vrouwen zijn bang voor het onderwerp en willen het vermijden. Voor alle witte mensen geldt dat ze automatisch geprivilegieerd zijn.

„Ook zwarten hebben zich niet bevrijd van het koloniale cultureel archief. We hebben allemaal het gevoel uit vorige generaties aangereikt gekregen dat witte mensen nu eenmaal slimmer zijn. Daar moeten we van af komen.”

Geldt het gevoel van achterstand ook niet voor mensen uit de arbeidersklasse?

„Die kunnen hun achtergrond verbergen. Je past je aan als je in een upperclass milieu terecht komt. Je verandert de manier waarop je spreekt. Je wordt een kameleon. Dat kun je als zwarte niet, want je houdt die andere huidskleur.”

Hebben niet alle bevolkingsgroepen de neiging tot vooroordelen?

„Iedereen heeft die neiging maar sommigen meer dan anderen. Zwarten, migranten of vluchtelingen ondervinden er meer last van dan witten. Bij witten onderling is huidskleur geen criterium. Dan wordt er op basis van klasse onderscheid gemaakt, hoe iemand zich gedraagt. Het zich meer voelen van witte mensen wordt geschraagd door een overwegend witte samenleving. Ras draag je op je lichaam en kun je niet afschudden.”

Wanneer maakte u voor het eerst kennis met racisme?

„Toen ik op mijn achttiende naar high school ging in het Amerikaanse plaatsje Normal in Illinois. Aan het eind van het jaar maakten we een tocht met de uitwisselingsstudenten van American Field Service. Ik kwam bij een familie die een Hollandse student verwachtte. Mijn komst bleek niet volgens plan te zijn. Ik hoorde de moeder aan de telefoon praten over wie ze nou toch in huis hadden gekregen: een zwart meisje en die moest in hun bedden slapen en van hun eten eten. Dat was de eerste keer dat ik het meemaakte.”

Eerder in Nederland had u dus van racisme niets gemerkt?

„In Nijmegen waar ik opgroeide waren in de verste omtrek geen zwarte mensen te bekennen. Je had wat indo-gezinnen. We wisten natuurlijk wel dat we bruin waren, anders, maar ja hoe moet je daar invulling aan geven? Het speelde niet echt een rol. Wij hadden in 1959 al tv en de hele buurt kwam bij ons kijken.

„We waren met zijn allen wel heel erg geïnteresseerd in Amerika. Het waren de jaren zestig en er gebeurde van alles, Martin Luther King, de muziek van Motown. In Amsterdam, in de Kolenkitbuurt, waar we eerder woonden, had je wel ruzies na school maar dat ging tussen protestantse en katholieke kinderen. Wij hoorden bij de katholieken. Dan werden we wel uitgescholden voor poepchinees.”

Dus daar speelde het koloniale culturele archief dus helemaal niet?

„Ik zeg niet dat het helemaal niet speelde. Het was geen crisis in die tijd. Iedereen was een beetje aan het opbouwen. Nu is er een gevoel van bedreiging van ‘zij nemen ons dingen af’. Dat wordt natuurlijk ook opgeroepen door bepaalde politieke partijen die zeggen dat wij slachtoffer zijn geworden van onze eigen gastvrijheid en onder de voet worden gelopen.”

Dus dat koloniale culturele archief kan ook tijdelijk verdwijnen?

„Het manifesteerde zich niet zo. Het zou een volgende stap zijn om er onderzoek naar te doen onder welke omstandigheden het wel en niet speelt.

„Mijn vader had er wel mee te maken. Die was in Suriname hoofdinspecteur van politie, hoofd van de recherche. Toen wij naar Nederland kwamen, wilde de politie hem niet hebben. Mijn vader zag er wit uit maar had een zwaar Surinaams accent. Zijn mede-agenten zouden hem het leven zuur maken, zeiden ze. Dus kon hij als jongste bediende op het hoofdkantoor van het GAK in Amsterdam post rondbrengen. Het was godgeklaagd. Hij ging rechten studeren aan de UvA. Toen ik negen was, werd hij in Nijmegen adjunct-directeur van het GAK.”

U wilt dat de curricula van de universiteit worden doorgespit op het koloniale verleden. Geldt dat ook voor harde natuurwetenschap?

„De totstandkoming van de moderne wetenschappen stond vaak onder invloed van de koloniale missie. De gestelde vragen hadden daar direct mee te maken: over voedsel, hoe ze moeten varen, wat ze moeten eten, hoe sterren aan de hemel staan, of over scheepsbouw, medicijnen voor een reis. Dat kan ook in de bètawetenschappen hebben gespeeld.”

