Opinie

Vrouwelijke president is eredienst voor de macht – niet voor de vrouw

Was het feminisme ooit een radicale beweging die zich inzette voor de emancipatie van allen, nu is het verworden tot een stormram om het glazen plafond kapot te beuken, meent .

illustratie Cyprian Koscielniak

Voor Clinton had het de eerste stap naar het 45ste presidentschap moeten zijn. Voor de vrouwen in de zaal was het een glorieus moment van hoop en verwachtingen die afgelopen dinsdag door Trump bruut werden gefnuikt.

Ik heb het over 26 juli jongstleden, toen Hillary Clinton officieel werd gezalfd als de presidentskandidaat van de democratische partij. Het grote scherm boven het podium vertoonde een voor een de portretten van haar voorgangers, van George Washington tot Barack Obama, allemaal mannen. Om na een korte stilte, met luid gerinkel, in duizend stukjes uiteen te spatten en het publiek het vriendelijk glimlachende gelaat van Hillary Clinton te tonen.

Vanuit New York liet zij weten dankbaar en trots te zijn samen met haar kiezers een flinke barst in het spreekwoordelijke glazen plafond te hebben geslagen. En ondertussen zoomden de camera’s in op de extatische gezichten van vrouwen in het publiek die hun emoties de vrije loop lieten. Zo ziet een historische belofte er uit. Eén zin uit haar korte speech bleef bij mij als een graat in de keel steken:

And if there are any little girls out there, who’ve stayed up late, to watch, let me just say: I may become the first woman-president but one of you is next...”

Uiteraard onderschrijf ik – witte hoogopgeleide man van 53 – de boodschap die Clintons campagneteam hiermee wilde uitdragen: in een samenleving die het liberale principe onderschrijft dat alle posities, ook de hoogste, toegankelijk moeten zijn voor eenieder die over de vereiste capaciteiten beschikt, is het onacceptabel als de helft van de bevolking hier om oneigenlijke redenen stelselmatig van wordt uitgesloten. Wat dat betreft komt de kandidatuur van Hillary Clinton grote symbolische betekenis toe.

Maar de subtekst vertelt ook een ander verhaal. Ooit begonnen als radicale beweging die zich inzette voor de emancipatie van allen, is het feminisme verworden tot een stormram om het glazen plafond aan gruzelementen te beuken. Niet om voor eens en voor altijd korte metten te maken met de privileges van de witte, hoogopgeleide man, maar om als hoogopgeleide witte vrouw volwaardig te kunnen meedraaien in het elitecirkeltje. Dat is wat er van het feminisme geworden is: machtige vrouwen moeten het recht hebben net zulke grote klootzakken te zijn als machtige mannen.

Neem Simone de Beauvoirs beroemde zin uit De Tweede Sekse uit 1949: Je wordt niet als vrouw geboren maar tot vrouw gemaakt. Als niet biologie maar samenleving de oorzaak van de achterstelling van de vrouw is, is radicale maatschappijkritiek het antwoord. Dat steekt schril af bij de viering van markt en neoliberalisme die het hedendaagse feminisme geworden is. Wat is er in vredesnaam misgegaan?

Een belangrijk deel van het antwoord is dat het hedendaagse feminisme twee nare eigenschappen deelt met het individualisme van het neoliberalisme. Ten eerste gaat het feminisme er net als de doorsijpeleconomie (‘trickle down’) van Ronald Reagan vanuit dat verandering net als verrotting bij de kop begint. Hoe meer bovenklasse-vrouwen door het glazen plafond breken, hoe beter het is voor hun kinderjuffen, hondenuitlaters, schoonmakers, winkelbedienden, hamburgerflippers, sekswerkers en zorgwerkers.

Maar net zoals de doorsijpeleconomie een faliekante mislukking is gebleken, zo zal ook het doorsijpelfeminisme voorspelbaar mislukken: machtige vrouwen hebben nu eenmaal de neiging om eerst en vooral de macht te dienen – niet hun seksegenoten. Dat is precies wat die verheerlijking van Clinton, Kroes, Lagarde, Merkel, May en al die andere moderne feministische iconen is: een eredienst voor de macht, niet voor de vrouw. Dat is de reden waarom Clintons historische moment alleen symbolische betekenis heeft. Vrouwen hebben toegang gekregen tot de hoogste posities, maar het maakt niets uit: de onderliggende structuren blijven exact zoals ze zijn.

