Vrolijk delen in donkere tijden

Sint Maarten

Sint Maarten wordt steeds populairder. Waarom? „Bij elkaar binnenwippen doen we niet meer, maar er is wel animo voor een laagdrempelig feest.”

De stoep van de Terhijdestraat in de Haarlemse Leidsevaartbuurt is deze vrijdagavond onbegaanbaar. Elke tien meter staat er een groepje kinderen met lampionnetjes te zingen, de ouders op een afstandje. Vanuit alle hoeken van de straat klinkt gezang. En niet voor niets: er valt hier veel te halen voor de troepen Sint-Maartenvierders. Vrijwel elke deur gaat open, waarna goedgevulde bakken snoep verschijnen. „Je moet echt meedoen”, lacht buurtbewoner Pieter van Gaalen.

Cultureel erfgoed

Sint Maarten wint aan populariteit, zegt Ineke Strouken van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed. „Het is de laatste jaren weer veel populairder geworden.”

Maar niet in heel Nederland gaan kinderen met lampionnen over straat: het is een lokaal feest met een landelijke timing.

De invulling verschilt regionaal, tradities van allerlei oorsprongen zijn vervlochten. Het ‘bedelfeest’, zoals Strouken het noemt – met lampionnen, liedjes en snoep als beloning – is vooral de Noord- en Zuid-Hollandse versie. „Het zuiden kent dat vrijwel niet, maar Limburg kent tegenwoordig juist veel Sint-Maartenmarkten.”

Utrecht echte Sint-Maartenfan

Er zijn plaatselijke populariteitspieken. Utrecht is uitgesproken Sint-Maartenfan. Dit jaar, bij de 1.700ste geboortedag van de Utrechtse schutspatroon, was er een week vol Sint-Maartenfestiviteiten. Zondag was er een lichtjesparade met 7.000 deelnemers, vrijdagavond waren er voorstellingen, maaltijden en inzamelingen.

Dat is goeddeels te danken aan het Sint Maartensberaad, dat zich sinds 2001 inspant voor het feest en veel clubs in de stad wist te mobiliseren.

De Utrechtse club probeert het feest „steeds meer inhoud te geven”, zegt Moniek Janssen van het Sint Maartensberaad. De oorsprong van het feest ligt bij de heilige Sint Maarten van Tours, die zijn mantel scheurde en deelde met een bedelaar.

Solidariteit en saamhorigheid

Dat verhaal staat voor „solidariteit en saamhorigheid”, aldus het Sint Maartensberaad, onderdeel van een internationale beweging om het gedachtegoed van Sint Maarten te vieren. Deze week stelden Utrechters hun huizen open voor vreemden die kwamen dineren, vertelt Janssen. „De samenleving verhardt, maar er zijn ook veel zachte krachten die willen laten zien dat mensen graag in vrede samenleven.”

Ook in Haarlem is het feest al van oudsher populair. Voor nieuwkomers is dat nog wel eens lastig. „Toen ik hier kwam wonen vanuit Delft werd ik net op tijd gewaarschuwd door mijn buurman”, vertelt bewoner Van Gaalen. „Ik kon nog snel in Heemstede wat snoep inslaan.”

Voor de vele Amsterdammers die in Haarlem komen wonen is het feest inmiddels niet nieuw meer. „Daar was het eerst niet zo bekend”, zegt ras-Haarlemmer Marie-José Jansen. Het feest was vooral iets van de Noord-Hollandse provinciesteden. „Maar inmiddels vieren ze het in de hoofdstad ook.”

Oude kernwaarden

Hoe verschillend het feest op alle plekken ook is, de „oude kernwaarden”, zegt Strouken, zijn overal hetzelfde: vrolijk delen in donkere tijden. „Vroeger deelde Sint Maarten zijn mantel uit, nu delen we snoep uit.” Dat valt niet toevallig samen met de aftrap van het carnavalsseizoen, dat onder de rivieren gevierd wordt op 11 november, traditioneel het einde van het oogstseizoen en het laatste volksfeest voor de winter. Janssen: „Allemaal uitingen van hetzelfde gevoel.”

Wat verklaart de aantrekkingskracht? „Mensen hebben een grote behoefte aan openbare feesten”, zegt Ineke Strouken. „Bij elkaar binnenwippen doen we niet meer, maar er is wel animo voor een laagdrempelig feest waarbij we elkaar toch kunnen ontmoeten.” En Sint Maarten is gewoon gezellig: „In de donkerte samenkomen in de winterse sfeer, met lichtjes of vuurkorven, is erg populair. Kijk maar naar kerstmarkten, bijna elk dorp heeft er nu wel eentje.” En zie Halloween. Dat wordt steeds populairder, lijkt op de lampionnentocht en heeft Sint Maarten helemaal niet verdrongen, zegt Strouken.

Niet immuun voor ‘broertje’ VS

Toch lijkt het feest vrijdagavond in Haarlem niet helemaal immuun voor het Amerikaanse broertje. Bij verschillende deuren staan pompoenen, uitgehold en al. Maar uit een wijk als deze lijkt Sint Maarten niet zomaar te verdwijnen. Nog tweeënhalf uur nadat de eerste kinderen de straat betraden weerklinkt het nog: „Sinte sinte Maarten, de koeien hebben staarten…”