Maar ik hoorde bij inspraaksessies over diversiteit op de UvA geen andere voorbeelden van koloniale wetenschap dan twee experimenten op zwarten in de VS.

„We hebben er geen onderzoek naar gedaan. Maar ik stel me voor dat de nieuwe diversity officer aan de universiteit ook thuis is in vragen die in de wetenschappen gesteld kunnen worden en kan helpen om een cursus diversiteit te ontwikkelen.”

Houdt kolonialisme veel minderheden aan de universiteit bezig?

„Het houdt niet alle studenten bezig. Turkse studenten zullen er weinig mee hebben. In mijn boek White Innocence zeg ik dat dit culturele archief niet alleen bij mensen leeft die uit voormalige koloniën komen maar ook bij anderen.”

Turkije had in het verleden een koloniaal rijk. Hebben Turkse Nederlanders ook een cultureel archief van superioriteit aan anderen?

„Het zou kunnen dat ook het Turkse culturele archief koloniaal is. Dat kan een onderwerp voor onderzoek zijn.

„In koloniale rijken draaide het om hoe je gepositioneerd was op grond van huidskleur en gender. En natuurlijk was de witte man het hoogste in de hiërarchie. En dan kwamen de witte vrouwen. En daaronder had je gradaties in kleuren. Hoe verder je afstond van dat witte mannelijke ideaal, hoe beroerder je je voelde, hoe beroerder je ingeschat werd.”

De overheid heeft de term allochtoon afgeschaft. Wat vindt u ervan?

„Autochtoon en allochtoon waren zogenaamd het meest neutrale paar woorden voor echte en aangewaaide Nederlanders. Maar het zijn raciale termen die raciale processen oproepen. Iedere ingewijde weet dat het gaat om wit en van kleur. Zelf blijf ik ten eeuwigen dage allochtoon, ook al woon ik hier 65 jaar. Iemand met voorouders uit Engeland of Frankrijk kan het zich permitteren om op gegeven moment autochtoon te zijn. Ik ben er voorstander van dat we allemaal Nederlanders zijn.”

Maar u maakt in uw onderzoek toch ook onderscheid tussen groepen?

„Dat heb je wel nodig. In ons onderzoek aan de universiteit willen we weten hoeveel studenten en staf zwart, migrant of vluchteling zijn en waar ze vandaan komen. Daar moet je niet blind voor zijn. Maar autochtoon en allochtoon zijn de verkeerde termen.”

Uit een peiling blijkt dat driekwart van de Nederlanders Zwarte Piet wil handhaven, ook bij intochten. Wat vindt u daarvan?

„Dat is bewust handelen met de boodschap: dat multiculturele en softe dat willen we niet. Zo zijn wij en je hebt het er maar mee te doen als je hier wilt wonen. Sommige mensen gaan nog veel verder: we doen het omdat we het kunnen en we houden het tegen omdat jullie het willen. De kinderen maakt het niet uit maar de volwassenen wel. Het is soms pure wrok.”

Slaat het antiracisme aan Amerikaanse universiteiten niet door met safe spaces waar kritiek niet mag, en verplicht alarm voor schokkende passages in literatuur?

„Er gingen stemmen op bij overleg van de diversiteitscommissie dat we daar ook voor moesten pleiten. Ik sta meer op de bres voor studenten van kleur dan voor genderneutrale toiletten. Ik denk wel dat er mensen zijn die daar behoefte aan hebben.”

Is etniciteit belangrijker dan het rijtje lesbisch, gay, biseksueel, transgender, interseksueel?

„Ja, maar ik probeer aan verscheidene kenmerken tegelijk te zien wat iemands positionering is. Behalve naar etniciteit kijk ik naar gender, seksuele voorkeur. Die dingen staan niet los van elkaar.

„Je bent een neanderthaler als je tegen vrouwenemancipatie of gendergelijkheid bent. Daar is een positief discours over. Zo zit het niet met ras en etniciteit. Iedereen zegt dat de kwaliteit naar beneden gaat als we meer mensen van andere etnische groepen naar binnen halen.”

Maar het niveau gáát toch naar beneden als je mensen uit achterstandsgroepen positief discrimineert?

„Je kunt daar iets aan doen. Op de University of California Los Angeles werden extra bijspijkercursussen aangeboden met ouderejaars mentoren die hielpen. Het is toch niet meer dan rechtvaardig dat dit gebeurt?