Ten tweede reduceren zowel feminisme als neoliberalisme structurele ongelijkheden tot individuele keuzes. In het neo-liberale universum staan tussen jou en jouw succes alleen obstakels van de wil. Jouw falen is niet veroorzaakt door de samenleving (die bestaat niet, aldus Thatcher), de sociaal-economische positie van je ouders (‘klasse’ is een achterhaald begrip, aldus de positivistische socioloog) of een discriminerende arbeidsmarkt (discriminatie is een dure smaak, aldus Milton Friedman) maar is alleen jezelf aan te rekenen.

In het neo-liberale paradijs heb je alleen jezelf iets te verwijten als iets mislukt. En van de weeromstuit geldt dat ook voor je succes. Net zoals het je eigen schuld is als je faalt, zo is het alleen je eigen verdienste als je slaagt. Daarmee wordt solidariteit met de verliezers van de neo-liberale wedren niet een plicht maar een gunst, hooghartig verleend door de patser aan de sukkel. En ja, dan ben je stilletjes een flink eind opgeschoven in de richting van de neocons.

Het is de dood in de pot voor iedere emancipatiebeweging die strijdt tegen structurele achterstelling. Door te schermen met formele kansengelijkheid is de politieke stootkracht van de beweging onklaar gemaakt; als er geen sprake is van institutionele discriminatie en slagen of falen een individuele aangelegenheid is, heeft het geen zin vrouwen politiek te mobiliseren. Politiek en recht, de taal waarin emancipatie is geschreven, gaan immers niet over individuen maar over klassen, genders, rassen, geloven, etniciteiten – categorieën die maatschappelijke breuklijnen aanduiden die individuen te boven gaan en dus mede hun lot bepalen.

Die kun je alleen zien als je ervan uitgaat dat er in onze sociale werkelijkheid meer bestaat dan een losse verzameling individuen met eigen consumentenvoorkeuren.

Pas toen het feminisme door de depolitiserende wasstraat van het postmodernisme was gegaan en het structuralisme van de (marxistische) politieke economie ervan was afgeschrobd, was het gereed om het neoliberale individualisme onbevlekt te ontvangen. Toen pas werd het weer sexy om jezelf ‘feminist’ te noemen en toen pas tooiden celebs als Beyoncé zich ermee.

Het kind van dit onzalige huwelijk van feminisme en neoliberalisme is een beweging die zich eerst en vooral presenteert als stijlstatement. De vrouwen die zichzelf met dit ‘-isme’ tooien, vieren een radicalisme zonder zweet. Het suggereert de mogelijkheid van een feministische overwinning zonder gevecht op leven en dood om de macht. Alsof de mannen in pak en das die al die vergaderzalen bevolken waar dag in dag uit het DNA van de macht wordt gereproduceerd, zonder slag of stoot, zonder bloed, zweet en tranen, hun privileges zullen prijsgeven.

Wat nu? Wat mij betreft moet het feminisme node zijn idealistische verleden afschudden en vervangen door een materialistische toekomst. En dat bedoel ik in filosofische zin: niet de woorden zijn leidend, maar de dingen; niet de vertogen, maar de instituties en praktijken. De strijd tegen structurele machtsongelijkheid loopt nu eenmaal niet via de band van hippe identiteitspolitiek en de gratuite omarming van wat Andi Zeisler ‘marktfeminisme’ heeft gedoopt. Het vereist het harde, saaie, ondankbare werk van politieke mobilisatie rond een veel breder maatschappelijk hervormingsprogramma waar de emancipatie van de vrouw een belangrijk maar niet het belangrijkste, laat staan het enige onderdeel van kan zijn.

Wat valt er te emanciperen als we de opwarming van de planeet niet bijtijds weten te stuiten? Wat heeft gendergelijkheid voor zin als we onze ogen sluiten voor het lijden van dier en mens in een voedselindustrie die in belangrijke mate voor die opwarming verantwoordelijk is? En wat doet vrouwenemancipatie ertoe als we er niet in slagen de verkeerde besteding van kapitaal door een handjevol megabanken te stoppen: wel (lege) kantoorpanden, geen overgang naar groene energie; wel stijgende aandelenkoersen in het noorden, geen infrastructurele investeringen in het zuiden; wel huizenzeepbellen, geen werk; wel bonussen, geen kinderopvang? Niets.