Daaronder ligt de vraag wat we als talent herkennen en erkennen. Dan blijkt dat we het gemakkelijker in de middenklasse herkennen. Je hebt echt niet over de hele linie met brekebeentjes te maken. Ik was actief in Mozaïek, dat jongeren uit etnische minderheden een phd kon laten doen. Er zaten slimme studenten bij met alleen achten en negens op hun lijst. Waarom waren die er niet al uitgepikt door een hoogleraar? Er zijn mensen die het lukt om bovenaan te komen en die toch niet worden opgemerkt. Mozaïek is afgeschaft. Dat is jammer want een divers wetenschappelijk team komt tot betere onderzoeksuitkomsten. ”

Wat inspireerde u zo in de VS?

„Anders dan in Nederland staat in de VS diversiteit al zo lang op de agenda. Daar wordt er al sinds begin vorige eeuw over geschreven, bijvoorbeeld door de zwarte socioloog W.E.B. Du Bois (1868-1963). Zeker kunnen mensen daar uit hun dak gaan en beschuldigingen van reverse racism tegen witten vliegen nu over de tafel. Maar hier in Nederland staan we aan het begin van die discussie. Als je diversiteit aan de orde stelt, is dat als vloeken in de kerk. Het wordt soms echt niet op prijs gesteld. Maar ik geloof niet dat we erbij gebaat zijn om het onder de tafel te schuiven. Dat zie je ook in de reactie op verplichte quota voor minderheidsgroepen. Mensen slaan gelijk op tilt, zonder te weten waar het over gaat. Dit is een aanwijzing voor dat gevoel van witte onschuld waar ik over schrijf in mijn boek, dat er wel een bewustzijn is van ‘er wordt hier aan mijn rechten gezeten. Ik kan er alleen maar op achteruitgaan’.”

Maar nu is Trump met zijn racistische uitingen tot president gekozen.

„Er is daar een nostalgie naar het verleden waar mensen hun plaats kenden. Een land dat naar binnen gericht is en buitenstaanders uitsluit. Ik heb bij Amerika een veel opener beeld. Ik kreeg daar het gevoel: zo zou het moeten zijn. Dat je niet kleurenblind bent maar wel erkent dat er verschillen zijn. Nu blijkt dat er onvrede onder heeft gezeten die is opgepord.”

Wat heeft uw eigen verblijf in Amerika bij u losgemaakt?

„Amerika heeft me echt de ogen geopend over wat hier normaal is en absoluut niet kan. Een voetbalcoach die denigrerende opmerkingen had gemaakt over zwarte footballplayers werd daar binnen twee dagen ontslagen. In Nederland zijn racistische opmerkingen aan de orde van de dag en niemand ligt er wakker van.

„In Amerika moest ik voor het eerst kiezen of ik wit of zwart was. Ik ben toen met mijn vriendin meegelopen voor een optreden van de zwarte leider Jesse Jackson op de universiteit. Dat was een hele gebeurtenis.”

Als u niet was meegegaan, hadden de zwarten gedacht dat u met de blanken meedeed?

„Dat ervoer ik wel zo. Toen ik uit Nederland kwam, had ik niet zo’n discours over wat ik was. Voor zulke keuzen was ik nooit eerder gesteld. Ik ging ook met witte vrienden om. Zaterdagavond reden we in dat dorpje in zo’n hele grote Amerikaanse slee naar de snackbar met keiharde muziek op. Er waren weinig zwarte studenten op mijn high school. Dat speelde pas toen de prom kwam. Met wie moest ik daarheen? Er moest een zwarte jongen opgeduikeld worden. Dat lukte niet. Uiteindelijk ben ik met een witte jongen gegaan. Het is een heel ander model dan in Nederland. Een beetje daarvan zouden we hier wel kunnen gebruiken, een beetje bewustzijn dat iedereen raciaal of etnisch gepositioneerd is.”

Groepsdenken maakt een gemengde, interetnische relatie moeilijker.

„Ik denk inderdaad dat het daar meer gedoe geeft. Daar wordt over die verschillen gepraat. Maar een proefschrift, van Dienke Hondius, laat zien dat in Nederland raciaal of religieus gemengde stellen gewend zijn niet over die verschillen te praten. Ik vind het niet oké om het lekker onder het hoofdkussen te laten zitten. Ook in homorelaties komt het niet aan de orde. Dat geldt ook voor uit het buitenland geadopteerde donkere kinderen in witte gezinnen. Dat Nederlandse vertoog van ‘ik ben kleurenblind’ doet er voor hen niet toe en flies in the face van de ervaringen die ze hebben.”